Opinie

Opinie: ‘Grote zorgen om ‘technische’ wijziging Geneesmiddelenwet’

De Tweede Kamer behandelt een wijziging in de Geneesmiddelenwet die het mogelijk zou maken het persoonlijke medicijnadvies van een apotheker te vervangen door een digitale interface. Dit zou negatieve gevolgen voor de volksgezondheid hebben, stellen Herman Bröring en Ruud Coolen.

Herman Bröring en Ruud Coolen
Een apothekersassistente zoekt medicijnen bij elkaar in een apotheek.  Beeld ANP
Een apothekersassistente zoekt medicijnen bij elkaar in een apotheek.Beeld ANP

De Tweede Kamer behandelt op dit moment een zogenaamde Veegwet, met daarin een ‘technische’ wijziging van artikel 62 van de Geneesmiddelenwet. Deze aanpassing maakt het mogelijk dat het persoonlijke advies van een apotheker of drogist, bij de verkoop van UAD-geneesmiddelen, wordt vervangen door een digitale tablet. Hier is echter geen sprake van een technische wijziging, maar van een ingrijpende, inhoudelijke en principiële wijziging die risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengt.

De regering moet er rekening mee houden dat dit ‘technische wetsvoorstel’ forse impact heeft. Het gevolg kan zijn dat alle zelfzorggeneesmiddelen verkocht worden bij de supermarkt, bouwmarkt of pompshop – met een tablet aan de muur en één drogist op het hoofdkantoor. Zonder actieve voorlichting, zoals dat nu door de drogist en apotheker gebeurt in het kader van de wettelijk verplichte verantwoorde zorg bij UAD-geneesmiddelen (uitsluitend via drogist of apotheker).

In strijd met de wet?

De Raad van State oordeelde in november 2020 dat alleen advies op afstand, bijvoorbeeld via een tablet, in strijd is met de wet. Artikel 62, tweede lid van de Geneesmiddelenwet, bepaalt dat in een verkooppunt van UAD-geneesmiddelen altijd een apotheker of (assistent-)drogist fysiek aanwezig moet zijn. Volgens de regering echter, is de Geneesmiddelenwet op dit punt verouderd. Zij wil de weg vrijmaken voor advies op afstand.

Het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) en Centraal Bureau Drogisterijbedrijven (CBD) stuurden in januari 2022 een brief naar de betrokken leden van de Tweede Kamer om hun zorgen te uiten over de ‘onnodige en onverantwoordelijke’ wetswijziging. Zij geven aan dat ook de Consumentenbond en Patiëntenfederatie Nederland zich zorgen maken over de risico’s die deze wijziging meebrengt voor de volksgezondheid.

Inhoudelijk debat

Dit soort essentiële wijzigingen vraagt niet om een schriftelijke afhandeling, maar om een inhoudelijk debat waarbij vooraf alle relevante veldpartijen geconsulteerd worden (zoals IVM, CBD, Consumentenbond, Patiëntenfederatie Nederland en apothekersorganisatie KNMP). Dat is nu niet gebeurd. Het wetsvoorstel heft het onderscheid tussen UAD-middelen en AV-middelen (algemene verkoop) feitelijk op. En het verwatert het onderscheid tussen fysieke verkoop en online verkoop.

Bij beide punten gaat het om de cruciale vraag wat we onder ‘goede zorg’ moeten verstaan. Hoe communiceer je als verkoper van geneesmiddelen met een klant en hoe controleer je de betrouwbaarheid van die informatie? Nu wordt er zonder meer vanuit gegaan dat reactieve, digitale communicatie waarvoor de consument zelf actie moet ondernemen, net zulke ‘verantwoorde zorg’ oplevert als de proactieve, face-to-face communicatie met een fysiek aanwezige drogist. Vandaar ons voorstel om in de wet een duidelijke scheiding aan te brengen tussen fysieke verkoop van UAD-middelen (op de winkelvloer) en verkoop op afstand (via websites).

Goede gezondheidsvoorlichting

In het licht van verantwoorde zorg, zou de regering beter moeten onderzoeken wat deze ‘technische’ wijziging betekent voor een goede gezondheidsvoorlichting aan de consument of patiënt. Uit onderzoek van het IVM blijkt dat de consument zijn kennis over zelfzorggeneesmiddelen zoals pijnstillers overschat en de risico’s onderschat. Dat kan, gecombineerd met de vanzelfsprekendheid waarmee medicijnen als pijnstillers of laxeermiddelen worden gebruikt, leiden tot gezondheidsschade. Er worden nog steeds mensen in het ziekenhuis opgenomen door verkeerd gebruik van zelfzorggeneesmiddelen.

Maar ook ‘kleinere’ schades zijn van belang, zoals medicatieafhankelijke hoofdpijn of verslaving aan neussprays. Apothekers en drogisten wijzen op risico’s en weten wanneer zij moeten verwijzen naar de huisarts. Een op de zes huisartsconsulten kan vermeden worden bij een optimale zelfzorg; Ecorys berekende dat daarmee 111 miljoen zorgkosten kunnen worden bespaard.

Persoonlijk advies door drogist of apotheker is kortom niet te vervangen door een anonieme tablet in een willekeurige winkel. Een groep experts heeft eind 2021 in een consensusdocument opgeschreven hoe de minimale zorg in de drogisterij eruit zou moeten zien. Daar zou eerst goed naar gekeken moeten worden.

De betrokken Tweede Kamerleden zijn door ons dan ook opgeroepen om niet akkoord te gaan met de schriftelijke behandeling van dit wetsvoorstel. Dat het om formele wetgeving gaat, rechtvaardigt niet dat de zorgvuldigheid een onsje minder mag zijn. Integendeel. De Veegwet betekent een loslaten van belangrijke uitgangspunten van de Geneesmiddelenwet; in het geding is verantwoorde zorg bij geneesmiddelenverkoop. Dat verdient van de Tweede Kamer meer aandacht dan het nu bij de Veegwet krijgt.

Prof. mr. Herman Bröring, hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, en Ruud Coolen van Brakel, directeur Instituut Verantwoord Medicijngebruik.

Prof. mr. Herman Bröring. Beeld
Prof. mr. Herman Bröring.
Ruud Coolen van Brakel. Beeld
Ruud Coolen van Brakel.
Meer over