Opinie

Opinie: ‘Het Groote Museum in Artis mag wel wat grotere vragen stellen’

Politicoloog Pieter Lagerwaard had een verwarrende ervaring in het Groote Museum. Het gerenoveerde gebouw is een aanwinst, maar de inhoud is infantiel en onsamenhangend.

Pieter Lagerwaard
Het Groote Museum in Artis: een veelvoud aan boodschappen.  Beeld Sophie Saddington
Het Groote Museum in Artis: een veelvoud aan boodschappen.Beeld Sophie Saddington

Artis heeft er een nieuw museum bij: het Groote Museum. Het is gevestigd in het prachtige Hoofdgebouw, waar tot 1947 het genootschap Natura Artis Magistra huisde. Het museum pretendeert de ‘grote vragen van deze tijd te stellen’ door te onderzoeken ‘waar we vandaan komen, hoe we verbonden zijn en waarvan we afhankelijk zijn’. Hoewel de renovatie van dit museumgebouw een aanwinst is, stelt de inhoud teleur. Het museum stelt geen grote vragen, maar beleert en draagt een veelvoud aan boodschappen uit die door de bezoeker nauwelijks te verbinden zijn.

Het museum heeft grote ambities. Het gaat over ‘de verbinding tussen mens en het overige leven op deze aarde’, aldus artistiek leider Haig Balian. De onderwerpen zijn natuur, technologie, de staat van de aarde, de bio-industrie, geuren, de clitoris, plantenwortels, en vele andere. Er hebben kunstenaars aan meegewerkt, een kleuronderzoeker, een techniekfilosoof, een animator en een sounddesigner. Volgens Artis-directeur Rembrandt Sutorius prikkelt het museum de zintuigen en laat het je ‘misschien ook even in verwarring achter’.

Reusachtig vraagteken

Wanneer je bij binnenkomst de authentieke vlindertrap naar boven neemt, waar het museum zich bevindt, begint inderdaad de verwarring. Een reusachtig vraagteken staat imposant in een lege ruimte. Je kunt er jezelf zien in een spiegel, maar waarom je jezelf ziet wordt niet uitgelegd. Verder is er geen plattegrond van het museum, geen uitleg waar het over gaat, en er wordt geen route aangegeven. Je kunt naar links of naar rechts. Beide zalen lijken even groot, wat de tweestrijd gelijkwaardig maakt.

Verdwaasd bewogen mijn partner en ik naar rechts. We vielen terug op gangbare museumrituelen: met de klok mee de ruimte door. De eerste vitrine toont hoe plantenwortels zout in de grond ontwijken. Een paar meter verderop keken we naar een levensgroot beeldscherm van het menselijk lichaam. Weer een paar meter verder kregen we onze persoonlijke planetaire voetafdruk te zien, berekend door kunstmatige intelligentie. Daarna ging het over groepsgedrag en weer een paar meter verder kon je een soort monsterjas aantrekken waardoor je je even geen mens voelt. In het hoekje over technologie aan het einde van de zaal staat een robot met een bijl in zijn nek.

Ondanks, of waarschijnlijk dank zij, al deze ‘ervaringen’ is het onduidelijk wat de grote vragen precies zijn. Het museum stelt ook geen vragen aan de bezoeker, maar vertelt gefragmenteerde, belerende boodschappen. Zo wordt mij getoond en verteld dat de mens boven zijn stand leeft; wat mijn voetafdruk is; dat ik natuur ben. Op de balustrade vind je zelfs een stellige biologisch-deterministische definitie van de zin van het leven: voortplanting! In plaats van algehele verwondering of grote overkoepelende vragen, beklijven enkel de onderliggende gefragmenteerde en morele boodschappen.

Belerend en willekeurig

Intussen moet je als bezoeker veel zelf doen. Je moet je eigen weg zien te vinden door het gefragmenteerde landschap en je wordt daarbij behandeld als een kind: dat constant knoppen moet indrukken of bedienen, in dingen moet kijken, koptelefoons moet opzetten of andere, vaak infantiele activiteiten moet ondernemen om aan informatie te komen. Volgens Balian gaat het museum ‘over jou de bezoeker. Je neemt letterlijk jezelf mee’. In de praktijk staan de bezoekers op drijfzand, hopeloos drukkend op knopjes om houvast te vinden. Het reusachtige vraagteken in het centrum van het museum, is bijna een cynisch symbool voor de visie- en stuurloosheid van de hele expositie.

Het Groote Museum is belerend en willekeurig, en daarmee zowel beknellend als stuurloos. De afzonderlijk mooie en kunstzinnige projecten brengen allemaal een eigen boodschap, die je moet zien te bevatten terwijl er zo nu en dan een audiotrein loeihard door de zaal rijdt of een vader langsloopt in een monsterpak. Een museum over grote vragen hoeft niet perse te verwarren, maar zou een serieuze tentoonstelling kunnen neerzetten met een samenhangend verhaal over de verwevenheid van mens en natuur. Het vraagteken zou leidend moeten zijn, niet het doel.

Pieter Lagerwaard is promovendus politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en docent bij PPLE College.

Pieter Lagerwaard  Beeld
Pieter Lagerwaard
Meer over