PlusOpinie

Opinie: ‘Bescherm erfgoed Marineterrein’

Het Marineterrein aan de Kattenburgerstraat gaat veranderen, en dit jaar beslist de gemeente hoe die herontwikkeling eruit zal zien. Bene Colenbrander en Norman Vervat pleiten voor het behoud van het eigenzinnige karakter van het gebied.

Bene Colenbrander en Norman Vervat

2022 belooft een belangrijk jaar te worden in de geschiedenis van het Marineterrein. Tot 17 januari kunnen omwonenden, bedrijven en andere betrokkenen inspraak leveren voor de gemeentelijke uitgangspunten voor de herontwikkeling van de voormalige militaire basis aan de Kattenburgerstraat, waarover de gemeenteraad naar verwachting later in het jaar besluit. Sinds 2011 werken het Rijk en de gemeente aan de herontwikkeling van het Marineterrein tot een publiek toegankelijk ‘toonaangevend innovatiedistrict, waar werken, wonen, leren en experimenteren continu met elkaar in verband worden gebracht.’

Marineterrein, buitenzijde vanaf de Kattenburgerstraat. Beeld Birgit Bijl
Marineterrein, buitenzijde vanaf de Kattenburgerstraat.Beeld Birgit Bijl

Monumentenaanvraag

Er staat veel op het spel: wordt het Marineterrein een vernieuwde stadswijk zoals vele andere, of blijft het eigenzinnige, maritieme karakter van het gebied behouden? Erfgoedvereniging Heemschut, sinds 1911 landelijk actief voor het behoud van cultureel erfgoed, pleit hartstochtelijk voor dat laatste. Met een monumentenaanvraag en een inspraaknotitie roept Heemschut de gemeente op om het bijzondere erfgoed op het Marineterrein te beschermen.

Het Marineterrein kent een lange militaire geschiedenis die is verweven met de ontwikkeling van Amsterdam. In 1655 werd op het eiland Kattenburg een scheepswerf voor de Admiraliteit Amsterdam geopend, waar in de eeuwen daarna marineschepen werden gebouwd en onderhouden. In 1959 maakte de aanleg van de IJ-tunnel de sloop van een aanzienlijk deel van de werf noodzakelijk en werd besloten het Marineterrein om te vormen tot een opleidingscentrum van de Koninklijke Marine. Het militaire terrein bleef evenwel tot 2015 afgesloten van de buitenwereld.

Heemschut begrijpt dat de gemeente het vrijkomen van het Marineterrein als een uitgelezen kans ziet om broodnodige nieuwe woningen te realiseren en ziet dat de gemeente aandacht heeft voor het op het terrein aanwezige culturele erfgoed. Desondanks is Heemschut van mening dat bij de herontwikkeling van het terrein het bijzondere karakter en de geschiedenis van het Marineterrein centraal moet staan, in plaats van woningbouw en innovatie. Juist door het karakter van het Marineterrein te behouden ontstaat een unieke plek in Amsterdam die zich onderscheidt van de rest van de stad.

Historische ontwikkeling

Wat is daarvoor volgens Heemschut nodig? Allereerst dienen de meest bijzondere en beeldbepalende gebouwen op het Marineterrein formeel te worden beschermd. Zo wordt voorkomen dat dit erfgoed al te gemakkelijk door verbouwing kan worden aangetast of door sloop vernietigd. De gemeente kan bijzondere gebouwen bijvoorbeeld aanwijzen tot gemeentelijk monument, of ze een hoge waardering op de gemeentelijke erfgoedkaart geven. Door gebouwen uit verschillende bouwperioden te beschermen blijft de historische ontwikkeling van het Marineterrein ook in de toekomst zichtbaar. Heemschut denkt daarbij onder meer aan de muur aan de Kattenburgerstraat uit de zeventiende eeuw, de Scheepstimmerwerkplaats uit de negentiende eeuw (nu restaurant Scheepskameel) en het Officiersgebouw uit de twintigste eeuw (nu hotel-restaurant Pension Homeland). Verder is bescherming van het toegangscomplex van Benthem Crouwel aan de Kattenburgerstraat van groot belang. Dit gebouw wordt in de huidige plannen van de gemeente met sloop bedreigd, terwijl het niet alleen een vroeg voorbeeld van de zogenoemde hightecharchitectuur in Nederland is, maar ook een van de eerste werken in het oeuvre van het beroemde architectenbureau vormt.

Ten tweede dient bij de herinrichting van het Marineterrein rekening te worden gehouden met het bestaande modernistische ontwerp van de buitenruimte van landschapsarchitectenbureau Meijers-Warnau, dat het Marineterrein in de jaren zestig van de vorige eeuw simpel maar doeltreffend inrichtte. Gras werd door Meijers en Warnau als een ‘doorlopend tapijt’ gebruikt, terwijl bomen wegen en looproutes markeren en omlijsten. Deze aanpak heeft geresulteerd in een gebied waar bezoekers midden in een drukke stad ruimte en openheid ervaren. De huidige plannen van de gemeente voorzien echter een veel drukkere inrichting van de buitenruimte, waardoor het open karakter van het Marineterrein verloren dreigt te gaan.

Met de monumentenaanvraag en inspraaknotitie hoopt Heemschut de bescherming van waardevol cultureel erfgoed op het Marineterrein hoog op de politieke agenda te zetten, zodat Amsterdammers zich ook in de toekomst kunnen blijven onderdompelen in de bijzondere geschiedenis van dit eeuwenlang afgesloten stukje Amsterdam.

Bene Colenbrander is adviseur public affairs en lid van de commissie Amsterdam van Heemschut  Beeld
Bene Colenbrander is adviseur public affairs en lid van de commissie Amsterdam van Heemschut
 Norman Vervat is kunsthistoricus en voorzitter van de commissie Amsterdam van Heemschut.  Beeld
Norman Vervat is kunsthistoricus en voorzitter van de commissie Amsterdam van Heemschut.
Meer over