Opinie

Opinie: ‘Jongerenorganisaties hadden tijdens de lockdowns buiten sporten beter moeten faciliteren’

Dit zijn de ingezonden brieven van vandaag. Ook een bijdrage leveren? Lees hier hoe dat kan.

Het Parool
null Beeld Getty Images/EyeEm
Beeld Getty Images/EyeEm

Depressieve jongeren

Ik reageer op de uitspraak van een jonge student die verzucht: “Als je geen echte lessen hebt en alles dicht is, heb je ook geen reden om naar buiten te gaan,” in het artikel van Raounak Khaddari van woensdag 19 januari. Ik weet wat eenzaamheid en depressiviteit inhouden en weet dat het dan moeilijk is om jezelf te motiveren. Toch heb ik moeite met het feit dat zoveel jongeren in psychische problemen zijn gekomen.

Als jongeren tijdens de lockdowns zelf niet op de gedachte kwamen om in kleine groepjes buiten te sporten, waarom hebben jongerenorganisaties of studentenpastores of - psychologen hierbij niet het voortouw genomen? Zoals in Noord sinds jaren al het buiten sporten voor (minder draagkrachtige) senioren wordt gefaciliteerd door gemeente en welzijnswerk?

Dankzij die sportgroepjes ben ik de lockdown goed doorgekomen, met soms wat burgerlijke ongehoorzaamheid misschien. Maar alles voor het goede doel: gezond blijven. Bewegen en in contact staan met anderen is daarbij heel belangrijk.

Blijft natuurlijk overeind dat in alle persconferenties van Rutte en De Jonge over een gezonde leefstijl om je weerstand te verhogen zelden iets is gezegd.
Lien Bos, Amsterdam

Paard versus pony

Leuk stukje van Joep Engels in Het Parool van woensdag 19 januari, over het paard van Ivanhoe dat waarschijnlijk een pony was. Maar de mededeling dat wij een schofthoogte van 1,80 meter nu normaal vinden, klopt niet. Overdrijven is ook een kunst; 1,70 meter vinden wij een redelijke stokmaat voor een paard. De beroemde paarden van dressuurcoryfee Anky van Grunsven, Bonfire en Salinero, waren allebei flinke jongens, met hun 1,72 meter, en de legendarische hengst Totilas waarmee Edward Gal triomfen vierde, was 1,70 meter hoog.
Ingrid Brouwer, Amsterdam

Kindt Clinics

Fijn dat angstcoach Mike Hoffmeister de methode van Kindt (Het Parool, 15 januari) interessant vindt, maar ongelooflijk jammer dat hij het wegsturen bij de huisarts ‘met een pilletje’ op één lijn plaatst met wat er bij Kindt Clinics gebeurt. Ik werk al een paar jaar als vrijwilliger met de therapeuten van Kindt Clinics en kom er met mijn hond, een Duitse staande korthaar, om mensen te helpen hun angst voor honden te overwinnen.

En dat ene pilletje maakt een wereld van verschil voor de cliënten; van extreem angstig — en dan heb ik het over huilen, gillen, zweten, bibberen e.d. — naar een persoon die de volgende dag zoveel rustiger is, de hond durft te aaien, snoepjes durft te geven en zelfs met hem aan de lijn naar het park durft te gaan. Niets dan lof voor de therapeuten van Kindt Clinics en hun begeleiding.
Jolande de Bont, Amsterdam

Meer over