Opinie

Opinie: ‘Beloofd extra geld voor onderwijs lijkt verkiezingsstunt van D66’

Docent filosofie Pieter de Jong vindt dat er nog weinig terecht gekomen is van de extra beloofde investeringen in onderwijs.

Pieter de Jong
Ingrid van Engelshoven en Arie Slob tijdens een persconferentie over een deltaplan voor het onderwijs.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Ingrid van Engelshoven en Arie Slob tijdens een persconferentie over een deltaplan voor het onderwijs.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Half februari publiceerde het kabinet het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Ministers Arie Slob (ChristenUnie) en Ingrid van Engelshoven (D66) stelden voor de komende studiejaren 2,7 miljard euro beschikbaar voor mbo en hoger onderwijs om achterstanden weg te werken. In dit kader geeft de regering ook een korting op het collegegeld. Gaat het hier om een verkiezingsstunt of mogen we blij zijn?

Opmerkelijk is de timing van de bewindslieden. Een maand voor de verkiezingen presenteert de D66-minister het pakket om de negatieve gevolgen van de coronacrisis aan te pakken. Het afgelopen jaar hoorden we nauwelijks iets van haar ministerie, terwijl D66 zich profileert als onderwijspartij. Sterker nog, lijsttrekker Sigrid Kaag sprak bij talkshow M over onderwijs met een hoofdletter O.

Tot op heden is die O klein gebleven, want fysiek onderwijs werd een jaar geleden ingeruild voor de digitale tegenhanger. Studenten betalen voor volwaardig onderwijs, maar ontvangen een surrogaat. Online onderwijs kan ondersteunend zijn, maar de lijfelijke lessen niet vervangen, want daar vindt de verdieping en de discussie plaats. Bovendien ontbreekt het sociale leven van school, waar docenten en studenten napraten over lessen en leven. De halvering van het collegegeld is een mooi gebaar, maar is eerder een schadevergoeding voor het verschraalde onderwijs.

Tegelijk met de invoering van het leenstelsel in 2015 zouden vierduizend extra docenten worden aangetrokken voor een kwaliteitsimpuls. Daar is tot op heden weinig van terechtgekomen. Uit een onderzoek van de NOS bleek dat het extra geld ook naar stopcontacten, duurzame broodjes en taalcursussen gaat. Eerstejaarsklassen tellen nog steeds dertig studenten.

In de persconferentie van 8 maart lijkt het kabinet de deur van het hoger onderwijs op een kier te zetten. Na één jaar sluiting willen studenten en docenten weer normaal onderwijs. Ook moet het sociale leven op school terugkomen, want beide partijen kwijnen weg achter hun schermen. Zij zitten niet te wachten op schadevergoedingen, studentenreisproducten of nieuwe stopcontacten.

Corona zal onder ons blijven, waardoor we ermee moeten leren leven. Bied het hoger onderwijs daarom toekomstperspectief. Kom de belofte van een kwaliteitsimpuls uit 2015 na door extra leerkrachten in te zetten.

Het NPO kan deze investering versterken, indien de coronagelden daadwerkelijk naar onderwijs gaan. Gebeurt dit niet, dan zijn we blij gemaakt met een loze verkiezingsbelofte, een dode onderwijsmus.

Pieter de Jong (docent filosofie), Amsterdam

Meer over