Opinie

Opinie: ‘Betere zorg voor vluchtelingen: vertrouwen is het sleutelwoord’

Naar verwachting zal het aantal vluchtelingen in Nederland toenemen. Deze mensen hebben recht op goede zorg, maar die is er lang niet altijd, stellen Patrick Brown en Mehri Samim.

Patrick Brown en Mehri Samim
Een deel van het Marine Etablissement in Amsterdam diende eerder dit jaar tijdelijk  als noodopvanglocatie voor evacués uit Afghanistan.  Beeld ANP
Een deel van het Marine Etablissement in Amsterdam diende eerder dit jaar tijdelijk als noodopvanglocatie voor evacués uit Afghanistan.Beeld ANP

Sinds de Taliban de macht in Afghanistan hebben overgenomen, heeft Nederland honderden Afghanen geëvacueerd. In september zijn er zo’n 1800 naar Nederland gebracht, waar meer dan 21.500 aanvragen tegenover staan. Naar verwachting zal het aantal Afghaanse vluchtelingen in Nederland verder toenemen. Naast eerste levensbehoeften als onderdak en voedsel verdienen deze mensen goede gezondheidszorg, zowel op de korte als op de lange termijn. Daarvoor is het belangrijk om te begrijpen hoe we ze het beste kunnen helpen.

Een van de belangrijkste aspecten voor goede zorg is vertrouwen. Omgekeerd kan wantrouwen een grote barrière zijn voor toegang tot zorg. Vertrouwen in de gezondheidszorg houdt in dat je er als patiënt in kunt geloven dat de arts de juiste kennis heeft en altijd zal handelen in het belang van de patiënt. Dit betekent dat patiënten meer vertellen aan de arts, dat ze medische adviezen beter opvolgen, dat ze belangrijke doktersbezoeken niet zullen uitstellen. Vooral het vertrouwen in de huisarts is een essentieel aspect, aangezien de huisarts als toegang tot verdere gezondheidszorg dient.

Slechtere gezondheid

Eerdere onderzoeken, uit bijvoorbeeld Amerika en Engeland, laten zien dat vluchtelingen minder vertrouwen hebben in artsen in vergelijking met populaties die in deze landen geboren waren. Tegelijkertijd hebben vluchtelingen juist een grotere kans op slechtere gezondheid, onder meer door een lagere sociaaleconomische positie, discriminatie, isolatie en gerelateerde psychosociale effecten, zoals stress.

Recent onderzoek naar vertrouwen in huisartsen onder oudere (>50 jaar) Afghanen met een vluchtelingachtergrond in Nederland laat zien dat sommige deelnemers inderdaad nauwelijks vertrouwen hebben in hun huisarts of het Nederlandse zorgsysteem in het algemeen. Tegelijkertijd zijn er ook deelnemers die veel vertrouwen hebben. Maar nuttiger dan of men vertrouwen heeft, is de vraag waarom. Als zorgprofessionals zich ervan bewust zijn waarom vluchtelingen vertrouwen, kan dit hun helpen hun communicatie en zorg te verbeteren.

Compleet ander zorgsysteem

Zijn vluchtelingen dan heel anders dan ‘de gewone Nederlander’ als het gaat om vertrouwen winnen? Niet per se. Ook zij hechten veel waarde aan communicatie en een langdurige band. Maar er is wel een groot verschil: deze doelgroep staat in de basis al 1-0 achter door hun verleden. Oudere Afghaanse vluchtelingen zijn veelal rond hun 30ste of 40ste levensjaar naar Nederland gekomen. Zij hebben dus een groot deel van hun leven in een compleet verschillend zorgsysteem geleefd. Hierdoor hebben zij andere verwachtingen van een zorgsysteem en een zorgprofessional. Dit, in combinatie met een onbekend nieuw land, met allerlei nieuwe en onbekende systemen, maakt het in de basis al moeilijk om vertrouwen te ontwikkelen.

Wat kunnen beleidsmakers, zorginstellingen en zorgprofessionals dan doen om een gelijke basis te creëren? Investeer in uitleg. Veel punten die door deelnemers worden aangegeven als wantrouwen creërend, zouden opgelost kunnen worden met uitleg. Bijvoorbeeld: waarom stuurt de huisarts mij niet direct door naar de specialist? Waarom kijkt de arts steeds naar het computerscherm? Waarom vraagt de huisarts naar mijn mening?

Even naar de longen luisteren

Net als veel andere patiënten hecht deze doelgroep ook aan aandacht. Zij zijn misschien een kort sociaal praatje gewend voor de start van de anamnese: ‘Hoe gaat het met u? En met uw vrouw en kinderen?’ Dit kost niet veel tijd, maar kan wel veel vertrouwen creëren.

Ten slotte kan het waardevol zijn om extra aandacht te besteden aan lichamelijk onderzoek. Patiënten voelen zich een stuk serieuzer genomen wanneer de arts even naar de longen luistert, of even naar die pijnlijke knie kijkt in plaats van enkel uit te gaan van een kort gesprek. Fysieke gebaren worden dus belangrijk, ook door als arts even het computerscherm te draaien zodat de patiënt kan meekijken.

Dan is er uiteraard het probleem van weinig tijd voor het spreekuur. Met de toename van het aantal vluchtelingen in Nederland, uit Afghanistan en van elders, kan het de moeite waard zijn die twee minuten extra in het spreekuur te investeren. Op de lange termijn zal het uiteindelijk lonen wanneer de patiënt-professionalrelatie zodanig verbetert dat de patiënt het spreekuur minder nodig heeft. Profijt voor iedereen.

Patrick Brown, universitair docent politieke sociologie aan de UvA. Beeld
Patrick Brown, universitair docent politieke sociologie aan de UvA.
Mehri Samim, adviseur bij K2, MSc in Medical Anthropology and Sociology. Beeld
Mehri Samim, adviseur bij K2, MSc in Medical Anthropology and Sociology.
Meer over