Opinie

Opinie: ‘We gaan gebukt onder een ernstig tekort aan technici omdat kinderen niet ‘gewoon’ leren rekenen’

Leerlingen met een taalachterstand zijn de dupe van het zogenaamde ‘realistisch rekenen’. Beeld ANP
Leerlingen met een taalachterstand zijn de dupe van het zogenaamde ‘realistisch rekenen’.Beeld ANP

Nederlandse kinderen scoren al jaren steeds slechter op hun rekentoetsen. Dat is niet alleen een groot probleem voor deze kinderen, stelt Sezgin Cihangir, maar ook voor de samenleving.

Sezgin Cihangir

Omdat ik in het onderwijs werk, probeer ik het onderwijsnieuws zo goed mogelijk te volgen. Dagelijks kijk ik op de websites van de kranten en op Onderwijsnieuwsdienst.nl en dergelijke. Maar wat is het lang geleden dat ik tussen al die berichten iets positiefs tegenkwam! Ik snak langzamerhand naar een onderwijsbericht waarbij je kunt denken: kijk, dáárom is Nederland een rijk, slim en ontwikkeld land. Maar ik zie echt alleen maar slecht nieuws.

We weten nu al jaren dat het niveau van het Nederlandse onderwijs aan het dalen is. Het aantal kinderen dat op het moment dat hun leerplicht eindigt niet goed kan rekenen, lezen of schrijven, stijgt en stijgt en stijgt. En wat daalt, daalt en daalt is onze positie op de internationale ranglijsten. We gingen van topper naar middenmoter en zijn op weg naar hekkensluiter.

Het ministerie van Onderwijs, de PO- en VO-raad, de o zo machtige onderwijsbesturen, je hoort ze er nooit over. Wél de leraren, de Onderwijsinspectie en mensen uit de onderwijsschadeherstelsector zoals ik. Want zo noem ik ons werk – de gangbare term is bijles, maar ik zie het als schadeherstel.

Steeds meer kinderen worden de samenleving in gestuurd met onvoldoende kennis en vaardigheden om zich daar goed te redden. Ze kunnen in een winkel de kassabon niet narekenen, niet ontcijferen wat er in een brief van de gemeente staat. In feite zijn zij maatschappelijk niet zelfredzaam.

Te weinig technici

Tegelijk zien we dat de kloof tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt steeds groter wordt. Het is evident dat de behoefte aan technisch geschoolde mensen de komende decennia alleen maar zal toenemen. Eenvoudige arbeid wordt steeds meer overgenomen door robots en AI-systemen – daar zijn technici voor nodig.

En als we eindelijk echt gaan doen wat nodig is om het klimaatprobleem te bedwingen, zullen we eveneens technici nodig hebben, honderdduizenden, die hernieuwbare energiebronnen ontwikkelen, die zonnepanelen, windmolens en warmtepompen ontwerpen, bouwen, installeren en onderhouden, die huizen isoleren, nieuwe accutechnologie ontwikkelen, de infrastructuur voor elektriciteit en waterstof aanleggen. Heeft Nederland die mensen straks? Nee, want steeds minder jongeren kiezen voor een technisch vak!

Aan de aantrekkelijkheid van de banen ligt het niet. Er zijn genoeg sectoren waarin je maar moet hopen dat je werkgelegenheid op termijn in stand blijft. Met een baan in de techniek hoef je daar niet bang voor te zijn.

Banen in de techniek worden uitstekend betaald en de vakbond en werkgeversorganisaties hebben het onlangs nóg wat leuker gemaakt met een eenmalige uitkering van 4500 euro voor alle werknemers in de ‘metalectro’ en een salarisstijging van 5,3 procent per 2022. Kom er eens om in andere sectoren!

Rekenfout kan levens kosten

De oorzaak ligt elders. De inspanningen om jongeren te interesseren voor techniek zijn altijd gericht op ‘beeldvorming’ en ‘promotie’, het ‘imago’ van de techniek als werkkring. Maar dat zijn bijzaken. Het probleem is niet dat er te weinig aansprekende rolmodellen en ambassadeurs voor de technische sector zijn, het probleem is domweg dat Nederlandse scholieren te weinig vaardigheden hebben voor een technisch vak. Ze zijn er niet goed in, en waar je niet goed in bent, dat vind je niet leuk! En wie maakt zijn beroep van iets dat hij niet leuk vindt?

Hoe komt dit? Wat is de oervaardigheid voor elk technisch vak? Wat moet je in elk geval op elementair niveau kunnen om een technisch vak uit te oefenen? Rekenen! De internationale onderzoeken laten het zien: Nederlandse kinderen leren steeds minder goed rekenen.

Ook taalvaardigheden gaan achteruit, maar voor iemand met een ‘alfa’-beroep zijn taalvaardigheden minder kritiek dan rekenvaardigheid voor iemand met een technisch beroep. Een spelfout is hinderlijk, een rekenfout kan levens kosten.

Voorbeeld: twintig procent van de medisch gevaarlijke fouten die verpleegkundigen maken, is te wijten aan onvoldoende rekenvaardigheid. Een foute constructieberekening kan aan de basis liggen van een instortend gebouw.

