Opinie

Opinie: ‘Eisen dat EU-lidstaten gouden paspoorten in de ban doen, kan niet zomaar’

Het Europees Parlement wil dat er een eind komt aan de uitgifte van zogeheten gouden paspoorten, uitgegeven aan rijke investeerders van buiten de EU. Vooral Russen zouden moeten worden uitgesloten. Volgens Ulli d’Oliveira is hiervoor eerst een verdragswijziging nodig.

Het Parool
null Beeld Getty Images / Beeldbewerking het Parool
Beeld Getty Images / Beeldbewerking het Parool

Velen zullen met instemming kennis hebben genomen van de oproep van het Europees Parlement op 9 maart aan de Europese Commissie om te komen met Europese regelgeving over de gouden paspoorten en gouden visa’s. Bovendien dringt het Parlement er bij de betreffende lidstaatjes – vooral Malta en Cyprus – op aan om vooral Russen uit te sluiten van hun programma’s, en om van Russen die banden onderhouden met het Poetinregime hun nieuwverworven nationaliteit en verblijfsrecht zelfs weer ongedaan te maken. Ook moet het onmogelijk gemaakt worden om in verschillende lidstaten opeenvolgende verzoeken te doen.

Het Parlement benadrukt dat het verwerven van nationaliteit of wettig verblijf door te investeren in de economie van een bepaald land het wezen van het Unieburgerschap aantast, en het ernstige risico meebrengt van witwassen, corruptie, belastingontwijking, terrorisme ondersteuning. Zwaarwegende argumenten.

Politieke en ideologische kwestie

Toch zijn er tegen dit activisme bedenkingen aan te voeren. Laat ik eerst vaststellen dat dit niet de eerste keer is dat een Europese instelling zich met het vraagstuk bezighoudt. Naast het Europees Parlement, dat zich al in 2014 roerde, heeft ook de Europese Commissie zich al stevig uitgelaten in een rapport uit 2019. ‘Europese waarden zijn niet te koop,’ riep Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie, ferm en kondigde inbreukprocedures tegen de betrokken lidstaten aan.

Zij beriep zich op twee grondslagen voor ingrijpen: een volkenrechtelijke regel, die zou meebrengen dat een nationaliteit alleen toegekend mag worden als er een reële band (genuine link) bestaat tussen een persoon en een staat. En op het unierechtelijke beginsel van oprechte samenwerking met de EU en haar lidstaten.

Wat het eerste punt betreft: wat een reële band is blijkt uiteindelijk een politieke en ideologische kwestie. Is geboorte op een bepaald grondgebied werkelijk te beschouwen als een reële band? Is daar niet iets duurzamers voor nodig? Geeft het aanvragen van een paspoort na vijftien jaar wonen in het buitenland werkelijk aan dat er nog zo’n band bestaat?

En die loyale samenwerking is ook hoogst problematisch. Het Europese Hof van Justitie heeft in een reeks van uitspraken genoegen genomen met een nominale nationaliteit. Is iemand volgens de wetgeving van een lidstaat staatsburger van dat land, dan zit daar onverbrekelijk het Unieburgerschap aan vast. Er worden tot op heden geen andere voorwaarden aan gesteld, behalve dan in een paar uitspraken waarin het verlies van het Unieburgerschap door het verlies van de nationaliteit van een lidstaat moest voldoen aan de eisen van proportionaliteit: geen ontnemen of niet toekennen van de nationaliteit vanwege een paar verkeersovertredinkjes. Loyale samenwerking met het Europese Hof van Justitie is dus iets anders dan loyale samenwerking met Parlement en Commissie.

Nationaliteitsrecht

Maar wat hier door deze laatsten verdoezeld wordt is een constitutionele kwestie: heeft de EU zeggenschap over de inrichting van het nationaliteitsrecht van de lidstaten? Het nationaliteitsrecht is nooit expliciet in de Verdragen overgedragen aan de EU. Integendeel: de lidstaten mochten bepalen wie er als hun staatsburgers te beschouwen zijn voor de doeleinden van de EU, en daar zijn de EU en de andere lidstaten aan gebonden. Wat er nu aan het gebeuren is: het Unieburgerschap dat voortvloeit uit het bezit van de nationaliteit van de lidstaten, gaat nu sluipenderwijs dicteren hoe het nationaliteitsrecht van de lidstaten eruit moet komen te zien. Daar is mijns inziens een verdragswijziging voor nodig.

En wat betreft de gevaren van witwassen en dergelijke, waaruit de behoefte voortkomt om de nationaliteitswetgeving van de lidstaten aan banden te leggen: daarvoor bestaat al een uitgebreid arsenaal aan verordeningen en richtlijnen die effectief kunnen worden ingezet en waartoe de Commissie de instrumenten heeft om naleving te bevorderen of af te dwingen.

Ulli d’Oliveira. Prof.mr. H.U.Jessurun d’Oliveira is oud-hoogleraar migratierecht aan de UvA en oud-hoogleraar aan het Europees Universitair instituut (Florence)

Prof. mr. H.U. Jessurun d’Oliveira. Beeld Bob Bronshoff
Prof. mr. H.U. Jessurun d’Oliveira.Beeld Bob Bronshoff
Meer over