Opinie

Opinie: ‘Amateursport kan veel grotere positieve invloed hebben op de stad’

Veel partijen hadden het versterken van sportverenigingen in hun verkiezingsprogramma staan. Een groep voorzitters van Amsterdamse voetbalverenigingen wil met de gemeente om tafel om daarover mee te denken.

Het Parool
Voetbalwedstrijd tussen de meiden van Geuzen Middenmeer en DSOV.  Beeld Rink Hof
Voetbalwedstrijd tussen de meiden van Geuzen Middenmeer en DSOV.Beeld Rink Hof

Het versterken van sportverenigingen was een terugkerend onderwerp in aanloop naar gemeenteraadsverkiezingen. Vrijwel alle Amsterdamse politieke partijen schreven in hun programma’s hierin te willen investeren. Verstandig naar onze mening. En terecht. Maar laten we dat dan wel zorgvuldig aanpakken.

De laatste jaren is vaak beleid over verenigingen gemaakt, maar zelden mét verenigingen. Dit geldt zeker voor het amateurvoetbal. Gemeentelijke plannen sloten meestal niet aan bij de realiteit en complexiteit van het huidige voetballandschap en misten daardoor het noodzakelijke draagvlak.

Een gemiste kans. Want de Amsterdamse amateurvoetbalverenigingen vervullen een ontzettend belangrijke functie in onze stad. Niet alleen op sportief, maar ook op sociaal-maatschappelijk gebied. Bovendien toonde recent onderzoek nog maar eens aan dat sporten bij een vereniging gezondheidsverschillen beter helpt verkleinen dan ongebonden sporten. Dat geldt in nog grotere mate voor teamsporten.

Dit verrast ons als voorzitters van Amsterdamse amateurvoetbalverenigingen allemaal niet. Wij zien dagelijks wat onze verenigingen voor (kinderen in) de stad betekenen. We zijn een speeltuin, sportcentrum, schoolklas, theehuis en buurtkroeg in één. We zorgen voor ontmoeting en verbinding en vormen qua samenstelling bij uitstek een afspiegeling van onze stad. We spelen een onmisbare rol in de Amsterdamse wijken en buurten en leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de stad.

Vier miljoen sportmomenten

Amsterdam telt 58 amateurvoetbalverenigingen met samen bijna 40.000 KNVB-leden. Voetbal is daarmee veruit de grootste teamsport in onze stad. Van alle Amsterdamse kinderen tot en met 18 jaar is 15 procent lid van een voetbalvereniging. Dit betekent dat in iedere Amsterdamse schoolklas gemiddeld vier tot vijf voetballers te vinden zijn.

Deze verenigingen organiseren meerdere voetbalmomenten per week voor hun leden. Alles bij elkaar opgeteld zijn dat meer dan vier miljoen sportmomenten per jaar. Hierbij zijn in Amsterdam naar schatting 15.000 vrijwilligers actief. En als we alle ouders, opa’s, oma’s, broertjes, zussen en andere fans die regelmatig langs de lijn staan meerekenen, raakt het amateurvoetbal in onze stad aan het dagelijks leven van een kleine honderdduizend Amsterdammers.

Wat dit waard is heeft de KNVB laten uitrekenen met behulp van het sroi-model (social return on investment) van de Uefa. Hierbij worden onder meer de economische opbrengsten, de sociale impact (vrijwilligerswerk, opleiding en werk) en de besparing op de gezondheidszorg meegenomen. Omgerekend vertegenwoordigt het amateurvoetbal in Amsterdam nu al een totale maatschappelijke waarde van 175 miljoen euro op jaarbasis.

En dit kan nog veel verder toenemen. Want hoewel het aantal voetbalverenigingen in de laatste twintig jaar gedaald is, zien we al geruime tijd een toename van het aantal voetballers in de stad, zowel absoluut als relatief. Als we deze stijgende lijn doortrekken en daarbij rekening houden met de groei van de stad dan komen er in de komende tien tot vijftien jaar nog zo’n 10.000 verenigingsvoetballers bij in Amsterdam.

Aansturing wordt steeds complexer

Alleen al deze verwachte groei vraagt – in combinatie met een verder verdichtende stad – om een (ruimtelijke) toekomstvisie op het amateurvoetbal. Daar komt bij dat de context waarin verenigingen opereren het laatste decennium enorm is veranderd. De gemiddelde Amsterdamse vereniging is fors in omvang gegroeid. Hierdoor zijn niet alleen de begrotingen en (bestuurlijke) verantwoordelijkheden groter, ook is de aansturing complexer geworden.

Dit wordt versterkt door een mondiger ledenbestand dat steeds hogere kwaliteitseisen stelt, maar ook vaker uiteenlopende verwachtingen heeft van een vereniging (prestatief vs recreatief, jeugd vs senioren, fruit vs frituur). Daarnaast wordt een vereniging vaker geconfronteerd met strengere regelgeving en goedbedoelde, maar tijdrovende interventies vanuit de overheid. Tot slot zet de opkomst van commercieel voetbalaanbod het verenigingsmodel op verschillende manieren onder druk.

Om het verenigingsvoetbal voor Amsterdam te behouden, te versterken en beter te benutten zullen we hier een antwoord op moeten formuleren dat rekening houdt met de realiteit en complexiteit van het Amsterdamse voetballandschap en kan rekenen op draagvlak in de stad. Dit lukt alleen als we de krachten bundelen. Als voetbalclubs hebben we hiertoe onderling het afgelopen jaar de eerste stappen ondernomen.

De ideeën die hieruit zijn voortgekomen sturen we deze week aan de Amsterdamse politiek en de KNVB. Hierover praten we binnenkort graag met hen verder. Want alleen samen zijn we in de staat om de sportieve en maatschappelijke impact van het Amsterdamse amateurvoetbal verder te vergroten.

Voorzitters Amsterdamse voetbalverenigingen: Julius Egan (asv De Dijk), Annette Schautt (avv SDZ), Alex Klusman (vv DRC), Ronald Nijsen (WVHEDW), Remko de Jong (afc DWS), Jamal Ahaddouch (Atletico Club Amsterdam), Margerethe van Neijssel (FC Amsterdam), Age Bol (asc SDW), Menno van den Eijnden (TOS-Actief), Ruud Karsdorp (avv Swift), Wendy Lopes Dias (AFC IJburg), Huub Wilbrink (avv Zeeburgia).

Meer over