Opinie

Opinie: ‘Betrek (meer) vrouwen bij het ontwerpen van steden’

Op vastgoedbeurs Provada bleek eens te meer dat planologie een wereld is waarin vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd zijn, schrijven Anouk Donkervoort en Sophie Schuller. Niet alleen op de werkvloer, maar ook in het ontwerpproces.

Anouk Donkervoort en Sophie Schuller
null Beeld Vincent Spiering
Beeld Vincent Spiering

Vanuit het kantoorgebouw gelijk de auto inspringen. Een veelvoorkomend beeld van het snelle leven in de stad. Maar waar is ruimte op de stoep voor de rolstoelgebruiker of voor de vrouw die, toch wel vaker dan de man, het kind in de wagen naar de kinderopvang brengt? Of neem de rij die bij de vrouwentoiletten altijd langer is dan bij de mannen. Waarom? Omdat vrouwen, zeker tijdens ongesteldheid, zwangerschap, menopauze of het verschonen van een kind, twee tot drie keer langer van het toilet gebruikmaken dan mannen. Het aantal toiletten kan dan wel gelijk verdeeld zijn, uiteindelijk ontstaat een ongelijke situatie.

Twee voorbeelden van hoe steden en werkruimtes al decennialang zijn ontworpen op basis van de reference man – in de volksmond ook wel bekend als de zevenvinkjesman, naar het boek van Joris Luyendijk. Traditioneel gezien zijn vrouwen, en andere gemarginaliseerde groepen, niet vertegenwoordigd in het stedelijke planningsproces. Dit betekent dat stedelijke planners veronderstellingen maken over hun behoeften en redeneren vanuit hun eigen kader en variaties, die vaak niet overeenkomen met de kaders en ervaringen van niet-referentiemensen.

Het wordt al snel een semantische discussie. Want hoewel het hier niet gaat om marginalisatie, maar om de betrokkenheid van de gebruiker van de ruimte, zijn het vaak vrouwen en gemarginaliseerde groepen, zoals mensen met een (lichamelijke) beperking, die vrijwel universeel economisch en sociaal benadeeld worden. Omdat hun behoeften historisch vaak niet zo’n belangrijke rol hebben gespeeld en daarom niet beter tot hun recht komen binnen onze huidige steden.

Historische voetafdruk

De inrichting van de openbare ruimte kan daarbij een grote rol spelen. Stedenbouw geeft vorm aan hoe we ons leven kunnen leiden: hoe snel zijn we thuis van het werk, kunnen we de kinderen afzetten en om negen uur op kantoor zijn, kunnen we veilig alleen naar huis lopen nadat we vrienden hebben gezien? Vanuit de vastgoedsector moet daarom onderzoek worden gedaan naar hoe de historische voetafdruk van onze steden niet langer aansluit bij de hedendaagse samenleving en behoeften en hoe steden opnieuw kunnen worden gecontextualiseerd om meer inclusief te zijn.

Wie kan welke verandering teweegbrengen? In de eerste plaats moet ervoor worden gezorgd dat deze omgeving representatief is voor al haar inwoners en niet alleen voor degenen die aan de spreekwoordelijke norm voldoen. Hiervoor is een brede vertegenwoordiging nodig van groepen in de samenleving die beslissingen nemen over de inrichting van de ruimte, zowel op gemeentelijk als op provinciaal niveau.

In Londen is bijvoorbeeld al gewerkt met het trip chaining model: je betaalt hetzelfde bedrag voor gebruik van het openbaar vervoer ook al maak je meerdere stops tijdens je reis. Want waar vrouwen vanaf huis naar de kinderopvang gaan en ook nog tussendoor boodschappen proberen te doen, verplaatsen mannen zich vaker lineair. Dat brengt grote verschillen met zich mee in reiskosten en reistijd.

Ook architecten en projectontwikkelaars kunnen een verandering initiëren door niet te bouwen voor een bredere groep, maar mét verschillende groepen, door ze te betrekken bij het designproces. Wordt er bij het ontwerp bijvoorbeeld ook rekening gehouden met hoe het gebouw de stroom en veiligheid van voetgangers op straat beïnvloedt om tien uur ’s avonds in de winter? Of de keuze voor glazen vloeren in het gebouw: mooi bedacht, maar is er ook gedacht aan mensen die een rok dragen?

Ondervertegenwoordigd

De bewustwording neemt toe, maar vrouwen zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in de diensten voor stadsplanning. In Nederland kan nieuwe bestuurswetgeving, zoals quota, helpen, maar we moeten het tempo van inclusieve vertegenwoordiging over de hele linie opvoeren.

De stad zoals die nu is ingericht, is opgebouwd met historische en architectonische plekken. Een herontwikkeling van deze plekken is nodig, waarbij de aanwezigheid van groene ruimte, toegankelijkheid en zichtbaarheid centraal moet staan.

In het kader van ontwikkeling en duurzaamheid op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur moet het sociale aspect evenveel aandacht krijgen als het milieuaspect, zodat we werkelijk inclusieve en duurzame gemeenschappen kunnen genereren.

Sophie Schuller is partner van het Occupier Strategy Team bij vastgoedonderneming Cushman and Wakefield en leider praktijkgroep Scientific Research and Insights. Beeld
Sophie Schuller is partner van het Occupier Strategy Team bij vastgoedonderneming Cushman and Wakefield en leider praktijkgroep Scientific Research and Insights.
Anouk Donkervoort richt zich op het ontwikkelen van duurzaamheidsstrategieën voor vastgoedbeleggers en -gebruikers en het rapporteren over duurzaamheidsprestaties met behulp van verschillende raamwerken.  Beeld Roy Beusker
Anouk Donkervoort richt zich op het ontwikkelen van duurzaamheidsstrategieën voor vastgoedbeleggers en -gebruikers en het rapporteren over duurzaamheidsprestaties met behulp van verschillende raamwerken.Beeld Roy Beusker
Meer over