Opinie

Opinie: ‘Bevorderen leesplezier gaat laaggeletterdheid tegen’

De overheid heeft jarenlang bezuinigd op cultuur, waaronder de bibliotheken. Terwijl die juist een grote rol kunnen spelen in het tegengaan van de laaggeletterdheid, zegt Merlijn van Leerzem, leerling van het Stedelijk Gymnasium Breda. Lezen verruimt ons denken, het biedt ons kennis, onderling begrip en vernieuwende perspectieven. Scholen en bibliotheken moeten nauwer samenwerken.

Merlijn van Leerzem
‘Zorg dat elke leerling in Nederland de beschikking heeft over een pas voor de openbare bibliotheek’ Beeld Getty Images
‘Zorg dat elke leerling in Nederland de beschikking heeft over een pas voor de openbare bibliotheek’Beeld Getty Images

In Nederland zijn ongeveer tweeënhalf miljoen laaggeletterden. De leesprestaties van Nederlandse leerlingen verslechteren daarnaast op de Europese schaal al jaren. In 2019 concludeerde de SER al dat het kabinet te weinig deed tegen laaggeletterdheid. Maar liefst een op de vier leerlingen loopt risico op laaggeletterdheid en leest dus op een dermate laag niveau dat hij of zij op taalgebied niet goed in de maatschappij kan functioneren. Het betekent immers niet alleen geen moeilijke boeken kunnen lezen, het betekent ook minder kans op werk, vaker schulden en leven in armoede en het resulteert op langere termijn zelfs in een slechtere gezondheid.

Lezen begint op de basisschool en het voortgezet onderwijs. Leerlingen ontwikkelen hun taalgevoel en -vaardigheid en komen in aanraking met hun eerste boeken. Toch is er al jaren een negatieve trend onder de Nederlandse jeugd: volgens de PISA-testen, een internationale onderwijsmaatstaf, scoren Nederlandse leerlingen op leesvaardigheid ruim lager dan de Europese norm en daalt de leesvaardigheid van kinderen al decennia.

Nepnieuws herkennen

Volgens Stichting Lezen leidt het weinige lezen al in de basisschoolleeftijd tot lagere Cito-resultaten en ook op lange termijn heeft onvoldoende lezen dus invloed. In de huidige kenniseconomie is 80 procent van al het werk gerelateerd aan lezen of schrijven. Een betere leesvaardigheid leidt tot hogere lonen, meer carrièrekansen en een lagere werkloosheid. Naast concrete prestaties verruimt lezen ons denken, het biedt ons kennis, onderling begrip en vernieuwende perspectieven. In de afnemende leesvaardigheid van leerlingen is bovendien een hoge mate van kansenongelijkheid te herkennen: niet iedereen beschikt over een volle boekenkast en rustige leesplek. Goed leesonderwijs zorgt ervoor dat mensen kunnen functioneren in de maatschappij; wie niet goed kan lezen begrijpt de brief van de zorginstelling of verzekering niet. Ook weten mensen met een betere leesvaardigheid nepnieuws beter te onderscheiden.

Maar hoe is het dan mogelijk dat de leesprestaties al jaren achteruitgaan, terwijl lezen juist van zo’n groot belang is? Natuurlijk, de verslavende digitale wereld helpt niet mee, maar de hoofdoorzaken liggen bij de bibliotheken en het leesonderwijs. Vanaf groep 3 staan technische leesvaardigheid en begrijpend lezen vooraan op het lesprogramma. Op het voortgezet onderwijs worden scholieren gevangen door gestructureerde en vastgestelde boekenlijsten. Deze moeite om jongeren meer te laten lezen werkt averechts, leesplezier word hen ontnomen. Dit resulteerde tevens al in een grote daling van de populariteit van het vak en de studie Nederlands, wat op lange termijn ten koste zal gaan van de Nederlandse taal en cultuur.

Bibliotheken

Voor een ommekeer in de negatieve leestrend is het allereerst cruciaal dat kinderen de mogelijkheid moeten hebben om te lezen. Een lege boekenkast mag niet betekenen dat kinderen het lezen wordt ontzegd. De laatste jaren is het contact tussen bibliotheken en scholen sterk afgenomen: al jaren wordt er structureel bezuinigd op cultuur en dus verdwijnt de lokale bibliotheek langzaamaan uit het straatbeeld. In het nieuwe regeerakkoord worden bibliotheken slechts eenmaal genoemd in het kader van toekomstbestendigheid, vaag omschreven en niet concreet. Laat bibliotheken verder samenwerken met scholen: op dit moment is 25 procent van de vmbo-scholen verbonden aan een bibliotheek, ten opzichte van 50 procent van de havo- en vwo-scholen. Zorg dat elke leerling in Nederland de beschikking heeft over een pas voor de openbare bibliotheek zodat iedereen de mogelijkheid heeft om zich te ontplooien. In de bibliotheken kan geïnvesteerd worden in experts en adviseurs die jongeren kunnen helpen hun interesses te bekrachtigen met een bijpassend boek. Bibliotheken zijn door de afgelopen kabinetten verwaarloosd, terwijl juist zij de sleutelrol kunnen spelen in het bevorderen van de leesvaardigheid in de buurten en onder jongeren.

Verder is een stimulering van het leesplezier op de Nederlandse scholen vereist. Verplichting maar vooral ook sturing in genres en specifieke titels werken averechts en dus is vrijheid het devies voor een geslaagd leescurriculum. Laat leerlingen vrij in de boeken die zij willen lezen zodat zij weer plezier krijgen in het lezen. Zo vergroten jongeren hun woordenschat, leesvaardigheid en maatschappelijke bewustzijn waardoor zij meer gemotiveerd zullen raken nóg meer te lezen. Gebruik de docenten in hun kracht als leesexperts en -adviseurs en geef scholen financieel ruimte om leesadviseurs aan te stellen die leerlingen kunnen begeleiden in hun ontwikkeling. Zo stimuleer je leesgedrag én maak je het voor jongeren aantrekkelijker.

Merlijn van Leerzem, scholier op het Stedelijk Gymnasium Breda Beeld -
Merlijn van Leerzem, scholier op het Stedelijk Gymnasium BredaBeeld -
Meer over