Lezersbrief

Opinie: ‘Laat de overheid iedereen compenseren voor de spaartaks’

Waarom bestempelt de Belastingdienst het terugbetalen van onrechtmatig geheven spaartaks als ‘een complexe operatie’? De oplossing is namelijk simpel, schrijft Ludo Grégoire.

Ludo Grégoire
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Het kabinet zoekt naar een oplossing voor de spaartaks (Het Parool, 2 februari). Eind december oordeelde de Hoge Raad dat er onrechtmatig belasting is geheven over spaargeld. Velen wijzen op een potentieel onrecht: wanneer de overheid alleen burgers die bezwaar gemaakt hebben tegen het fictief rendement op spaargeld gaat compenseren voor de spaartaks.

Wat mij betreft mag – onparlementair gezegd – de pleuris uitbreken wanneer de regering zo’n kille weg zou kiezen. Want ik ben een consuminderende sociaaldemocraat, die loyaal en zonder mopperen een flinke mep belasting betaalt, omdat ik ervaar dat het belastinggeld in Nederland over het algemeen goed besteed wordt. Beleggen past niet bij mij, belastingontwijking al helemaal niet. Ik heb als ‘participerende burger’ een behoorlijke spaarreserve opgebouwd vanwege het voorzorgsbeginsel: ik wil niet van anderen afhankelijk zijn wanneer ik in de toekomst, bijvoorbeeld vanwege ouderdom, extra hulp nodig heb. En dus mag ik verwachten dat de overheid mij eerlijk behandelt.

Machteloze boosheid ervaar ik alvast bij het commentaar van de Belastingdienst: “Los van de fiscaal-technische discussie en de grote budgettaire gevolgen gaat het hierbij ook om een in de uitvoering complexe operatie. Want die kan de fiscus op dit moment noch wat betreft personeel noch wat betreft ICT aan.”

Volgens mij is de oplossing vrij simpel. Omdat het in werkelijkheid behaalde rendement (rente minus inflatie) op spaargeld over de periode van de spaartaks nul of negatief is, is het rechtvaardig om álle spaartaks aan de betreffende burgers terug te betalen. Alle benodigde gegevens zitten in de computers van de fiscus. Die terugbetaling zou gerust over twee tot vijf jaar gespreid kunnen worden, naargelang de hoogte van de restitutie.

Voor mensen met ander vermogen dan spaargeld (de aandelen- en meerhuizenbezitters) kan het fictief rendement van 4 procent gehandhaafd blijven, want dat rendement is in de achterliggende jaren ruim gehaald; het werkelijke rendement met terugwerkende kracht berekenen, belasten en innen lijkt mij onmogelijk.

Maar wanneer vanaf 2022 de werkelijke opbrengsten op dit vermogen progressief belast worden, kan daarmee de restitutie van de belasting op spaargeld bekostigd worden. Met zo’n oplossing zou de overheid enigszins kunnen corrigeren voor een systeem waardoor de rijken rijker en de armen armer worden. Ook om de betonrot in onze democratie te verminderen.

Ludo Grégoire, Leiden

Meer over