Opinie

Opinie: ‘Curatele voor de Belastingdienst ligt voor de hand na brief van Van Rij over institutioneel racisme’

De institutie van de Belastingdienst is weggezet als een onmondig monster met een onduidelijke en verdampte verantwoordelijkheid. Krachtige bewindvoering lijkt daarom onvermijdelijk, zo betoogt emeritus hoogleraar migratierecht Ulli d’Oliveira.

Ulli d’Oliveira
null Beeld ANP
Beeld ANP

Marnix van Rij, de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, is na veel hijgen en puffen op 30 mei tot de pijnlijke conclusie gekomen dat ‘institutioneel racisme heeft kunnen plaatsvinden binnen de Belastingdienst en Toeslagen’. Hè hè. Weliswaar vindt hij dat (institutioneel) racisme geen juridisch verankerd begrip is, maar de minister van Binnenlandse Zaken, Hanke Bruins Slot, had gelukkig op 1 april advies gevraagd aan het College voor de Rechten van de Mens om te komen met een (juridische) definitie van dat begrip. Nu wil het geval dat dit advies al vijf dagen eerder netjes bij minister Bruins Slot afgeleverd was, en dus wel in de brief van Van Rij verwerkt had kunnen worden. De ministeries zijn geluiddicht afgehokt.

Rassendiscriminatie

Het College doet uit de doeken dat racisme inderdaad geen wettelijke term is, maar dat het wel een rol kan spelen in het strafrecht als het gaat om belediging, haat of (opzettelijke) discriminatie wegens ras. Dat zijn bepalingen die uitvoering geven aan het Internationaal Verdrag tot Uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. In de wandeling heet dat racisme. En, zo voeg ik eraan toe, dat racisme kan dan ook in het kader van het verbieden van politieke partijen die zich schuldig maken in hun statuten of uitlatingen aan racisme een rol spelen.

Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de PVV waarvan het enige lid veroordeeld is wegens groepsbelediging, en wel , zoals de Hoge Raad heeft uitgemaakt, ‘wegens uitlatingen die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat’. Ik vind het daarom ook onterecht, dat de minister van Justitie en Veiligheid in een brief van 31 mei te kennen geeft dat de NCTV zich had moeten onthouden van ‘normatieve stellingnames over kamerleden’. Hier is, aldus de minister, ‘geen ruimte voor persoonlijke meningen, zeker niet over politici’.

Enig PVV-lid

Ik zou zeggen dat de waakzaamheid van de NCTV, al ressorteert die onder het ministerie van Justitie en Veiligheid, zich wel degelijk ook moet uitstrekken over politici van partijen die polariseren en radicaliseren, en dat er voldoende feitelijkheden bekend zijn over bijvoorbeeld het enige lid van de PVV om een grondslag te kunnen vormen voor oordelende stellingnames door deze organisatie over dit Kamerlid. Het zou wat moois zijn als de NCTV dat naliet.

Terug naar het institutioneel racisme. Het College geeft inderdaad nu een wat verfijnde definitie van het verschijnsel, die niet veel afwijkt van wat Van Rij al had opgepikt. Die definitie kan gebruikt worden, net als de blote term racisme, om grondslag voor beleid tot bestrijding ervan te vormen. Daarbij teken ik aan, dat het huldigen van een theorie over rassen en hun hiërarchie buiten de definitie valt. Het gaat om mechanismes, gewoontes, procedures die niet noodzakelijkerwijs aangejaagd worden door noties over rassen en hun hogere of lagere status, maar die wel het soort discriminatie tot gevolg hebben dat we racisme noemen.

Niet vrijblijvend

Daarmee wordt het doen en laten van de Belastingdienst onschuldig: niemand heeft er wat aan kunnen doen. Het gaat volgens de staatssecretaris dan ook om ‘gedragingen die voortkomen uit onbewuste vooroordelen en onwetendheid’. Daarom moet er een dialoog gevoerd worden met de dienst, niet vrijblijvend, maar ‘gebaseerd op het bewustzijn dat onbewust en onopzettelijk gedrag heeft plaatsgevonden’.

Hoe zich deze kinderlijke onnozelheid verhoudt met het in de doofpot stoppen van de heldere klokken die vanuit de dienst over dit gedrag geluid zijn, vermeldt de brief niet. De institutie van de Belastingdienst is daarmee weggezet als een onmondig monster met diffuse en verdampte verantwoordelijkheid. Krachtige curatele ligt dan ook voor de hand.

Prof. mr. Ulli d’Oliveira is emeritus hoogleraar migratierecht aan de UvA en oud-bestuurslid van het Landelijk Bureau Racismebestrijding. Beeld -
Prof. mr. Ulli d’Oliveira is emeritus hoogleraar migratierecht aan de UvA en oud-bestuurslid van het Landelijk Bureau Racismebestrijding.Beeld -
Meer over