Opinie

Opinie: ‘De onverschilligheid neemt toe – en dat is een gevaar voor de democratie’

De val van Rutte III riep niet hetzelfde soort reacties op als eerdere kabinetten die aftraden, merkte John Jansen van Galen. Zou Nederland politiek onverschillig zijn geworden? vraagt hij zich af.

John Jansen Van Galen
De premier staat binnenkort weer met zijn ministers rond de koning voor de presentatie van Rutte IV – net zoals hier in 2017 voor de vorige ploeg. Nu al zegt een groeiende meerderheid van de bevolking geen vertrouwen in de nieuwe ploeg te hebben.  Beeld ANP
De premier staat binnenkort weer met zijn ministers rond de koning voor de presentatie van Rutte IV – net zoals hier in 2017 voor de vorige ploeg. Nu al zegt een groeiende meerderheid van de bevolking geen vertrouwen in de nieuwe ploeg te hebben.Beeld ANP


Bijna een jaar geleden diende het kabinet-Rutte III bij de koning zijn ontslag in. Bijna zeventig jaar geleden ‘viel’ het eerste kabinet-Drees. Ik was tien en herinner mij scherp het gevoel van ontheemdheid dat dit bericht bij mij teweegbracht: ontfermde nu niemand zich meer over ons? Dat kwam ongetwijfeld door de toon waarop mijn ouders over de kabinetscrisis praatten. Al moesten ze – in het bijzonder mijn vader – weinig van Drees hebben, het aftreden van de minister-president veroorzaakte leegte en een gebrek aan zekerheid.

Zouden er nog kinderen zijn die zo reageren op de val van een kabinet? Ik denk het niet. Voor iemand van mijn generatie is het meest onthutsende aan de huidige kabinetscrisis en -formatie nu juist dat niemand er enige belangstelling voor lijkt op te brengen. ‘Ze zien maar daar in Den Haag, we horen het wel.’ Dat is de stemming, en de media sloten daarbij aan. Er gingen dagen achtereen voorbij, zonder dat er een woord over in de krant stond.

We hadden ook wel iets anders aan ons hoofd: een pandemie, en de regering probeerde die manhaftig, haast wanhopig, het hoofd te bieden. Het ‘demissionaire’ kabinet kwam met telkens nieuwe, vaak onderling strijdige maatregelen om het virus te beteugelen. Volgens democratisch gewoonterecht mag dat zolang het beleid niet ‘controversieel’ is, maar naar dat voorbehoud kraait geen haan meer. Het invoeren van een vaccinatieplicht werd geruime tijd overwogen, en als nu iets controversieel is, is dat het wel – er zouden immers grondrechten door worden aangetast. Maar de vraag of een demissionair kabinet daartoe bevoegd is, was niet aan de orde. Dat is in democratisch opzicht slordig en bedenkelijk.

Machtiger dan ooit

Per saldo was Mark Rutte in het afgelopen jaar machtiger dan ooit: hij kon immers niet door de volksvertegenwoordiging weggestuurd worden, want hij was in januari al afgetreden. Hij overleefde een motie van afkeuring, die gesteund werd door zijn regeringspartners, en regeerde voort. Door die 1 aprilgrap duurde de formatie alleen veel langer, en daardoor ook zijn demissionaire status. Het was regeren zonder risico.

Enfin, nu zal op het bordes van Huis ten Bosch een nieuw kabinet verschijnen waarin een groeiende meerderheid bij voorbaat geen vertrouwen zegt te hebben. Dat wij als kiezers in maart zelf de zittende coalitie onze zegen gaven, zodat het logisch is dat deze kan doorregeren, lijkt vergeten. Honderdduizenden moeten gestemd hebben voor voortzetting van een beleid dat ze krachtig afwijzen. Het zijn de raadselen van de democratie.

Rutte IV treedt aan met nobele voornemens – ‘nieuw elan, nieuwe bestuurscultuur, nieuw leiderschap’ – die niemand ooit concreet heeft ingevuld, zodat ze een hoog fopspeengehalte hebben. Te hopen is ten minste dat D66-partijleider Sigrid Kaag, die er de mond vol van had, geen minister wordt en dat ze die mooie woorden in het parlement probeert waar te maken.

Uitholling van de democratie

De randvoorwaarden van het beleid worden inmiddels bepaald door rechterlijke vonnissen die Urgenda en Milieudefensie wisten uit te lokken. Al mijn kennissen reageerden daar opgetogen op: eindelijk streng milieubeleid! Maar willen wij werkelijk dat de piketpaaltjes uitgezet worden door benoemde rechters in plaats van door gekozen volksvertegenwoordigers? Het lijkt een uitholling overdwars van de parlementaire democratie, waarvoor het Amsterdamse oud-PvdA-Kamerlid Erik Jurgens de term dikastocratie muntte: heerschappij van rechters. Toen Thierry Baudet er echter mee aan de haal ging hoorde je er niemand meer over, blijkbaar was men bang met pek om te gaan en erdoor besmeurd te raken. Of het kon niemand iets schelen..

Minister Wopke Hoekstra van Financiën laat verstek gaan bij Kamerdebatten omdat ‘hij het te druk heeft’. Men heeft zo zijn prioriteiten. De Tweede Kamer laat het er echter bij zitten en staat niet namens ons op zijn strepen. Maar stilzwijgen en onverschilligheid zijn vijanden van democratie.

Ondertussen ondermijnt de digitale revolutie het rustig beraad waar democratisch bestuur het van moet hebben. Ten onrecht als sociaal bestempelde media geven voorrang aan scheldpartijen die inmiddels ook in het parlement, waar men uit is op de vermeende kiezersgunst, opgeld doen. Ja, er komen tribunalen! Op zo’n dreigement roept iedereen moord en brand, zonder de dreiger van repliek te dienen.

Ministerschap verliest aanzien

Intussen zijn daardoor minder prominenten bereid minister te worden. Het hoge ambt van staat verliest in snel tempo aanzien en wint aan kwetsbaarheid door de haat en nijd des volks.

‘Dit is, al met al, niet het einde van de democratie,’ schrijft de Amerikaanse politicoloog David Runciman, ‘maar het is hoe de democratie eindigt.’ In steeds meer landen wordt de democratie langs democratische weg ondergraven of afgeschaft: in Amerika door Trump, in Hongarije, Polen, Turkije, Brazilië. In het laatste land is de helft van de bevolking nu geporteerd voor een ‘tijdelijke militaire interventie’ om orde op zaken te stellen.

Onderhoud is het behoud van je fiets, zei men vroeger in Nederland. Dat geldt ook voor het politiek systeem. Als we schouderophalend, onverschillig of met minachting naar het politieke bedrijf blijven kijken moeten we er niet vreemd van opkijken als de houdbaarheidsdatum van de democratie verstreken blijkt.

John Jansen van Galen is journalist en publicist. Beeld ANP Kippa
John Jansen van Galen is journalist en publicist.Beeld ANP Kippa
Meer over