Opinie

Opinie: ‘Laat bindend correctief referendum doorgaan, om vertrouwen in politiek terug te winnen’

Het CDA is niet van plan voor het bindend correctief referendum te stemmen. Dat is onverstandig, stelt Sebas Lammers, want als de bevolking invloed heeft op de besluitvorming, voelt ze zich meer serieus genomen.

Sebas Lammers
Joost Eerdmans (JA21), Renske Leijten (SP), Ronald van Raak, Boris van der Ham en Martin Bosma (PVV) tijdens een debat met de Tweede Kamer over het bindend correctief referendum.  Beeld ANP
Joost Eerdmans (JA21), Renske Leijten (SP), Ronald van Raak, Boris van der Ham en Martin Bosma (PVV) tijdens een debat met de Tweede Kamer over het bindend correctief referendum.Beeld ANP

Het bindend correctief referendum gaat er niet komen. In de vorige Tweede en Eerste Kamer behaalde de initiatiefwet van de SP een meerderheid, maar omdat het een Grondwetswijziging vereist, moet het nog een keer met tweederdemeerderheid worden goedgekeurd door beide Kamers. Ondanks veel twijfel heeft het CDA besloten niet voor te stemmen, en dit is onverstandig.

Het bindend correctief referendum is bedoeld om het volk de mogelijkheid te geven aangenomen wetgeving tegen te houden. Hiervoor moet van tevoren een bepaald aantal handtekeningen worden opgehaald. Vervolgens kunnen kiesgerechtigden voor of tegen het wetsvoorstel stemmen, en in tegenstelling tot het raadgevend referendum dat Nederland had tussen 2015 en 2018 moet de politiek dit overnemen.

De afgelopen jaren is naar aanleiding van het rapport Lage drempels, hoge dijken uit 2018 van de Staatscommissie parlementair stelsel onder leiding van Johan Remkes het voorstel voor een bindend correctief referendum in stemming gebracht. Aangezien het CDA de wet landelijk niet wilde doorvoeren, werd het aangepast naar lokaal niveau. Toch ging de partij ook hier niet mee akkoord.

Laag vertrouwen

Uit meerdere onderzoeken en peilingen blijkt dat Nederland in een vertrouwenscrisis verkeert. Eind 2021 wees Rotterdams onderzoek uit dat minder dan 30 procent vertrouwen heeft in de overheid. Er werd zelfs over een laagvertrouwensamenleving gesproken. Het meest recente Burgerperspectieven 2021 van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) constateerde dat slechts 40 procent vertrouwen heeft in de politiek. Verder blijkt uit de laatste peiling van EenVandaag dat maar 17(!) procent in het huidige kabinet gelooft.

Volgens het SCP noemen respondenten vaak actuele voorbeelden ter verklaring van het lage vertrouwen. Denk aan het ‘functie-eldersdebat’, de (nasleep van de) coronacrisis of het toeslagenschandaal. Ook blijkt uit het rapport Atlas van Afgehaakt Nederland en uit onderzoek van hetzelfde SCP dat opvattingen van mensen met een ‘lagere’ opleiding en een lager inkomen vaak minder goed worden meegenomen in besluitvorming. Dit deel van de samenleving voelt zich nauwelijks gehoord en heeft minder vertrouwen in de politiek.

Politicoloog Tom van der Meer stelt terecht dat deze vertrouwenscrisis kortstondig kan zijn, mits het functioneren van de politiek verbetert. Nu heeft Remkes juist naar dit onderwerp onderzoek gedaan. Hij stelde dat het parlementaire stelsel niet voor iedereen goed werkt. Een andere politiek-democratische cultuur wordt vereist en meer zeggenschap kan hieraan bijdragen. Hij deed meerdere aanbevelingen en het bindend correctief referendum was hier één van. Deze aanbeveling is nu meer dan ooit nodig.

Gemiste kans

Het referendum is een middel om het vertrouwen in de politiek te verhogen, aangezien mensen behoefte hebben aan meer zeggenschap. Zij willen vooral aan de noodrem kunnen trekken en daarom wordt deze referendumvorm geadviseerd. Zwitserland kent het referendum al erg lang en daar is het vertrouwen in de politiek een stuk hoger.

SP’er Renske Leijten stelde terecht dat ook wij referenderen kunnen leren. Een ander argument dat voor referenda pleit, is dat er soms door de vele compromissen een wet wordt aangenomen waar de meerderheid niet achter staat. Met dit instituut bestaat de mogelijkheid dit te corrigeren.

Tegenstanders beweren vaak dat politieke onderwerpen te lastig zijn voor het volk en te complex voor een simpele voor- of tegenstem. Deze argumentatie gaat mank. Referenda gaan puur over de inhoud en mensen informeren zich juist bij referenda goed over het betreffende onderwerp, mede doordat er veel debat in de samenleving ontstaat. Daarbij stemmen Kamerleden ook slechts voor of tegen een wetsvoorstel. Bij een referendum is dit niet anders. Kortom, het is een gemiste kans het referendum niet in te voeren.

Met het bindend correctief referendum is de bevolking de optionele vierde macht. In het huidige stelsel wordt er veel gepraat, maar garantie dat hier naar wordt geluisterd is er niet. Meerdere onderzoeken geven aan dat deze referendumvorm kan bijdragen aan het verhogen van het vertrouwen, en in een land met een vertrouwenscrisis is het teleurstellend dat dit niet doorgaat.

Sebas Lammers, student geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.
 Beeld
Sebas Lammers, student geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.