Opinie

Opinie: ‘Wie is de Mol? weerspiegelt onze volksobsessie met misleiding’

Nooit eerder keek Yarin Eski een heel seizoen van Wie is de Mol?, maar nu hij een diepere betekenis in dit programma heeft gevonden is hij hooked. Eigenlijk leert dit spel ons veel over de samenleving, stelt hij.

Yarin Eski
‘We denken misleid worden door de overheid en grote tech-bedrijven, door wetenschap en wappie-schap, door eigenlijk iedereen die we niet kennen en met wie we niet willen praten’, schrijft Yarin Eski. Beeld Joris van Gennip
‘We denken misleid worden door de overheid en grote tech-bedrijven, door wetenschap en wappie-schap, door eigenlijk iedereen die we niet kennen en met wie we niet willen praten’, schrijft Yarin Eski.Beeld Joris van Gennip

Vanaf 1 januari was het weer zover. Ons alsmaar voortdurende coronaleven mag weer even in het teken staan van de belangrijkste vraag van het jaar: ‘Wie is de mol?’ Een vraag waardoor we even niet hoeven te denken aan die doffe virusellende. Een heerlijk opium waar Karl Marx het altijd over had, anno 2022 belichaamd door Rik van de Westelaken en zijn elf bekende Nederlanders die spelletjes met elkaar spelen.

Een van mijn goede voornemens dit jaar is om voor het eerst een heel seizoen van het programma uit te kijken. Proberen althans. De afgelopen 22 jaar heen heb ik weleens een aflevering geprobeerd, maar ik haakte elke keer vrijwel per direct af. Ik snapte het niet, ik wilde het niet snappen. Vooral omdat ik op zoek was naar een diepere betekenis van het programma. Zo ben ik. Maar die diepere betekenisgeving bleef uit. Of ik zag hem niet. Tot dit 22ste seizoen.

Ik kijk niet alleen de afleveringen, maar ook Moltalk en volg op social media de pagina ‘Totaal Nutteloze Wie Is De Mol Hints’, waar op lachwekkende manier de meest bizarre verdachtmakingen en veel te vergezochte hints worden ‘achterhaald’.

Wetenschap en wappie-schap

Eindelijk snap ik waarom de formule van het programma ons zo fascineert. Juist nu. Want wat is de kern van het programma? De mol uit zijn hol uitroken. De bedrieger op zijn bedrog betrappen. De leugenaar niet laten winnen. En vooral de misleider te confronteren met het feit dat het hem of haar niet gelukt is ons te misleiden. Want dat lijkt ons in het echte leven maar niet te lukken.

Alleen bij Wie is de mol? weten we dat het om een spel gaat. Het vermaakt ons in een tijd waarin wij denken dat we continu gefopt worden, maar dan op onsmakelijke wijze en met ernstige gevolgen die allesbehalve vermakelijk zijn.

We denken misleid worden door de overheid en grote tech-bedrijven, door wetenschap en wappie-schap, door eigenlijk iedereen die we niet kennen en met wie we niet willen praten. Hen bestempelen we als misleiders en die bestempeling delen we dan met iedereen die we wél kennen en met wie we wél willen praten.

De misleidende Ander

Er zijn groepen die niet geloven in het bestaan van het coronavirus of de schadelijke effecten ervan, die op hun beurt weer niet geloofd worden. Zij worden voor ‘wappies’ uitgemaakt die in samenzweringstheorieën geloven.

Er zijn groepen die algoritmisch voor frauderende misleiders worden uitgemaakt, resulterende in de toeslagenaffaire waarvan de slachtoffers zich dubbel misleid voelen door Rutte IV. Met dezelfde minister-president die toegeeft dat zijn eigen geheugen hem weleens actief misleidt, wat ik zelf nogal misleidend vind, overigens. Over mis-leiding gesproken...

We blijven maar op zoek naar wie ons misleidt en hoe die misleidende Ander dat doet. Met een grote A, want die Ander is amorf en ongrijpbaar, zoals in de cultuursociologie geduid wordt. Dit is merkbaar in discussies die op Twitter exploderen – dagelijks, al dan niet elk uur, over echt van alles en nog wat, door iedereen tegen iedereen, zonder duidelijk doel of geadresseerde. ‘Iedereen heeft ongelijk behalve ik’, denken we dan.

Zo belangrijk ben je niet

Beatrice de Graaf, onderzoeker op het gebied van veiligheid, polarisering en terrorisme, maakt zich zorgen om dat publieke debat dat een ‘survival of the fittest’ is geworden waarbinnen iedereen bedreigd lijkt te worden en zou bedreigen. Daarom roept De Graaf op tot een maatschappelijke heroriëntatie op zogenaamde secundaire deugden van ‘zelfbeheersing, fatsoen, beschaafdheid, discipline en orde.’

Het principe van ‘nederigheid’ zou daaraan toegevoegd mogen worden, vind ik. In het bijzonder dat we niet moeten denken dat iedereen ons continu wil misleiden of manipuleren. Denk je nou echt dat je er zodanig toe doet dat de hele wereld je wil pakken? Nee, zo belangrijk ben je niet!

Om daarvan af te stappen, echter, is lastig, want in een aandachtscultuur, zo beargumenteert schrijver Bas Heijne, gaat het er juist om dat ieder individu in vergelijking met iedereen zichzelf het allerbelangrijkst waant. Volgens Heijne is dat terug te zien in de vele likes waarnaar we op jacht zijn en ook het vele humble bragging. Aan beide maak ik mij schuldig. Mea culpa.

Maatschappij van miskende kinderen

Maar naast die met name positieve aandacht die leidt tot waanzinnige zelfverheerlijking, gaat het denk ik in die aandachtscultuur ook om negatieve aandacht krijgen. Net als een kind dat verwaarloosd wordt door ouders waardoor de koter door het beeld van Wie is de mol? loopt, proberen wij op dezelfde manier ook negatieve aandacht te trekken. Want ook dán worden we namelijk bevestigd in het belangrijk-zijn, in onze zelfverwezenlijking. Wij als maatschappij van miskende kinderen zijn zodoende net zo naarstig op zoek naar positieve als naar negatieve aandacht.

Dan is de vraag die ertoe zou moeten doen niet per se wie de misleider is, maar waarom we liever denken misleid te worden door die onbekende, misleidende Ander opdat we een oprecht Zelf/Ik bewerkstelligen dan dat we in een volwassen discussie gaan? Overwegen we die vraag niet, graven we als mollen nog dieper ons eigen hol en komen we er zelfbedrogen uit.

Yarin Eski, universitair docent bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Meer over