Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Op straat lopen en denken: als het maar geen kernoorlog wordt in Oekraïne

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Ik voel me alleen.

Nee, ik ben niet echt alleen – ik heb vrienden, buren, kennissen en ­familie – maar ik sta alleen in mijn opvattingen.

Mijn dochter belt vanaf haar ­vakantieadres.

“Is alles goed met jullie?”
“Ja, pap.”
“Kinderen?”
“Prima.”

We zeuren nog wat over de hitte. En dan vraag ik: “Heb je per ongeluk nog tijd gehad om misschien af en toe een columnpje van mij te lezen?”
“Nee… Even geen Oekraïne, pap.”
“Ja, snap ik.”

Ik snap het eigenlijk niet en ik hoor weer een scherf van mijn ego vallen.

“Heb je nog wat anders geschreven? Je was bezig met iets?” vraagt dochter belangstellend.
“Een verhaal over oma…”
“Nou, daar ben je zeker ook heel vrolijk van geworden. Moet ik het comité van de Nobelprijs alvast waarschuwen?”
“Ik heb al signalen gekregen dat ik een kans maak. Het gaat tussen mij en Houellebecq.”

We lachen en verbreken goedgehumeurd het contact.

En toch sta ik alleen.

In de jaren zestig, begin zeventig, kon mijn moeder alleen maar denken aan de oorlog. Dat wilde ze niet, maar het ging vanzelf. Ze zocht hulp, maar die was waardeloos. Veel wilde ze er niet over kwijt, behalve dan: “Soms sta ik alleen.”

“En pappa?” vroeg ik dan.
“Die staat ook alleen.”
“En jullie samen? Ik bedoel, jullie kunnen ­elkaar toch steunen?”
“Ach, zo eenvoudig is dat niet.” En dan: “Het gaat goed zo. We houden van elkaar.”

Die laatste zin leek me genoeg en tevens haar medicijn om het leven aan te kunnen. Lost liefde niet elk probleem op?

Ik hoor mijn moeders stem: “Ach, zo ­eenvoudig is dat niet.”

Onbestuurbare gedachten. Op straat lopen en denken: “Als dat maar goed afloopt en het geen kernoorlog wordt in Oekraïne.” Vervolgens niet kunnen loskomen van zo’n gedachte. Het zijn geen gedachten die je wilt wegdrukken, het zijn juist hersenspinsels die je wilt denken. Dat is het probleem.

Oorlog is een ziekte waarvan je nooit geneest; je kinderen ook niet. Een kenmerk van die ziekte is dat je er niet van wilt genezen. Zo’n oorlog is je kompas, een vergiftigde bron waaruit je je verhalen put. De verhalen die je nodig hebt om verder te leven. Een zingever.

Is het wartaal wat ik heb opgeschreven? Is het weer een monoloog van de Oude Zeikerd, zoals een ander familielid mijn werk eens ­typeerde?

Ik voel me alleen, hongerig naar oorlogsnieuws en ik lijd al aan oorlogsobesitas.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.