null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Op zoek naar de kortste straat van Amsterdam – heeft iemand een idee?

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Ik had haar gevonden. De kortste straat van Amsterdam.

In Oost.

Een zijstraatje van de Linnaeusstraat.

Nirwana.

Nirwana. Het betekent in het boeddhisme geloof ik zoveel als uitgedoofd zijn. Het is, als ik het goed heb begrepen, de hoogste staat die de mens kan bereiken.

Daar is niet veel voor nodig, uitgedoofd te raken. Slechts een wandelingetje door Nirwana, want het zal niet snel de prijs voor de mooiste straat van Amsterdam krijgen.

En een heel kort wandelingetje bovendien, want langer dan twintig meter is het straatje niet.

En een en al steen, op wat gras na dat tussen de voegen van klinkers was gegroeid. Fietsenrekken, een lantaarnpaal en een paar verkeersborden. Geen winkels, want al bevindt de ingang van Toko Sumatra Deli zich technisch gezien in Nirwana, het adres is Linnaeusstraat 227.

Wel een mooie entree, ik dacht in de stijl van de Amsterdamse School, tot een portiek met voordeuren.

Een heel donker portiek, het zou me niets verbazen als het de toegang tot een andere wereld zou zijn, maar ook dat is giswerk, want ik durfde er niet in.

Gevonden dus.

Tot ik wat meer over deze straat wilde weten, en erachter kwam dat ze meer dan tweehonderd meter telt. Ook de straat achter dit stukje Nirwana die parallel aan de Linnaeusstraat loopt heet Nirwana. Dat had ik in mijn overwinningsroes natuurlijk niet gecheckt.

Het grote Schaft- en Badgebouw bijvoorbeeld (het sportfondsenbad Oost zit daar weer achter), dat bij de Oostergasfabriek hoorde, heeft Nirwana 3 als adres.

Daar ging mijn ontdekking.

Op mijn telefoon had ik nog een paar korte straatjes staan. Een paar zijstraatjes van de Marnixstraat.

De Nieuwe Tuinstraat bijvoorbeeld. Of het Tweede Marnixplantsoen. Aan een merkwaardig parkje waar ook het beeld staat van dat rennende mannetje: Man met vioolkoffer. Door een onbekende kunstenaar daar in 1982 neergezet. Een gedoogd beeld.

Maar ik denk nu ook aan een straatje bij de Bloemenmarkt: de Openhartsteeg. Met slechts twee adressen. (Hoe komt een straat aan zo’n naam? Op kadastralekaart.com doen ze niet aan etymologie. Op de site ensie.nl/stadsatlas-amsterdam wel. De naam verwijst naar een gevelsteen, voorstellende een open hart met een oranje appel. In de zestiende eeuw was dat een teken van Oranjegezindheid. En de straat werd vroeger Pottenbakkerssteeg genoemd.)

En een zijstraatje tussen de Valkenburgerstraat en de Foeliestraat. Het Nieuwe Grachtje.

Vergeet ik er nog een. Een korte straat die wellicht ook in aanmerking komt voor de minst mooie straat van Amsterdam (lelijkste straat klinkt weer zo negatief). Het betreft wederom een zijstraat van de Marnixstraat: de Derde Marnix Dwarsstraat. Ga maar eens kijken en oordeelt u zelf.

Maar welke straat is nu de kortste straat van Amsterdam?

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over