Opinie

Opinie: ‘Vorming tot burger van vrije samenleving moet centraal staan in het onderwijs’

In de berichtgeving over het ‘masterplan basisvaardigheden’ van onderwijsminister Wiersma schreven journalisten over de slechte scores bij taal en rekenen, maar burgerschap lieten ze veelal buiten beschouwing. Terwijl dat vak juist van groot belang is, stelt Roel Meijvis.

Roel Meijvis
Dennis Wiersma, minister voor Primair- en Voortgezet Onderwijs.  Beeld BART MAAT/ANP
Dennis Wiersma, minister voor Primair- en Voortgezet Onderwijs.Beeld BART MAAT/ANP

Afgelopen donderdag ontving de Tweede Kamer het ‘masterplan basisvaardigheden’ van onderwijsminister Dennis Wiersma. Met verbazing las ik de berichtgeving over dit plan in de media. Er wordt ingegaan op taal en rekenen, over het zorgwekkende niveau daarvan en hoe de minister heeft bedacht dit zo snel mogelijk te repareren.

De andere basisvaardigheden – digitale geletterdheid en burgerschap – komen er met een enkel zinnetje, als ze al worden genoemd, bekaaid vanaf. Opmerkelijk, zo niet ernstig, dat juist burgerschap aan het oog van journalisten ontsnapt, alsof uitgerekend zij blind zijn voor de actualiteit.

Neem bijvoorbeeld de huidige situatie in het oosten van Europa. De invasie van Rusland in Oekraïne is op alle mogelijke manieren verwerpelijk. De gevolgen, waar we ons nu enkel nog een voorstelling van kunnen maken, zijn mogelijk nog desastreuzer.

Vrede en vrijheid zijn geen privilege

Toch koesterde ik bij aanvang de ongemakkelijke hoop dat dit misschien de onvermijdelijke gebeurtenis zou zijn die – hoe verschrikkelijk ook – ons weer bewust zou maken van het feit dat de open vrije samenleving geen onvermurwbaar privilege is. Dat democratie geen door God gegeven recht is, maar evengoed een plicht. En dat vrede geen vanzelfsprekendheid is, maar een strijd die steeds opnieuw gewonnen moet worden. Hoe veel verder moet Poetin nog gaan om ons dit te doen inzien?

De collectieve reactie van het plots zo eensgezinde Europese continent is er een van militaire heroriëntaties en herbewapening. Daarbij springt Duitsland het meest in het oog, omdat dat land zich voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog is gaan herbewapenen. Ter verdediging en ter bestendiging van de vrede is een goed georganiseerd en modern militair apparaat cruciaal, zeker, maar een vrede die voor lief genomen wordt zal altijd en eeuwig gedoemd zijn in oorlog uit te monden. Een sterk leger is nodig om een oorlog te beëindigen, maar de echte overwinning – de overwinning op het oorlog voeren zelf – vindt plaats in vredestijd.

Kritische houding als wapen

De ‘wapens’ in deze ‘strijd’ zijn het ontwikkelen van historisch bewustzijn, het cultiveren van een kritische houding en maatschappelijke betrokkenheid, alsmede het verwerven van inzicht in de eigen vrijheid en hoe deze zich verhoudt tot die van de ander.

Als burgers van een vrije samenleving zijn wij namelijk samen verantwoordelijk voor het in stand houden van de democratie. Maar het is naïef om te denken dat wij zomaar zouden weten hoe dat moet. Zoiets vergt een scholingsproces tot vrije burger waarin democratische vaardigheden worden bijgebracht – een opleiding die gegeven de veranderlijke aard van de wereld waarin we leven nooit ten einde komt.

Consumenten in plaats van burgers

Het neoliberale bewind van de afgelopen jaren heeft ons van staatsburgers in staatsconsumenten veranderd. De bekende kloof tussen burger en overheid is een gevolg van het denken over deze relatie alsof het een handelsovereenkomst betreft. Onszelf klant en dus koning wanend, zijn we ons vooral bewust van onze rechten, maar over onze plichten en verantwoordelijkheden willen we liever niets horen. De staat is er voor míj.

Deze manier van denken heeft ervoor gezorgd dat het onderwijs ons niet opleidt tot burgers, maar tot consumenten; niet tot participanten van de vrije samenleving, maar tot participanten van de vrije markt.

Naast het bijbrengen van die andere basisvaardigheden, die evengoed belangrijk zijn, is het de vorming (Bildung) tot burger van een vrije samenleving die centraal moet staan in het onderwijs. Burgerschap moet daarom niet worden beschouwd als een of andere bijvakje, maar als de primaire taak van het onderwijs in een vrije samenleving, waarzonder zij is gedoemd ten onder te gaan. De wat mij betreft nog altijd geringe aandacht voor deze taak in het masterplan van de minister is in ieder geval een begin.

Rol van de journalist

Des te zorgwekkender is het dat juist de journalistiek – naast het onderwijs een andere belangrijke pijler van de vrije samenleving die te lijden heeft onder het economische denken – hier zo weinig aandacht voor heeft. Daarmee zaagt zij tevens aan haar eigen poten: de redding van de journalistiek in de veranderende publieke sfeer van vandaag de dag ligt namelijk niet in het vinden van een nieuw verdienmodel, maar eveneens in de ontwikkeling van burgerschap, zodat mensen de noodzakelijke rol van de journalist voor de democratie weer op waarde weten te schatten. Waaronder journalisten zelf.

Roel Meijvis, schrijver, theatermaker, spreker en redacteur filosofie van politiek & cultuur bij Filosofie-Tijdschrift.

Meer over