Lezersbrief

Opinie: ‘Toegangspoortjes en reserveren – spontaniteit verdwijnt in Amsterdam’

Moeten we straks zelfs reserveren om op een straat te lopen? Zo verliezen we ook het laatste beetje spontaniteit. En dat is een groot verlies, schrijft Wessel Wierda.

Wessel Wierda
null Beeld Joris van Gennip
Beeld Joris van Gennip

‘We zitten vol, maar u wordt vriendelijk verzocht om plaats te nemen in de online wachtruimte.’ Dat is anno 2022, in het kort, onze hoofdstad: een stad waar je voor vrijwel alles moet reserveren, en dan alsnog moet wachten. In de Amsterdamse musea en horeca al jaren schering en inslag – maar nog versterkt door de coronamaatregelen. Een ingeving om lekker uit eten te gaan, moet je tegenwoordig dus ruim van tevoren plannen.

De Amsterdamse straten zélf bleven desondanks nog gevrijwaard van dergelijke praktijken. Maar voor hoe lang nog? De naweeën van de coronaschuwheid zijn immers over en hebben plaatsgemaakt voor een nog destructievere toeristenmoraal: de idee van ‘we mogen weer’. Het aantal toeristische overnachtingen in de stad loopt in rap tempo op. En dat leidt tot buitenissigheden. Niet alleen op de Wallen, waar drommen mensen in eenrichtingsverkeer langs de grachten en ramen slenteren, maar ook als reactie daarop in het stadhuis.

Onlangs maakte burgemeester Femke Halsema bekend dat ze overweegt toegangspoortjes voor een aantal drukke ingangen van de Wallen te plaatsen, om zo de leefbaarheid – of tenminste een verkapte vorm daarvan – in de buurt te herstellen. Een paardenmiddel, dat zelfs in Venetië nog niet is doorgevoerd, en mogelijk de opmaat vormt voor iets waar Jan van der Borg, hoogleraar ‘economie van het toerisme’, vorige week in NRC voor pleitte: meer reserveringssystemen in de stad, op basis van data.

Want de toegangspoortjes moeten wel gekoppeld worden aan een boekingssysteem, constateerde Walther Ploos van Amstel, lector stadslogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam eerder in NRC: “Buurtbewoners kunnen dan naar binnen met hun mobiele telefoon.”

Het normaliseren van toegangsbewijzen in drukke buurten als de Wallen is aldus een feit. Spontaniteit in een stad verwordt zo steeds meer tot een relikwie uit het verleden; noodgedwongen ingewisseld voor bureaucratie en wachttijden. Zeker op de lange termijn is dat een groot verlies. En als de maatregel er eenmaal is, verdwijnt ie ook niet zomaar. Dat heeft de coronaperiode ons wel geleerd. Kortom, soms is het middel erger dan de kwaal.

Wessel Wierda, Haarlem

Meer over