Opinie

Opinie: ‘Met alleen een baan is een ex-gedetineerde er nog niet’

Oud-gevangenen hebben op meer vlakken bijstand nodig dan alleen bij werk om op het rechte pad te blijven stelt directeur Gevangenenzorg Nederland Hans Barendrecht.

Hans Barendrecht
Na een gevangenisstraf komt er veel kijken bij het behouden van werk.  Beeld ANP
Na een gevangenisstraf komt er veel kijken bij het behouden van werk.Beeld ANP

‘Baan na celstraf houdt bajesklant niet op het rechte pad’, kopte Het Parool afgelopen vrijdag 25 maart. Volgens het artikel vallen ex-gevangenen die meteen na hun straf werk vinden vaak toch weer terug in crimineel gedrag. Het is jammer dat zo het beeld wordt opgeroepen dat een baan niet werkt. Het tegendeel is waar. Maar het gaat om meer dan alleen een baan.

Het is jammer dat in het artikel, dat is gebaseerd op een kamerbrief van de minister voor Rechtsbescherming, alleen wordt gesproken over werk en recidive. Andere leefgebieden als wonen, verslaving, sociaal netwerk en dergelijke worden niet genoemd. Want die elementen zijn belangrijk voor het kunnen behouden van een baan. Die leefgebieden komen wel aan de orde in het rapport waaraan de kamerbrief refereert: Binnen is Binnen. Leeropbrengsten van de Social Impact Bond ‘Werk na detentie’.

Uit het rapport blijkt bijvoorbeeld dat de deelnemers aan deze pilot problemen hebben op het gebied van schulden (51 procent), geen vaste woon- of verblijfplaats (21 procent), verslaving (29 procent) of psychische klachten (21 procent).

Als Gevangenenzorg Nederland houden wij ons ook bezig met arbeidstoeleiding. Uit ervaring weten we dat een baan alleen niet voldoende is. Het gaat er juist om dat een ex-gedetineerde zijn baan ook kan behouden. Daarom is het van groot belang om tijdens detentie te werken aan allerlei vaardigheden. Hoe reageer je bijvoorbeeld op spanningen op de werkvloer? Loop je ervoor weg, of maak je het bespreekbaar?

Wij hebben 6 jaar samengewerkt met de gevangenis van Krimpen aan den IJssel via het project De Compagnie. Vrijwilligers en ondernemers waren daar kind aan huis. De gevangenen kregen al in een vroeg stadium van detentie een vrijwilliger als maatje: iemand die luistert en meedenkt over zorgen die het vinden of behouden van een baan in de weg kunnen staan, zoals schulden, woonruimte en problemen in relaties. Die vrijwilliger bleef óók betrokken na detentie. Want dan komt het erop aan vol te houden.

Ook vroegtijdig contact tussen gevangenen en ondernemers is superbelangrijk. De gevangene ziet dat hij niet bij voorbaat afgeschreven is en de ondernemer ziet dat er genoeg gevangenen zijn die écht willen werken, maar het zonder hulp van buiten niet redden.

Financieel dienstverlener Social Finance heeft in 2019 een impactanalyse uitgevoerd over De Compagnie. Het berekende het maatschappelijk rendement op 220 procent. Inmiddels wordt met justitie samengewerkt om de lessen uit De Compagnie duurzaam te borgen in het reguliere detentieproces en beschikbaar te maken voor meer organisaties en meer gevangenen.

Hans Barendrecht, directeur-bestuurder Gevangenenzorg Nederland, Zoetermeer

Meer over