Opinie

Opinie: ‘Scheldpartijen of homohaat op straat? Help het slachtoffer’

Pesterijen, schelden en antihomogeweld ondermijnen het zelfvertrouwen, verminderen de veiligheid en bemoeilijken de coming-out van lhbtqia+’s. Help de slachtoffers en laat ‘homo’ geen scheldwoord meer zijn, betoogt psychiater en seksuoloog Bas Frelier.

Bas Frelier
De botenparade, het hoogtepunt en de afsluiting van Pride, draagt uit: ‘Wij willen dit wél zijn!’ Beeld Marco de Swart/ANP
De botenparade, het hoogtepunt en de afsluiting van Pride, draagt uit: ‘Wij willen dit wél zijn!’Beeld Marco de Swart/ANP

“Hoe is het om homo te zijn?” vraagt Roos, mijn 11-jarige nichtje ons. “Voor ons is dat normaal,” antwoorden wij. “Heb je weleens iets vervelends meegemaakt?” “Ja, een keer liepen wij gearmd over de gracht en een dronkaard schold ons uit en duwde. Zijn vrienden trokken hem gelukkig weg.”

Roos houdt haar spreekbeurt over lhbtqia+ en interviewt daarom haar ooms. Ze is verontwaardigd omdat er op haar lagere school wordt gescholden met ‘homo’. Volgens de Pestthermometer is homo nog steeds het meest gebruikte scheldwoord op scholen en langs de sportvelden. Ook blijkt dat wanneer kinderen zich richting lhbtqia+ ontwikkelen, zij vier keer vaker worden gepest of buitengesloten. Deze jongeren denken vijf keer vaker aan zelfmoord dan heterojongeren.

Verliefdheden

Het is Prideweek (#mygendermypride). Ongeveer een op 15 hoort tot de lhbtqia+-gemeenschap: een minderheid. Maar minderwaardig? Daar is niet één argument voor. Toch lijkt dit nog het uitgangspunt van velen: ‘Je wil het niet zijn’. In onze heteronormatieve wereld is ‘straight’ de algemene standaard en ‘dat andere’ wordt nog vaak gezien als ‘moeilijkere levensvorm’.

Voor een lhbtqia+ is het juist moeilijker om zich naar deze standaard te gedragen. Seksuele oriëntatie en romantische voorkeuren (verliefdheden) kan niemand veranderen. Het is verweven met iemands identiteit, zoals ook de Amerikaanse psychotherapeut Joe Kort beschrijft in zijn boek LGBTQclients in Therapy: Clinical Issues and Treatment.

Het uitkristalliseren van die identiteit is voor veel jonge lhbtqia’s een ingewikkeld proces. Zo beschrijft Nicolaas Veul in de Zelfhulpboekenpodcast: “Als kind besef je langzaam dat je anders bent en dat mensen daar heftig op reageren: angstig, verwijtend, verbiedend. Je neemt dat in stilte waar en daarom zit je in de kast. In de kast zitten is niet een ding dat exclusief bij homoseksualiteit hoort, maar een verdrietige en eenzame overlevingsstrategie van kinderen die denken de liefde niet waard te zijn om wie zij echt zijn.”

‘Anders zijn’

Coming-out is een proces van verschillende fasen, blijkt uit onderzoek van Vivienne Cass. De jongere gaat door de identiteitsverwarringsfase: het idee (of hoop) hetero of cisgender te zijn conflicteert met de als zodanig ervaren lhbtqia+-gevoelens. De identiteitsvergelijkingsfase: er komt een langzame verbintenis met het ‘anders zijn’. Gevoelens van opluchting (‘het is me duidelijk’) kunnen ontstaan, maar ook van angst (voor homo’s: ‘pas ik in de gaycommunity?’ Voor transgenders: ‘Moet ik in transitie?’ Voor allen: ‘Word ik verstoten?’).

De identiteitstolerantiefase is een zoektocht naar andere lhbtqia+’s. Het gevoel zelf ‘anders’ te zijn is moeilijker te ontkennen. Moed ontstaat om eigen emotionele, sociale en seksuele behoeften na te streven.

De identiteitsacceptatiefase: iemand omarmt deze identiteit maar het kan voelen tussen twee werelden te leven. Een onveilige omgeving vergroot de kans dat een lhbtqia+ wil blijven voldoen aan de hetero-/cisgendernorm.

Mensen met identiteitstrots (pride) verbergen hun werkelijke identiteit niet meer. Sommigen worden activistisch en staan op tegen (vermeende) onderdrukking.

In de laatste fase, de identiteitssynthese, heeft iemand de lhbtqia+-identiteit geïntegreerd in de persoonlijkheid.

