Opinie

Opinie: ‘Je hoeft geen kaal hoofd te hebben om geconfronteerd te worden met kanker’

De scheldwoorden ‘kk’ of ‘kanker’ worden veelvuldig gebruikt. Het is tijd voor een andere trend, schrijft Maud Reijntjes.

Maud Reijntjes
null Beeld Getty Images/EyeEm
Beeld Getty Images/EyeEm

Tussen kerst en oud en nieuw heb ik de eerste seizoenen Mocro Maffia, een geniaal geproduceerde serie over Amsterdamse drugscriminaliteit, voor de derde keer gebinged. Hier en daar hoorde ik de mening dat de serie de daders van onder meer gruwelijke liquidaties romantiseert. Ergens snap ik die mening, maar deze serie toont vooral de bittere realiteit.

Niet alleen het fysieke geweld vormt in mijn ogen die bittere realiteit; ook verbaal valt mij het een en ander op. Het klakkeloos gebruik van het woord ‘kanker’ of ‘KK’, in wat voor vorm dan ook, kan niemand ontgaan. Zelfs de titel van een aflevering in seizoen twee van Mocro Maffia luidt: Welke kk zwemles. Dit is geen aanval op de producenten van deze serie, maar een aanval op de samenleving, die dit probleem in de doofpot lijkt te stoppen.

Het is absoluut niet nieuw voor mij dat dit woord veelvuldig wordt gebruikt. Ik ben zelf 26 en hoor het woord al een jaar of tien om mij heen. Een stuk korter dan mijn leeftijdgenoten, denk ik, omdat ik in een klas zat met een meisje dat op 12-jarige leeftijd overleed aan leukemie. Het woord werd vanzelfsprekend zes jaar lang niet in onze klas gebruikt, het was te confronterend. Om boze reacties van getuigen tegen te gaan – al sluit ik niet uit dat ik het weleens heb gezegd na het stoten van mijn teen.

Uiteraard hebben veel jongeren (gelukkig) niet deze directe confrontatie gehad, die komt vaak pas een aantal decennia later. Daardoor blijven jongeren het scheldwoord onbewust gebruiken na het eindexamen, op het sportveld, in hun studententijd, op het werk en in sociale media. Tegen de tijd dat je begin dertig bent, komt (hopelijk) het besef dat mensen daadwerkelijk sterven aan Covid-19, een hartaanval of kanker.

Tijd voor een andere trend

Terwijl ik dit schrijf, hoor ik mensen denken: ‘Wat een aansteller. Als ik dit woord zeg, bedoel ik helemaal niet de ziekte’. Hier heb ik geen duidelijk weerwoord tegen. Het is dat ook niet zo dat ik mensen die het woord gebruiken schuldig wil maken.

Het scheldwoord is een zogeheten trend, zeker sinds de jaren negentig – sinds dat moment kan ik luisteren, ik vind er geen literatuur over. Ik wil niemand beschuldigen. Wat ik wel wil meegeven, is dat het tijd is voor een andere trend. Doe ‘Covid-19’ maar niet, dat confronteert ook genoeg mensen en het bekt niet echt lekker. Zullen we weer met zijn allen ‘fucking’ gebruiken? Of desnoods nagenoeg uitgestorven ziektes als ‘tering’? Je weet namelijk niet wie er in je kamer/game/Snapchatgroep/voetbalteam wél direct pijn ondervindt en associaties maakt met een heel verdrietige periode. Je hoeft geen kaal hoofd te hebben om geconfronteerd te worden met kanker. En dat geldt toch iets minder voor ‘kolere’ of ‘pleures’ (ja, dat zijn ziektes).

Middels #tegenKK wordt door KWF bewustzijn gecreëerd met als doel het schelden met kanker te stoppen. De F|Fort Foundation zet zich in voor het mentale welzijn van jongeren met kanker en omarmt het initiatief #tegenKK.

Oprichter en voorzitster van de F|Fort foundation, maar bovenal mijn lieve vriendin Floor van Liemt, overleed op oudjaarsdag op 24-jarige leeftijd aan uitgezaaide longkanker. Dezelfde avond werd ik in een minuut drie keer aan de oorzaak van haar overlijden herinnerd door een groepje studenten toen ik uit het raam keek en me afvroeg welke (verboden) vuurpijl Floor zou zijn geweest. Ik wil deze studenten hierbij bedanken voor de bittere reminder om naast de ziekte ook tegen het scheldwoord te vechten.
Maud Reijntjes, Amsterdam

Meer over