Opinie

Opinie: ‘Mannelijk brein te veel leidend bij bepalen autisme’

Als vrouw gediagnosticeerd worden met autisme ligt niet voor de hand, weet ook Fabiënne Kamphuis. ‘De instrumenten daarvoor zijn vandaag de dag nog altijd gebaseerd op het mannelijk brein.’

Fabiënne Kamphuis
Volgens Fabiënne Kamphuis worden autistische kenmerken nog altijd gebaseerd op mannelijke factoren. Beeld Getty
Volgens Fabiënne Kamphuis worden autistische kenmerken nog altijd gebaseerd op mannelijke factoren.Beeld Getty

“Ze is vast hooggevoelig, gewoon een vroege puber, misschien wat depressief, gaat wel weer over.”

Mijn ouders en ik stonden op en trokken de deur achter ons dicht. Dat was er weer één. Weer een psycholoog die niet verder keek dan een ditje of een datje. Het was welgeteld de vierde psycholoog die ik bezocht. Op mijn achtste stapte ik er voor het eerst bij één naar binnen.

Jeugd GGZ

Al op vroege leeftijd voelde ik me anders, alleen en onbegrepen. Ik wist dat er iets niet klopte. Maar mijn vinger erop leggen, dat kon ik niet. Zo erg kon het toch ook niet zijn, want ik leek als ieder ander, kwam mee als ieder ander en leefde als ieder ander. Daarnaast kwam ik uit een liefdevol gezin; mijn ouders nog altijd samen, nooit ruzie, echt een warm nest.

Rond mijn veertiende kreeg ik mijn eerste vriendje. We leken erg op elkaar, hij bleek autistisch. Wel vaker kon ik me opvallend goed aanpassen aan de mensen om me heen, dus dat stukje herkenning deed geen stof opwaaien. Hij was hij, ik was ik. Dat we elkaar goed begrepen, dat was liefde.

Hoe ouder ik werd, hoe meer mijn klachten verergerden. “Ik weet niet wat het is, ik kan niets meer voor je betekenen,” klonk de stem van de voorlaatste psycholoog die ik bezocht. “Ik weet gewoon niet hoe het moet, leven,” antwoordde ik, waarna ik smeekte om een doorverwijzing naar iemand die er wel wat mee kon, die me in ieder geval zou kunnen leren om te doen alsof ik er ook maar iets van had begrepen.

Binnen een half jaar kon ik terecht bij de Jeugd GGZ. Ditmaal werd ik niet alleen wekelijks ondervraagd – want praten, dat kon ik wel – maar legde ik ook testen af. Mijn intelligentie bleek bovengemiddeld hoog, mijn ruimtelijk inzicht uitermate slecht en ik, ik bleek autistisch.

Wat volgde was een overdreven verlangen naar antwoorden dat volgt op een dergelijke gebeurtenis. Het maakt dat je de antwoorden die je al die tijd dacht te hebben opeens in twijfel trekt; had ik het kunnen weten, hadden anderen dat moeten doen en hoe komt het dat beiden niet hebben doorzien wat na zestien jaar toch het geval bleek?

Mannelijke brein

Op internet las ik me in over autisme bij vrouwen en kwam ik erachter dat de huidige diagnose-instrumenten voor autisme nog altijd zijn gebaseerd op het mannelijk brein, terwijl autisme bij vrouwen dus net zo goed voorkomt. Vrouwen zijn echter zo goed in staat om hun sociale tekortschieten te maskeren, dat zelfs een klinisch psycholoog daar niet altijd doorheen prikt, zoals bij mij.

Bij het vinden van een antwoord op de vraag waarom vrouwen minder vaak gediagnosticeerd worden met autisme, is het ook belangrijk om te kijken naar hoe we in onze maatschappij denken over mannen en vrouwen. Er dient rekening gehouden te worden met de rollenpatronen die aan mannen en vrouwen worden toegeschreven.

Zo vallen jongens met een autismespectrumstoornis (ASS) bijvoorbeeld mogelijk minder op, omdat bij hen in het algemeen minder de nadruk ligt op sociaal- en communicatief gedrag. Dit in tegenstelling tot vrouwen die vanuit de maatschappij wél de noodzaak voelen zich aan te passen. Van hen wordt namelijk verwacht anderen te begrijpen, te analyseren. Als zij tegen iemand praten, moeten ze luisteren, interpreteren, gedachten vormen en tegelijkertijd een reactie geven. Uit eigen ervaring weet ik dat het veel energie kost.

Zelf weet ik inmiddels gelukkig erg goed hoe ik met mijn autisme om moet gaan en vind ik het vooral belangrijk om mezelf, los van mijn autisme, te ontwikkelen. Eerder bekeek ik veel dingen bijvoorbeeld erg zwart-wit, waardoor ik me regelmatig óf gelukkig óf ongelukkig voelde. Nu weet ik dat geluk een vrij relatief begrip is en dat we denken dat we allemaal naar hetzelfde streven, terwijl geluk voor iedereen een andere betekenis heeft en dat geluk ook kan betekenen dat je soms verdrietig bent.

Fabiënne Kamphuis Beeld
Fabiënne Kamphuis

Fabiënne Kamphuis is studente journalistiek en freelance tekstschrijfster voor diverse social media platformen en magazines.

Meer over