Opinie

Opinie: ‘De Gezondheidsraad is onnodig traag en halfslachtig met haar corona-adviezen’

Na vier weken kwam de Gezondheidsraad vorige week dan eindelijk met een advies over het vaccineren van kinderen. Dat heeft, wederom, onnodig lang geduurd, stelt Hergen Spits. Bovendien mist de adviescommissie deskundigheid op gebied van vaccins, meent hij.

Hergen Spits
Ook al worden kinderen over het algemeen niet ziek van het virus, vermindert de kans dat ze dat verspreiden hoogstwaarschijnlijk sterk na vaccinatie. Beeld Getty Images
Ook al worden kinderen over het algemeen niet ziek van het virus, vermindert de kans dat ze dat verspreiden hoogstwaarschijnlijk sterk na vaccinatie.Beeld Getty Images

De regering had de Gezondheidsraad eind oktober gevraagd om advies over het vaccineren van kinderen. Afgelopen week, dus ruim 4 weken later, kwam de raad met het advies om het vaccineren te beperken tot kwetsbare kinderen. Het mag uiterst opmerkelijk heten dat de Gezondheidsraad maar liefst 4 weken nodig heeft om tot dit advies te komen. Toch staat het niet op zichzelf. Deze traagheid past in een patroon van buitengewoon halfslachtig adviesbeleid.

Neem de boosterprik. Het eerste advies van de Gezondheidsraad, op 14 september, luidde: de boosterprik is niet nodig voor ouderen, alleen voor mensen met een ernstige immuunstoornis. Tweede advies, 2 november: besmettingscijfers blijven stijgen, dus nu toch ook maar boosters voor ouderen en zorgpersoneel. Derde advies, 25 november: boosterprik voor iedereen boven de 18 jaar.

Mede door dit wisselvallige adviesbeleid van de Gezondheidsraad, deden minister Hugo de Jonge, het RIVM en de GGD lange tijd niets. Dus heeft Nederland twee maanden aan kostbare tijd verloren en bungelen we nu onderaan met het geven van boosterprikken. Wat is de reden van dit zwabberen met adviezen door de Gezondheidsraad?

Geen deskundigheid

Om de effecten van vaccinatie goed te begrijpen is diepgaand begrip nodig van de wetenschap die zich bezighoudt met het afweersysteem, de immunologie. Een immunoloog weet hoe het ingewikkelde afweersysteem in elkaar steekt en hoe vaccinaties de verschillende takken van het afweersysteem – het aangeboren immuunsysteem, de T-cellen en de antistof-producerende B-cellen – rekruteren tot een geheel dat individuen beschermt tegen virussen zoals het coronavirus. Een immunoloog weet ook hoe robuust het afweersysteem van kinderen is en hoe de kracht van dat systeem afneemt naar mate iemand ouder wordt.

In de hele 109-leden tellende Gezondheidsraad zit zegge en schrijve één immunoloog: Huub Savelkoul van de Universiteit van Wageningen. En die ene immunoloog zit níét in de commissie die de regering adviseert over de coronavaccinaties. De commissie ontbeert derhalve de deskundigheid om de effecten van vaccinatie op het afweersysteem goed te beoordelen.

De daaruit voortkomende noodzaak om externe deskundigen te raadplegen is ongetwijfeld een van de redenen waarom de Gezondheidsraad commissie zo traag en halfslachtig is in haar adviezen. Dit geldt met name voor het advies om alleen kwetsbare kinderen te vaccineren. Afgezien van het feit dat dit advies in minder dan een week na de adviesaanvraag gegeven had kunnen worden, is het onbegrijpelijk dat niet is geadviseerd om alle kinderen te vaccineren.

Kinderen niet van glas

Hier speelt ongetwijfeld de opinie van kinderartsen, zoals verwoord in de media door Patricia Bruining en Károly Illy, een belangrijke rol. Deze artsen doen alsof kinderen wat vaccinaties betreft van glas zijn, terwijl algemeen bekend is dat kinderen uitstekend op vaccinaties reageren en dat bijwerkingen zeer zeldzaam zijn. Daarnaast verliezen de kinderartsen uit het oog dat, nu het virus endemisch wordt, kinderen op enig moment in hun leven toch moeten worden gevaccineerd. Als dat dan toch moet gebeuren kan dat het beste op jonge leeftijd, omdat jonge kinderen, zoals gezegd, uitstekend reageren op vaccinaties.

Gevaccineerde kinderen bouwen een zeer solide afweer op en zijn voor lange tijd beschermd tegen infecties met het coronavirus. Ook al worden kinderen over het algemeen niet ziek van het virus, vermindert de kans dat ze dat verspreiden hoogstwaarschijnlijk sterk na vaccinatie. Als de kinderen op een leeftijd komen dat ze wél ziek kunnen worden van het virus, heeft hun afweerapparaat dankzij het vaccin al geheugen opgebouwd voor het virus. Al met al is er geen reden om deze vaccinatie niet aan kleine kinderen te geven, zeker nu het onafhankelijke Europese adviesorgaan EMA hiervoor groen licht heeft gegeven.

Hergen Spits, immunoloog verbonden aan het Amsterdam UMC en (emeritus) hoogleraar Celbiologie.  Beeld
Hergen Spits, immunoloog verbonden aan het Amsterdam UMC en (emeritus) hoogleraar Celbiologie.