Opinie

Opinie: ‘Je verplaatsen in minder-opgeleiden is extra belangrijk in tijden van crises’

De coronacrisis was al heel moeilijk voor minder-opgeleiden, maar de inflatiecrisis, energiecrisis en andere crises die het leven duurder maken zullen hen onevenredig sterk onder druk zetten, stellen Paul van Lange en Sam Slewe.

Paul van Lange en Sam Slewe
Negatieve beelden in de samenleving laten zich moeilijk rijmen met de feiten. Zo dragen vele minder-opgeleiden, zoals schoonmakers, op geweldige wijze bij aan onze maatschappij, stellen Van Lange en Slewe. Beeld ANP
Negatieve beelden in de samenleving laten zich moeilijk rijmen met de feiten. Zo dragen vele minder-opgeleiden, zoals schoonmakers, op geweldige wijze bij aan onze maatschappij, stellen Van Lange en Slewe.Beeld ANP

Veel krantenlezers zullen het wel weten. Mensen met minder onderwijs leven pakweg zes jaar minder lang dan mensen die een hogere opleiding hebben genoten. Het wordt nog schrijnender als je beseft dat het met het verschil in aantal gezonde levensjaren nog ernstiger gesteld is. Overigens mogen we opleiding hier ook vervangen door sociale klasse of sociaal-economische status. We zien vaak hetzelfde verschil. Vooral in tijden van crises is het van belang dat we oog krijgen voor hun situatie, want de crises zullen vooral hen treffen.

Het verbaast ons keer op keer dat keiharde gegevens over sociale klasse en gezondheid niet een sterker gevoel van onrechtvaardigheid oproepen in de maatschappij. We zien bijvoorbeeld nooit vacatures waarbij diversiteit ook gekoppeld wordt aan opleidingsniveau van ouders als een indicator van sociale klasse. Dit in tegenstelling tot de VS waar soms wordt gewerkt met de term first generation college graduate, een positieve term om aan te geven dat de ouders niet hoog opgeleid zijn. Soms is zelfs sprake van zéér expliciete discriminatie, zoals RTL Nieuws onlangs meldde. Nikki werd toegang tot een populair studentencafé in Utrecht geweigerd omdat ze een mbo-opleiding voor schoonheidsspecialist volgt. Haar vriendinnen die een hbo-opleiding volgen waren wél welkom. En soms wordt de hele groep mensen met minder opleiding weinig vleiend weggezet als ‘tokkie’.

Gevolg van kansen krijgen

Deze negatieve beelden laten zich moeilijk rijmen met enkele feiten. Ten eerste dragen velen van hen op geweldige wijze bij aan onze maatschappij. Mensen met een relatief lage opleiding besturen ons in het openbaar vervoer, zorgen voor onze koffers op Schiphol, en er is een gerede kans dat ze ons ooit zullen verzorgen in het ziekenhuis of verpleeghuis. Ten tweede is een ‘hogere opleiding’ ook vaak een gevolg van kansen krijgen. Onderzoek in de sociale en gedragswetenschappen laat zien dat onderwijzers en leraren minder prestaties verwachten van kinderen uit lagere sociale klassen. Het gevolg is dat kinderen van minder opgeleide ouders vaak minder kansen krijgen aangereikt, waardoor verwachtingen zich al snel omzetten in realiteit.

En ten slotte zijn er vele andere factoren waardoor kansen minder groot zijn. Minder opgeleide ouders kunnen hun kinderen gemiddeld genomen minder inspireren tot een hogere opleiding, want (gebrek aan) ervaring is zéér belangrijk. Minder opgeleide ouders zijn ook minder in staat om kinderen te ondersteunen met prijzige bijles of aansluiting te zoeken bij beter opgeleiden die meer betalen voor de clubs waar ze lid van zijn. En minderopgeleide ouders zijn minder in staat de kinderen een rustige omgeving voor studie te bieden en waarbij een ‘eigen kamer’ eerder uitzondering dan regel is.

Gebrek aan contact

Waarom niet méér waardering? Er zijn tal van verklaringen, maar één van de belangrijkste verklaringen is het gebrek aan contact tussen mensen met verschil in opleiding. Vooral een-op-eencontact is belangrijk, maar ook individuele verhalen kunnen een verschil maken. Mensen die het goed hebben, zijn geneigd hun welvaart te verklaren door inzet, talent of succes. Impliciet denkt men vaak dat mensen in minder goedbetaalde beroepen daar zijn terechtgekomen door minder inzet, talent of succes. Verder denken is vaak niet in het belang van de hoogopgeleide persoon en daardoor zijn deze impliciete beelden vaak zeer hardnekkig. Zonder contact is er weinig kans op correctie.

In de tijden van crises is het juist extra belangrijk dat we verder denken. Empathie voor, en vooral het zich verplaatsen in minder-opgeleiden, wordt cruciaal. De coronacrisis was al extra moeilijk voor minder-opgeleiden, maar de inflatiecrisis, de energiecrisis en andere crises die het leven duurder maken, zal de minder opgeleiden onevenredig sterk onder druk zetten. Met een overheid die eigen verantwoordelijk belangrijk vindt, wordt het extra belangrijk ons af te vragen hoe we ervoor kunnen zorgen dat ‘we’ ons meer verplaatsen in mensen met minder opleiding. (Met ‘we’ richten we ons inderdaad vooral op de relatief hoogopgeleide krantenlezer).

Misschien helpt het om redenen te bedenken waarom zij minder kansen hadden dan jij. Misschien helpt het om te denken aan de eigen bijles die jou wél verder heeft gebracht. Misschien helpt het als je denkt aan de persoon die voor een schamel salaris zorgt voor de koffers op Schiphol. En als dat allemaal niet helpt, denk dan aan alle onderbetaalde mensen in de zorg die vrijwel niets anders doen dan zich verplaatsen in anderen.

Paul van Lange is hoogleraar aan de Vrije Universiteit.  Beeld -
Paul van Lange is hoogleraar aan de Vrije Universiteit.Beeld -
Sam Slewe is research masterstudent aan de Vrije Universiteit. Beeld -
Sam Slewe is research masterstudent aan de Vrije Universiteit.Beeld -
Meer over