Opinie: ‘Leg de voordelen uit van tbs, maar liever niet als er net iets ernstigs is gebeurd’

De tbs kampt met een slecht imago, door alle negatieve aandacht na incidenten of delicten. Laat zien wat tbs-behandeling inhoudt en wees transparant over de positieve cijfers, bepleit forensisch psychiater Lilian Kuipers.

Het Parool
Forensisch psychiatrisch centrum 2landen  in Utrecht. Beeld ANP
Forensisch psychiatrisch centrum 2landen in Utrecht.Beeld ANP

Berichtgeving rondom de recente ontsnapping uit de Pompestichting van de Amsterdamse Luciano D. en Sherwin W. − zoals onder andere in Het Parool van 22 juni en 14 juli − maar ook artikelen over de verdachte van de moord op de 9-jarige Gino in Limburg versterken het negatieve beeld van forensische psychiatrie en de tbs.

De tbs is een groot goed binnen het Nederlandse rechtssysteem, maar kampt met een fors imagoprobleem. Instellingen zijn geneigd bij incidenten de poorten te sluiten en dicht te klappen als een oester. Ik pleit ervoor deze oester te openen.

De rechter kan bij ernstige delicten tbs opleggen wanneer sprake is van een stoornis en daaruit voortkomend gevaar op recidive. Stoornissen die kunnen leiden tot oplegging van een tbs-maatregel lopen uiteen van psychoses tot persoonlijkheidsstoornissen. Dit betekent een grote diversiteit aan patiënten en behandel­trajecten. In de maatschappij wordt vaak generaliserend gesproken over deze gemêleerde groep, maar er bestaat niet zoiets als ‘de tbs’er’.

De nuance in de maatschappelijke discussie over de tbs ontbreekt. Men zegt: “Geef hem tbs, sluit hem op en gooi de sleutel weg!” Tbs is echter uitdrukkelijk geen straf maar een behandelmaatregel, gericht op resocialisatie. Zorg en (maatschappelijke) veiligheid zijn de belangrijkste pijlers binnen de behandeling.

Genuanceerde informatie

Tbs-klinieken blijven voor veel mensen een ‘black box’. Burgers hebben geen idee wat er achter de kliniekmuren gebeurt. Informatie over de tbs wordt vaak reactief gegeven; naar aanleiding van nieuwe, ernstige delicten, ­incidenten in de kliniek of ontsnappingen. ­Professionals uit het werkveld zijn vaak terughoudend met het geven van reacties of deel­name aan de maatschappelijke discussie.

Dat is enerzijds invoelbaar vanwege zaken als het beroepsgeheim en de angst voor klachtprocedures, maar anderzijds veelal onnodig. ­Algemene informatie verstrekken is namelijk geen probleem en juist genuanceerde informatie van professionals is op dergelijke momenten van groot belang.

Die genuanceerde informatie laat onder andere zien dat er vorig jaar 68.052 verlofmomenten zijn geweest en slechts 21 onttrekkingen aan het verlof (te laat terugkeren van verlof meegeteld). Dit maakt het percentage onttrekkingen dus kleiner dan 0,1. In 2021 waren er geen ontsnappingen.

Uit recidivecijfers in de periode 2011-2015 blijkt dat 19,2 procent van de ex-patiënten uit de tbs binnen twee jaar recidiveert (ook met kleinere delicten zoals winkeldiefstal of vernieling). Na reguliere detentie ligt dit percentage beduidend hoger: op 47.

Het bespreken van deze feiten op het moment dat er net een incident rond tbs heeft plaats­gevonden, wordt door de maatschappij vaak ­ervaren als verkooppraatje. Dat moet dus ­gebeuren op minder beladen momenten.

Wanneer sprake is van schokkende gebeurtenissen of ernstige incidenten zijn mensen begrijpelijkerwijs geëmotioneerd en dan kunnen primaire en ongenuanceerde reacties volgen. Dit doet het imago van de tbs geen goed en houdt de vicieuze cirkel in stand: professionals zijn door heftige reacties terughoudend en dat leidt tot nog meer onbegrip.

Angstig toekijken

Recentelijk bezocht ik het lustrumcongres van de Vereniging van tbs-advocaten. Hier sprak Patricia van Reekum, Hoofd Behandeling in een tbs-kliniek. Zij vertelde op deskundige en bevlogen wijze hoe behandelingen in de tbs worden vormgegeven en hoe er verandering wordt bewerkstelligd.

Een ervaringsdeskundige vertelde over zijn behandeltraject en de door hem doorgemaakte verandering. De ­forensische sector moet wat dit betreft de vlucht voorwaarts nemen en het podium pakken, in plaats van angstig toekijken en pas ­reageren als er geen ontkomen meer aan is.

Mijn oproep aan allen in de sector is dan ook: open de oester, laat zien wat er in de black box gebeurt, beantwoordt vragen en zoek een manier om je verhaal te delen. Dat verdient de maatschappij, maar dat verdienen ook de patiënten in de tbs.

Lilian Kuipers, forensisch psychiater in het Pieter Baan Centrum, plaatsvervangend opleider forensische psychiatrie NIFP. Beeld
Lilian Kuipers, forensisch psychiater in het Pieter Baan Centrum, plaatsvervangend opleider forensische psychiatrie NIFP.
Meer over