Martelwerktuig

De verwaarlozing van het rekenen is nu zo ver gevorderd dat Nederlandse kinderen in feite helemaal geen rekenonderwijs meer kríjgen. Het klassieke rekenonderwijs is op vrijwel alle Nederlandse scholen ingeruild voor iets dat ‘realistisch rekenen’ heet, een methode waarbij de elementaire rekenformules zijn vervangen door een rommelig systeem van allerlei ‘strategieën’ waarmee je langs een andere weg op de gewenste uitkomst zou kunnen komen.

Waarom dit beter zou zijn, wordt nooit ergens goed uitgelegd. Een paar pedagogen hebben het zo bedacht en de methodemakers hebben het overgenomen.

De universele rekenformules zijn ruim driehonderd jaar geleden vastgelegd door Isaac Newton in zijn Principia Mathematica en dienen de mensheid al eeuwen. Het klassieke rekenen zou te ‘abstract’ zijn, te weinig ‘herkenbaar’, te ‘mechanistisch’, te ‘truc-matig’.

Tafels stampen, sommen trainen, zaken automatiseren, eigenlijk was het bestaande rekenonderwijs een vorm van kindermishandeling! De staartdeling – een martelwerktuig!

Brandje geblust

In plaats daarvan moeten kinderen nu rekenen met ‘schatten’, ‘happen’ en nog zo wat kunstgrepen. Wie wil zien hoe goed dit werkt, moet op YouTube voor de aardigheid eens het filmpje Maths: Firefighter Edition opzoeken.

In de tijd dat het een leerkracht kost om op de ‘realistische’ manier een vermenigvuldiging te maken, heeft een brandweerman diezelfde som op de traditionele manier gemaakt én zich omgekleed én zijn brandweerwagen gereed gemaakt én een brandje geblust én voor zichzelf een welverdiend kopje thee gemaakt.

Je lacht je dood, tot je je realiseert hoeveel kostbare tijd er in ons onderwijs wordt verspild. Waarom doen wij kinderen dit aan? Als je ‘3 appels’ zegt in plaats van gewoon 3, wordt 3 dan ‘realistischer’? Het leidt tot felrealistische opgaven als ‘Jan heeft 400 watermeloenen’ of ‘Marieke koopt 1000 grasmaaiers’.

Rekenen is hierdoor ook een erg talig vak geworden, dus kinderen kunnen nóg zoveel rekenaanleg hebben, als ze niet óók handig zijn met taal, komen ze niet tot hun potentie. Kinderen met een taalachterstand, maar een talent voor wiskunde, zijn hiervan de dupe.

In feite is dat ‘realistisch rekenen’ dus ook elitair en bevestigt het bestaande sociale verhoudingen: eerstetaalsprekers hebben het makkelijker dan tweedetaalsprekers. Volgens de Onderwijsinspectie heeft ‘realistisch rekenen’ inmiddels een marktaandeel bereikt van ongeveer 100 procent. Het percentage kinderen dat de vereiste streefniveaus niet haalt, liep in diezelfde periode op tot 67.

Zou dat toeval zijn? Nee, het toont aan dat ‘realistisch rekenen’ niet werkt. Daarom zijn wij tien jaar geleden ons ‘schadeherstelbedrijf’ begonnen: uit frustratie, en om kinderen die het slachtoffer worden van dit ondeugdelijke rekenonderwijs te helpen.

Toekomstbestendige boterham

Het is verontrustend dat er nu een wet is aangenomen die de toelatingseisen voor de Pabo nog verder verlaagt. Een heel slecht idee! We treffen nu al veel te vaak Pabo-opgeleide leerkrachten die zelf slachtoffer zijn van het ‘realistisch rekenen’ en zich ervan afmaken met frasen als ‘rekenen is mijn ding niet’.

Intussen gaat de economie ernstig gebukt onder een tekort aan mensen met een technische opleiding omdat kinderen het plezier niet leren kennen van grip krijgen op de wereld door middel van cijfers. Om te kunnen berekenen hoeveel kubieke meter zand nodig is om een dijk op te hogen, hoeveel geluid een windmolen maakt en hoe dik een balk moet zijn om te voorkomen dat een tribune instort. Om een van die tienduizenden technische vacatures te vervullen die op dit moment openstaan en een goede, toekomstbestendige boterham te verdienen.

Met nóg meer ‘rolmodellen’, ‘ambassadeurs’ en ‘promotie’ krijgen we dit enorme tekort echt niet weggewerkt. Ook niet met een VO-raad die ‘21st century skills’, ‘samenwerken’, ‘burgerschap’ en ‘zelfontplooiing’ belangrijker vindt dan rekenen en een schroevendraaier vasthouden.

Het lukt alleen als we investeren in beter rekenonderwijs. In werkelijk realistisch rekenonderwijs, dat wil zeggen: onderwijs waarvan je ook echt leert rekenen! Want rekenen mag dan misschien niet ‘het ding’ van de moderne Pabodocent zijn, het is bij uitstek het ding van de huidige economie. En de toekomstige.

Sezgin Cihangir is directeur Nederlands Mathematisch Instituut en lid van het RED-Team Onderwijs. Beeld Emmely van Mierlo
Sezgin Cihangir is directeur Nederlands Mathematisch Instituut en lid van het RED-Team Onderwijs.Beeld Emmely van Mierlo
Meer over