Opinie

Opinie: ‘Herdenk Keti Koti juist níet met een aparte feestdag’

De vele pleidooien om van Keti Koti een nationale feestdag te maken zijn sympathiek, maar het is geen goed idee, meent Ludo Grégoire. Een algemene vrijheidsdag zou beter zijn.

Ludo Grégoire
Keti Koti in het Oosterpark in 2022. Beeld Eva Plevier
Keti Koti in het Oosterpark in 2022.Beeld Eva Plevier

Geen weldenkend mens zal het belang van de afschaffing van de slavernij betwisten. Evenmin dat de dag van Keti Koti (ketenen verbroken), 1 juli 1863, een jaarlijkse gedenk- en feestdag waard is.

Pas sinds 2002 wordt Keti Koti in verschillende grote steden in Nederland gevierd, maar het is geen nationale feestdag. Voor het toekennen van het predicaat ‘nationaal’ werd in relatief kleine kring wel gepleit, maar dit streven heeft pas sinds een paar jaar meer aandacht gekregen.

Mede als gevolg van Black Lives Matter kreeg het meer momentum en kwam er politieke steun. PvdA, GroenLinks, D66, Bij1 en Denk hebben het punt formeel omarmd, de ChristenUnie zit daar dicht tegenaan. Inmiddels bepleitten de vier grootste Nederlandse steden en ruim 62.000 petitie-ondertekenaars Keti Koti als nationale feestdag.

Omdat de tot slaaf gemaakten na de formele afschaffing nog tien jaar lang verplicht werden op de plantages te blijven werken, waren ze pas echt vrij in 1873. En daarmee is het jaar 2023 in zicht om Keti Koti groots te vieren. Immers: 150 jaar is een mooi rond getal om ‘vrijheid van slavernij’ te gedenken. Het jaar 2023 wordt dus ook genoemd als het jaar dat Keti Koti ‘eindelijk’ een nationale feestdag zal worden: de bekroning van de strijd, de kers op de taart. Maar hoe begrijpelijk en sympathiek dat streven ook is, het is geen goed idee.

Relatie met verleden

Het gaat namelijk niet lukken Nederlanders substantieel te engageren met het gevoel dat bezinning op ons slavernijverleden en de gevolgen daarvan een tweezijdig nationale kwestie is en niet alleen iets van de nazaten van de tot slaaf gemaakten en die van de ‘daders’. Dat komt doordat het te lang geleden is, omdat zeer veel Nederlanders zelf geen connectie hebben met dat verleden. Niet zoals de connectie met de Tweede Wereldoorlog.

En versnippering dreigt: Dodenherdenking (4 mei), Bevrijdingsdag (5 mei), Keti Koti (1 juli), Dag tegen de mensenhandel (18 oktober), Internationale dag tegen seksuele uitbuiting (4 maart). Allemaal dagen voor belangrijke onderwerpen, maar het is ondoenlijk en onverstandig om al die dagen tot een afzonderlijke, nationale gedenkdag uit te roepen. Zonder ruime facilitering voor scholing, tentoonstellingen, festivals, herdenking en viering is het predicaat ‘nationaal’ nogal gratuit. Mislukking ligt dus op de loer en dat moet en kan voorkomen worden.

Als we zo veel mogelijk Nederlanders blijvend willen engageren is het noodzakelijk om voor een hogere verbindende waarde zoals ‘vrijheid’ een officiële feestdag in te stellen: Bevrijdingsdag omvormen tot Dag van de Vrijheid zoals het Comité 4 en 5 mei in 2021 suggereerde of stel een Vrijheidsdag in zoals de Staatscommissie Parlementair Stelsel in 2018 heeft voorgesteld.

De gekozen naam blijft weg bij bepaalde ­vormen van onvrijheid: oorlog, slavernij, uitbuiting, mensenhandel, kinderarbeid, onderdrukking, (culturele) genocide, gedwongen huwelijken, misbruik. Even belangrijk: op de dag die aan deze Vrijheidsdag voorafgaat is er tijd en gelegenheid om alle slachtoffers van onvrijheid te herdenken.

Bevrijdingsdag omdopen tot Dag van de Vrijheid of Vrijheidsdag heeft het bijkomend voordeel dat ook generaties en bevolkingsgroepen die verder af staan van de Tweede Wereldoorlog of slavernij er herkenning en inspiratie in kunnen vinden. Uiteraard kunnen mensen die dat willen daarnaast Keti Koti vieren en daarvoor een vrije dag nemen. Zo schaalt het belang van Keti Koti vanzelf mee met het aantal deelnemers (feestverwanten).

Pragmatisch handhaven

Wat mij betreft is elke ‘slim gekozen’ datum acceptabel. Het gaat om een datum met de grootste kans op gehele acceptatie. We mogen ons daarbij realiseren dat 5 mei weliswaar officieel Bevrijdingsdag is vanwege het feit dat de nazi’s zich op 4 mei 1945 onvoorwaardelijk hebben overgegeven, terwijl grote delen van Nederland al vóór die datum werden bevrijd. Als geboren en getogen Maastrichtenaar heb ik 14 september, de dag dat de stad in 1944 werd bevrijd, nooit als Bevrijdingsdag ervaren noch gevierd.

Met andere woorden: in de praktijk blijkt de gekozen datum er weinig toe te doen; het gaat om de wijze waarop een gekozen datum in het nationale geheugen gevestigd wordt. De combinatie 4 en 5 mei voor de Dag van de Vrijheid of Vrijheidsdag heeft een groot en onbetwist draagvlak binnen de Nederlandse bevolking. Pragmatisch handhaven dus. Nederlanders die Keti Koti vieren zullen in het algemeen ook Bevrijdingsdag vieren. Andersom zal dat vele malen minder het geval zijn.

Op korte termijn doet zich een unieke kans voor: 4 en 5 mei 2023, de eerste officiële Dag van de Vrijheid, specifiek wijden aan de herdenking en de viering van 150 jaar vrijheid van slavernij, met alle Nederlanders. Een nationale feestdag, iedereen vrij. Mooier, toepasselijker en meer verbindend kan het eigenlijk niet.

Ludo Grégoire, jurist gespecialiseerd in staats- en bestuursrecht. Beeld
Ludo Grégoire, jurist gespecialiseerd in staats- en bestuursrecht.