Marcel Levi. Beeld Artur Krynicki
Marcel Levi.Beeld Artur Krynicki

O kom er eens kijken, wat ik in mijn zorgreserves vind

PlusMarcel Levi

Marcel Levi

In deze tijd van het jaar zijn we inmiddels net zo gewend geraakt aan de bekendmaking van de nieuwe premies van zorgverzekeraars als aan de intocht van Sinterklaas. Vol (angstige) verwachting klopte ons hart, gezien de over elkaar heen buitelende berichten met doemverhalen over overkokende zorgkosten. En wat blijkt: de maandelijkse premie stijgt bij de meeste verzekeraars ergens tussen de drie en vijf euro en bij sommige zelfs helemaal niet. Huh? Het wekelijkse benzinetankbeurtje is recent al snel drie keer duurder geworden.

Verzekeraar-gigant Achmea voegt ons nog, bijna verontschuldigend voor de minimale premiestijging, toe dat ze 380 miljoen uit de eigen reserve hebben gehaald voor komend jaar. Klinkt edelmoedig, maar is dat niet gewoon geld dat wij voorgaande jaren te veel hebben betaald aan deze verzekeraar, zodat het vrolijk ergens opgepot kon worden? En dat tegen een achtergrond van een tot het bot uitgemergeld zorgsysteem, dat zelfs zonder coronapatiënten al zwaar in haar voegen kraakt door tekorten aan geld en capaciteit. Wordt het niet eens tijd dat we volledig inzicht krijgen hoeveel van onze zorgpremies weglekken naar onnodige reserves, woekerrentes voor investeringen in gebouwen en apparatuur – terwijl burgers inmiddels negatieve rente op hun spaarrekening mogen betalen – en zinloze overhead van zorgkantoren en verzekeraars? Het zijn opnieuw aanwijzingen dat financiële instellingen de grote winnaars zijn van ons zorgstelsel en dat verzekeringsmaatschappijen ondanks alle tranen-trekkende en hartverwarmende reclames dikwijls vooral de eigen financiële balans als eerste prioriteit hebben.

Het principe van een verzekering is dat je door het betalen van een periodieke vaste premie beschermd bent tegen opeens heel hoge uitgaven, bijvoorbeeld veroorzaakt door medische behandeling, brand of een verkeersongeval. Daar is niets verkeerd mee, maar door een merkwaardige gedachtenkronkel in onze zorgverzekeringswet zijn zorgverzekeraars in ons land plotseling in een positie gebracht om ook de klanten te vertegenwoordigen in een niet-bestaande zorgmarkt. Het is alsof jouw autoverzekeraar bepaalt van welk merk en welke kleur je volgende auto is en dat je daar zelf niks over te vertellen hebt. Of voor jou een auto aanschaft die veel te klein is voor je hele gezin.

Om het financieel resultaat op peil te houden kunnen zorgverzekeraars ook niet veel meer doen dan de zorgkosten drukken. En natuurlijk aanvullende verzekeringen verkopen, met zinloze producten als vergoeding van alternatieve kruidenvrouwtjes of flapoorcorrectie. Het zijn net zulke nutteloze verzekeringen als een ongevallenverzekering voor inzittenden (die zijn namelijk al automatisch verzekerd), aanvullende regendekking (voor verregende vakanties) of een tuinverzekering – voor diefstal van je tuinkabouters waarschijnlijk, hoewel die al verzekerd waren met je inboedelpolis.

Verzekeringen zijn prima instrumenten om hoge kosten als gevolg van vette pech af te dekken en financiële solidariteit tussen gezonde premiebetalers en zieke kostenmakers te realiseren. Alle franje daaromheen is zelden een succes.

Marcel Levi is voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Daarvoor was hij ceo van University College London Hospitals en bestuursvoorzitter van het AMC. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? m.levi@parool.nl.

Meer over