Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Opa’s gebombardeerde huis in Rotterdam

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Op de televisie zag hij een huis dat in Oekraïne in brand stond. Een bom had alles vernietigd. Het huis van zijn grootouders in Rotterdam was ook gebombardeerd.

Hoe zijn grootvader in een droevige trance kon raken bij het noemen van de verloren huisraad: “De bank en de stoelen gemaakt door Berlage, de gordijnen van Brabants velours, de tafel met de glazen plaat erop, het bureau van mijn vader van rozenhout...”

En dan was het alsof de ogen van zijn grootvader in stilte de monoloog voortzetten. “Hij keek dan in het vuur,” zei de moeder. En na een tijdje ging zijn grootvader door: “Het schilderij van Sargent, het kleine portretje van Alma Tadema, de vleugel waarop de werken van Bach lagen, twee kandelaars van koper die elke week door Mina werden gepoetst.”

“Je hebt het na de oorlog toch ook goed gehad, pappie,” zei de moeder.
“Het gaat niet om mij. Het gaat om wat mijn vader had opgebouwd.”

Door het werk waren zijn ouders en grootouders in Amsterdam terechtgekomen, maar ziekte en dood had ‘humeurigheid’ in de familie gebracht. Dat grootvader zijn vrouw en dochter had zien sterven, had hem monddood gemaakt.

“Hoe gaat het, opa?”

“De bank en de stoelen gemaakt door Berlage… vaders bureau van rozenhout...”

Ze namen hem een keer mee naar Rotterdam, maar de straat was weg. Hij herinnerde het zich toen wel het een en ander. “Ik had een korte blauwe broek aan en zwarte schoenen, die door het stof wit waren geworden.”

Het tripje had opa geen goed gedaan. Zelfs het kopje koffie liet hij onaangeroerd. Hij was zo stil. Niemand durfde hem iets te vragen of tegen hem te zeggen.

Op de terugweg in de auto – hij mocht voorin zitten – zei hij: “Ik had die bommen wel eens willen zien.”

“Waarom opa?”

Geen antwoord.

Grootvader was in zijn slaap gestorven. Zijn laatste jaren had hij onzeker door het leven geschuifeld.

Hoe zou opa naar die bommen op Oekraïne gekeken hebben? In zijn nachtkastje vonden ze een klein opschrijfboekje met als titel: Rotterdam, 14 mei 1940.

Vijf beschreven blaadjes. Eerst de geboorte- en sterftedata van zijn ouders en zijn kinderen, daarna het adres in Rotterdam. Op de tweede pagina stond onderstreept: ‘Kwijt.’ Daaronder de bekende lijst: ‘Een bank (Berlage)...’

Op de derde pagina nog één zin, die een aankondiging leek voor meer: ‘Ik heb op straat gevoetbald met Jantje van Leersum.’

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over