Lezersbrieven

Opinie: ‘Mijn moeder is een ‘stille’ held, maar wordt door de overheid genegeerd’

Dit zijn de ingezonden brieven van vandaag. Ook een bijdrage leveren? Lees hier hoe dat kan.

Het Parool
null Beeld Getty Images/EyeEm
Beeld Getty Images/EyeEm

‘Mijn moeder is een ‘stille’ held, maar wordt door de overheid genegeerd’

Mijn moeder is geboren in 1938 en behoort daarmee tot ‘de stille generatie’. U weet wel: de generatie die kind was tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarna bijdroeg aan de wederopbouw. Op haar 14de begon mijn moeder met werken. In die tijd werd aan de educatie van meisjes uit een arbeidersmilieu nagenoeg geen aandacht besteed. Dat ze haar steentje aan dit ‘gave landje’ heeft bijgedragen, me dunkt!

Nu is zij in haar tachtiger jaren en heeft zij bij het voeren van haar huishouden ondersteuning nodig. Na het nodige papier- en regelwerk is vastgesteld dat zij vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) recht heeft op 2 uur thuishulp per week. Door de WMO moeten burgers zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Maar helaas, aan het recht van mijn moeder kan geen uitvoering worden gegeven omdat er gebrek aan personeel is.

Zie hier: het land waar inkomen uit arbeid zwaarder wordt belast dan inkomen uit vermogen. Waar zorg voor onze ouderen in het sociale domein is afgebouwd en is overgeheveld naar de particuliere sector. Ik schaam mij en voel mij schuldig, omdat ik zelf ook behoor tot de werkende massa en vaak tekortschiet in mijn aandacht voor mijn moeder. Maar ik ben ook boos, mijn moeder is een ‘stille’ held die als dank voor bewezen diensten door de overheid wordt genegeerd.
Madelon Schipper, Amsterdam

‘U heeft mij 25 jaar geleden in elkaar geslagen’

Altijd leuk om jezelf en je vriendjes terug te zien op een, door fotohistoricus Thomas Smits terecht iconisch genoemde, foto van een provo-actie. Deze vond niet plaats ‘op de dag na het huwelijk’ van Claus & Beatrix (10 maart 1966), maar op 19 maart. Kort na het vrolijk aanbieden van de witte fiets (zie foto) brak de pleuris uit: politie had opdracht gekregen de aanloop voor de deur van de tentoonstellingszaal met foto’s van haar optreden op 10 maart uit elkaar te slaan. En deed dat vol overgave met de bullenpees.

Louis van Gasteren maakte van de rel een filmpje (“Omdat mijn fiets daar stond”) dat diezelfde avond door de VARA werd uitgezonden. Wreed knuppelende en schoppende agenten waren te zien. Een agent had het op mij voorzien. Het incident leidde tot een interview op live tv met burgemeester Van Hall, die huilend en verontwaardigd vertelde dat zijn slaande en schoppende agenten voor fascist waren uitgescholden, ‘zelfs Joodse agent Joop Querido,’ die in beeld werd gebracht.

Voor een gastles in de jaren negentig op de Politieacademie over het Nederlandse drugs- en alcoholbeleid werd ik aan de deelnemers voorgesteld. Een van hen herkende ik. Ik zei: “Ik ken u, u bent Joop Querido. U heeft mij 25 jaar geleden, op 19 maart 1966 om 15.15 op de Prinsengracht, in elkaar geslagen.” Querido: “Was jij dat?” Daarna hebben we lang met de deelnemers gesproken over veranderingen in de mentaliteit binnen het politiekorps.

Terecht wijst Thomas Smits erop dat provo de voorloper was van de kraakbeweging. De boodschap ‘Red een pandje, bezet een pandje’ werd per baksteen met glasgerinkel op de bureaus van makelaars en speculanten bezorgd.

Janhuib Blans, Amsterdam

Meer over