Opinie

Opinie: ‘De stad moet zwerflawaai aanpakken, want voortdurende last van ongevraagd geluid sloopt een mens’

Het uitgaansleven zorgt voor explosies van geluid, aldus Smiers. Beeld Joris van Gennip
Het uitgaansleven zorgt voor explosies van geluid, aldus Smiers.Beeld Joris van Gennip

Muisstil hoeft het natuurlijk niet te zijn, maar een beetje rekening houden met anderen kan geen kwaad, bepleit politicoloog Joost Smiers. Want voortdurend last hebben van ongevraagd geluid sloopt een mens.

Joost Smiers

Bij het begin van de lente is het mooi om ons de eerste regels van het oude kinderliedje te herinneren: ‘Kom mee naar buiten allemaal, dan zoeken we de wielewaal.’ Nou, het wordt vandaag de dag een hele klus om die nog te vinden. Door het lawaai van autowegen is het de wielewaal, en al die andere vogels, niet gegeven om elkaar nog te horen zingen – wat voor hun bestaan noodzakelijk is.

Goed, dan maar wat verder weg van het verkeerslawaai, in Nederland een moeilijke opgave, dieper het platteland in. Met het naderen van de zomer, en het begin van hun broedseizoen, worden die vogels weggeblazen door het overdonderende geluid van al die fantastische festivals. De vogels is weinig rust gegund.

Zo vergaat het de mens ook iets te vaak. Bijvoorbeeld: ineens is het er, midden in de nacht. Een groepje, meestal mannen, komt luid schreeuwend langs je huis. Mogelijk blijven ze nog een tijdje rondhangen en doen iets wat op zingen lijkt – en dat recht onder je slaapkamerraam. Of er varen in het holst van de nacht boten langs met opvarenden die vrolijk brullend laten merken dat ze het zeer naar hun zin hebben; soms hebben ze muziek aangezet, loeihard, wat de feestvreugde natuurlijk verhoogt.

Het zou een wonder zijn als je hier niet wakker van wordt. Misschien nog slechter voor de gezondheid is dat het niet te voorspellen is wanneer zulke explosies van geluid opduiken. Het kan avonden en nachten stil zijn en dan plotsklaps... is het er. Voor die ene nacht kan het dan voorbij zijn, maar dat is niet zeker.

Omdat er geen staat op te maken is wanneer en waar de lawaai producerende medemens voorbijtrekt, heb ik voor dit fenomeen een naam bedacht: zwerflawaai. Het zwerft door de stad en daarom is er moeilijk grip op te krijgen, wat je wel zou willen. Het aan je opgedrongen en nimmer te voorspellen geluid tast de gezondheid aan, als je niet uitkijkt, word je er gespannen van. Voor hart, bloedvaten en hersenen is het pompen of verzuipen.

Belangentegenstelling

Zo’n vijftien jaar geleden ‘bloeide’ dit fenomeen van zwerflawaai op. Omdat ik niet van plan was eraan ten onder te gaan, ben ik erover gaan nadenken. De eerste bevinding was natuurlijk dat er zich in de publieke ruimte – de straat – een dijk van een belangentegenstelling afspeelde. Mensen met een slok op, en misschien nog wat anders lekkers, laten de teugels vieren en daar genieten ze van. Echter, er zijn ook ontvangers van geluid die er minder van gediend zijn.

De tweede bevinding was dat veroorzakers van lawaai zich wel erg veel van de publieke ruimte toe-eigenen, en nog wel laat in de avond of ’s nachts. Muisstil hoeft het natuurlijk niet te zijn, maar een beetje rekening houden met anderen kan geen kwaad.

Een heel belangrijke derde bevinding was dat ‘mijn’ zwerflawaai maar het topje van de ijsberg is. Er zijn zo veel situaties in onze samenleving waar het botst tussen veroorzakers en ontvangers van allerlei soorten geluid. Het gebruik van de publieke ruimte is, wat geluid betreft, een bron van conflicten. Je kunt gek worden van verkeer, van buren, van festivals, van boormachines, van warmtepompen, van bladblazers, van windmolens, van motoren die scheuren op de dijken – en dat is nog maar het begin van de opsomming.

Soms géén geluid

Er zijn in de publieke ruimte ongelooflijk veel soorten geluid die voor burgers last (kunnen) veroorzaken – mijn zwerflawaai is natuurlijk niets vergeleken bij Schiphol. Het vreemde is dat het, als het al een punt van discussie is, nauwelijks publieke ongerustheid veroorzaakt, laat staan actie. Voortdurende last van ongevraagd geluid sloopt een mens.

Laten de nieuw gekozenen in de gemeenteraden de eerste regel van Mei, het epos van Herman Gorter, ietwat veranderen. Het oorspronkelijke kennen we allemaal: ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid.’ Wat te denken van: ‘Een nieuwe lente en soms géén geluid’?

Omdat de publieke ruimte van ons gezamenlijk is, is het niet eerlijk als sommigen die ruimte, wat geluid betreft, overmatig in beslag nemen, en anderen dat moeten ondergaan. Het moet een beetje geven en nemen zijn.

Joost Smiers is politicoloog en auteur van ‘Zwerflawaai en ander (on)gewenst geluid – rust, reuring, overlast’. Beeld
Joost Smiers is politicoloog en auteur van ‘Zwerflawaai en ander (on)gewenst geluid – rust, reuring, overlast’.
Meer over