Opinie

Opinie: ‘Ambtenaren zijn niet immuun voor islamofobie. Het college moet excuses maken’

Uit een recent onderzoek van de gemeente blijkt dat moslims meer islamofobie ervaren in Amsterdam. Bovendien komt islamofobie voor in alle lagen van de samenleving, ook bij de overheid, stelt Achraf El Johari. Hij acht excuses van het college, en inzicht van de gemeente gepast.

Achraf El Johari
Een onderzoek stelt dat het overheidshandelen tegen het Cornelius Haga Lyceum als staatsislamofobie gezien moet worden. Beeld Marc Driessen
Een onderzoek stelt dat het overheidshandelen tegen het Cornelius Haga Lyceum als staatsislamofobie gezien moet worden.Beeld Marc Driessen

Recent heeft de Amsterdamse gemeenteraad kennis kunnen nemen van een nieuw onderzoek naar moslimdiscriminatie dat in opdracht van de gemeente is uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat moslims ervaren dat islamofobie steeds gangbaarder wordt in alle lagen van de samenleving. Het onderzoek noemt expliciet een aantal voorbeelden van staatsislamofobie, zoals het illegale overheidshandelen tegen het Cornelius Haga Lyceum. Het Amsterdamse college weigert echter afstand te nemen van islamofoob handelen in het verleden door geen excuses te maken richting de moslimgemeenschap.

Het is allereerst belangrijk om te benoemen dat er in Nederland een giftig islamofoob politiek klimaat heerst. Dit klimaat is de erfenis van meer dan 20 jaar islam bashing, waarvoor de bodem onder andere door Bolkestein, Fortuyn en Wilders is gelegd. De associatie dat moslims inherent gekoppeld zijn aan gevaar en geweld staat sinds 9/11 in het collectieve geheugen van de Nederlandse bevolking gegrift.

Dat deze negatieve beeldvorming over moslims in verschillende lagen van de Nederlandse samenleving is doorgesijpeld, is voor de islamitische gemeenschap helemaal geen verrassing. Islamofobie is de dagelijkse realiteit voor Nederlandse moslims en het gevolg is dat de islamitische gemeenschap zich in een constante staat van paraatheid en wantrouwen bevindt.

Bestuurlijke arrogantie

Voor de Amsterdamse moslimgemeenschap is het daarom extra pijnlijk om te moeten constateren dat het bestuur van een stad als Amsterdam handen en voeten geeft aan islamofobe onderbuikgevoelens. Zo heeft het college zelfs het ambtsbericht van de AIVD over het Cornelius Haga Lyceum aangedikt, terwijl datzelfde ambtsbericht later ook nog eens grotendeels door de CTIVD en de rechter onderuit werd gehaald.

Dat het college van Amsterdam, en met name burgemeester Femke Halsema en onderwijswethouder Marjolein Moorman, fouten hebben gemaakt is evident. Het lijkt erop dat bestuurlijke arrogantie en de angst op precedentwerking voor toekomstige islamitische middelbare scholen in de weg staan om schoon schip te maken richting de moslimgemeenschap.

Het is ook belangrijk om te begrijpen dat het handelen van het college jegens het Cornelius Haga Lyceum niet op zichzelf staat. Dit overheidshandelen past in een bredere strategie om islamitische orthodoxie en met name het salafisme, te problematiseren.

De Taskforce problematisch gedrag zou in het leven geroepen zijn om gedrag te ontmoedigen dat ‘de democratische rechtsstaat onder druk zet’. Hierbij zou het gaan om gedragingen die niet strafbaar zijn, maar waarvoor wel de wens is vanuit de overheid om deze te bestrijden. Hiervoor kunnen gemeenten, die onderdeel zijn van de taskforce, de driesporenaanpak hanteren. De eerste stap van die aanpak is het gesprek aangaan met de desbetreffende instelling. Als dat niet werkt kan de gemeente overgaan tot het aanspreken van de instelling. Het laatste spoor is het toepassen van verstoringsbeleid.

Brandmerk

Maar bij dat verstoren – we kunnen ons afvragen of dat op zich al wenselijk overheidsgedrag van een democratische rechtsstaat is – gaat de overheid nogal creatief om met wet- en regelgeving. Zo kan bijvoorbeeld de Wet Bibob worden toegepast en kunnen instellingen opgenomen worden in de rapporten over het dreigingsbeeld van de NCTV.

Verder kan er, zoals in het geval van het Cornelius Haga Lyceum, bijvoorbeeld worden overgegaan tot het vestigen van een moratorium op alle mogelijke gemeentelijke subsidies en verzoeken om nieuwe huisvesting. In het geval van het Haga Lyceum krijgen leerlingen tot de dag van vandaag les in een containergebouw waarvan de rioolinhoud naar boven komt en dragen zij nog altijd het brandmerk dat het gevolg is van de lastercampagne van de overheid.

Vage tovertermen als ‘anti-integratief’, ‘salafistische aanjagers’ en ‘antidemocratisch’ voerden de boventoon in de overheidscommunicatie over het Cornelius Haga Lyceum. Dat in vaagheden onrecht schuilt, blijkt uit het feit dat deze woorden alle vooroordelen over gewelddadige en onbeschaafde moslims triggeren in ons associatieve brein, maar nooit deugdelijk zijn onderbouwd. Dit is het risico van betrokkenheid bij een taskforce die fungeert als rechter, jury en beul, waarbij de waarborgen die de rechtsstaat ons biedt ver te zoeken zijn.

We moeten accepteren dat overheidsambtenaren niet immuun zijn voor islamofobie en dat we de rechtsstaat hoog dienen te houden, juist in tijden van polarisatie. Het college zou schoon schip moeten maken door zich te distantiëren van de Taskforce problematisch gedrag en door excuses aan te bieden aan de moslimgemeenschap. Alleen dan is de garantie geloofwaardig dat moslims gevrijwaard zijn van vernedering.

Achraf El Johari is jurist, docent bij de HvA en bestuurslid bij de Woonbond. Beeld
Achraf El Johari is jurist, docent bij de HvA en bestuurslid bij de Woonbond.
Meer over