Opinie

Opinie: ‘Soumaya Sahla geen tweede kans gunnen is onliberaal en de rechtsstaat onwaardig’

Terreurverdachte Soumaya S. verlaat maandagavond de speciaal beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp.  Beeld ANP /  ANP
Terreurverdachte Soumaya S. verlaat maandagavond de speciaal beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp.Beeld ANP / ANP

Eind januari legde Soumaya Sahla haar werkzaamheden voor de VVD neer, nadat Geert Wilders haar vroegere verwikkelingen met de Hofstadgroep ter sprake had gebracht in een Tweede Kamerdebat. Sahla niet meer voor de VVD laten werken is zowel onrechtvaardig als onliberaal, stellen Sonja Meijer, Pauline Jacobs en Jannemieke Ouwerkerk.

Het Parool

Beter hadden we het ons niet kunnen wensen toen Soumaya Sahla tijdens gevangenschap haar radicale gedachtegoed de rug toekeerde. Sahla, oud-lid van de Hofstadgroep, zat daar omdat zij jaren geleden werd veroordeeld wegens verboden wapenbezit en terroristische samenzwering. Sahla kwam tot inkeer en besloot zich te gaan inzetten voor onze samenleving. Resocialisatie in optima forma.

Althans, dat zou je denken. Én hopen. Want een samenleving die zelfs de duidelijk verbeterde ex-gedetineerde geen tweede kans kan bieden, haar niet een plek kan geven, is niet alleen koud en onrechtvaardig. Die samenleving laat zich bovendien van een zeer onliberale kant zien. Dat uitgerekend de VVD het niet aandurfde publiekelijk te stáán voor de keuze om Sahla een plaats binnen de gelederen van de VVD te bieden, getuigt er dan ook van dat de door deze partij gepropageerde liberale waarden in de praktijk niet zo stevig worden aangehangen als ze met de mond worden beleden.

Re-integratie gedetineerden

Naar onze mening is dat problematisch, met name omdat het scenario waarvoor Sahla zich gesteld zag, voor veel ex-veroordeelden de harde realiteit is. Ongeacht het uitboeten van hun straf en de stappen die zij hebben gezet in hun ontwikkeling, keren zij terug in een maatschappij die nog niet klaar voor hen is.

Het opleggen en uitvoeren van een gevangenisstraf vindt plaats met een bepaald doel voor ogen. Vergelding van het gepleegde feit en het beveiligen van de maatschappij door de veroordeelde daar voor een bepaalde tijd uit te verwijderen en hem waar nodig en mogelijk te behandelen of – zoals in het geval van Sahla – te deradicaliseren op een specifiek daarvoor ingerichte terroristenafdeling.

Bovendien is de laatste jaren ingezet op re-integratie om te voorkomen dat gedetineerden na hun detentie in herhaling vallen. De straf moet daarmee bijdragen aan een veilige terugkeer in de samenleving. Vanuit de gedachte dat het belonen van gedrag tot een gedragsverandering bij de veroordeelde persoon leidt, is het nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag centraal gesteld bij de uitvoering van de gevangenisstraf.

Goed gedrag van de veroordeelde leidt tot meer vrijheden in detentie, zoals het verlenen van verlof en het eerder in aanmerking komen voor vrijlating door middel van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Slecht gedrag leidt tot het ontnemen of onthouden van diezelfde vrijheden. Herstel wordt daarnaast steeds meer gezien als voorwaarde voor een succesvolle terugkeer naar de samenleving.

Stigma

Het op veiligheid gerichte beleid ten aanzien van de uitvoering van de gevangenisstraf vertoont evenwel een belangrijke lacune. Van de verantwoordelijkheid die een ex-veroordeelde neemt voor het eigen gedrag valt weinig effect te verwachten wanneer dit niet gepaard gaat met een (morele) verantwoordelijkheid van de samenleving om deze persoon weer op te nemen en daadwerkelijk een tweede kans te bieden. Eenmaal vrij wacht ex-veroordeelden vaak een realiteit waarbij zij juridische en sociale gevolgen van hun strafrechtelijke veroordeling ondervinden.

Het stigma dat ex-veroordeelden met zich meedragen in de vorm van een strafblad maakt dat zij niet de baan van hun keuze kunnen krijgen, geweigerd kunnen worden voor een huurwoning, een hogere verzekeringspremie betalen of niet langer geaccepteerd worden door hun omgeving. Hoe goed een ex-gedetineerde zich ook gedraagt en hoe positief zijn leven ook is veranderd, hij zal dus gedurende een bepaalde periode de gevolgen van een veroordeling moeten dragen. Helemaal te voorkomen is dat niet, maar de hardnekkige vlek die een strafrechtelijke veroordeling achterlaat, behoort met de tijd wel te vervagen, en op enig moment te verdwijnen.

Soumaya Sahla is niet alleen een schoolvoorbeeld van hoe wij zouden willen zien dat een veroordeelde zich ontwikkelt gedurende de detentie en na afloop ervan. Haar situatie toont ook het gebrek aan moed bij vele politici om het beleden liberale streven naar re-integratie daadwerkelijk voor te leven en illustreert glashelder de zwakke plek van een op veiligheid gericht beleid waarin vaak onvoldoende oog bestaat voor de gevolgen die ex-veroordeelden ondervinden na afloop van hun straf.

Sonja Meijer, bijzonder hoogleraar penitentiair recht (Radboud Universiteit Nijmegen), Pauline Jacobs, universitair docent straf(proces)recht (Willem Pompe Instituut, Universiteit Utrecht) en Jannemieke Ouwerkerk, hoogleraar Europees Strafrecht (Universiteit Leiden).

Meer over