Wanneer een voldoende mate van vrijheid, veiligheid en steun wordt ervaren in het coming-outproces en (angst voor) buitensluiting, vernedering, ridiculisering, afstraffing of verraad overwonnen is, durft iemand pas zichzelf te zijn.

Verraad

Elke lhbtqia+ maakt verraad mee, bijvoorbeeld de reactie van de moeder die zich na de coming-out van haar zoon afvraagt ‘waar ze deze straf aan verdiend heeft’ en ‘of [hij] het zeker weet’ (zoals te zien in Circus of Books, Netflix). Of zoals van een vader die vanaf de voetbaltribune ‘homo!’ roept naar de scheidsrechter terwijl zijn pas uitgekomen zoon naast hem staat (Pisnicht, the movie, NPO).

De nog immer rondzingende negatieve erfenis van religies (‘het is een zonde, verketter ze!’), politiek (‘…strafbaar, sluit ze op!’), psychiatrie (‘…een ziekte, steriliseer ze!’) en dus van burgers (‘…een schande, verban ze!’) legitimeren stereotypering en stigmatisering nog steeds. Zo ook de diskwalificaties van Youp van ’t Hek (‘pisnicht’) en Johan Derksen (‘onzin, dat coming-out moeilijk is’).

In Homo Politicus beschrijft Coos Huijsen de emancipatiestrijd van Nederlandse homoseksuelen. Er is een vooruitgang van wet- en regelgeving richting gelijkwaardigheid: de nieuwe burgerschapswet verplicht alle scholen om te zorgen voor veiligheid en acceptatie van lhbtqia+-scholieren en personeel (tegenstemmers waren Forum, PVV en SGP). Huijsen waarschuwt voor zelfgenoegzaamheid: ‘Behoud van verworvenheden is nog lang niet vanzelfsprekend’. Wetten lopen niet synchroon met sociale acceptatie.

De ‘factsheet homofobie’ (Emancipator.nl) beschrijft dat 92 procent van de Nederlanders vindt dat lhbtqia+’s hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat willen. Toch heeft een kwart van de lhbtqia+-gemeenschap het afgelopen jaar negatieve reacties in openbare ruimtes meegemaakt. Het ‘Actieonderzoek LHBTQIA+ discriminatie in Amsterdam’ (2021) beschrijft schrikbarende voorbeelden van antihomogeweld (steekpartijen, ernstige bedreigingen, wegpesten). Geweld verdubbelde tussen 2017 en 2019, meldingsbereidheid nam af. Opvallend is dat de roepers van het wrede ‘kankerhomo’ op straat vaak zelf last hebben van marginalisatie in onze maatschappij.

Zelfvertrouwen

Dit alles ondermijnt zelfvertrouwen, vermindert veiligheid en bemoeilijkt een coming-out. Coming-outs duren een leven lang omdat het tegenover iedere onbekende opnieuw moet. Het (mogelijke) onverwachte ervan maakt het nog geen opwelling; de lhbtqia+ hikte er waarschijnlijk lang tegenaan uit angst om teleur te stellen. Wees als toehoorder geïnteresseerd en attent, besef dat de coming-out niet over jou gaat en vraag toestemming wanneer je het nieuws wilt delen. Informeer je over de betekenis van lhbtqia+. En draag uit dat lhbtqia+ niets minder is dan straight.

De Gender and Sexuality Alliance (GSA) is ‘een groep scholieren, die vindt dat iedereen op school de vrijheid heeft te kunnen zijn wie ze zijn, zonder zich daarvoor te hoeven schamen of te verantwoorden’. Driekwart van de middelbare scholen heeft een GSA. Zij zetten zich in voor gelijkwaardigheid in de klas, omdat slechts 11 procent van de jongeren vindt dat lhbtqia+-medeleerlingen hierover open kunnen zijn. Vrijwilligers van het COC die voorlichting geven op scholen, nationale coming-out dag en de website Jongenout.nl verlagen daarnaast de drempel. Het Blauwe Fonds financiert projecten die kwetsbare lhbtqia+’s ondersteunt, zoals jongeren en mensen met een migratieachtergrond.

Mijn nichtje Roos is dapper met haar spreekbeurt. Laat het je inspireren: scheldpartijen of homohaat op straat? Help het slachtoffer door ter plekke te vragen of je iets kan doen. Stimuleer aangifte bij Roze in Blauw. En blijf elkaar aanspreken op het oneigenlijke en negatieve gebruik van het woord homo. Laat het geen scheldwoord meer zijn!

Geniet van de honderden dansende lhbtqia+’s vandaag op de botenparade. Zij dragen uit: ‘Wij willen dit wél zijn!’

Bas Frelier is psychiater en seksuoloog (Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie). Beeld
Bas Frelier is psychiater en seksuoloog (Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie).

Luister onze podcast Amsterdam wereldstad: