Opinie

'Minder stadsdeel, meer bureaucratie'

De Amsterdamse gemeenteraad discussieert over de toekomst van het Amsterdamse bestuurlijke stelsel op basis van het rapport van de commissie-Brenninkmeijer, waarvan de aanbevelingen grotendeels zijn overgenomen door het college van b. en w.. De analyse is terug te brengen tot één simpele formule: minder politiek, meer democratie.

Jos van der Lans en Nevin Ozütök
'Brenninkmeijer heeft de voorzet gegeven voor een door de Stopera geleide programmademocratie' Beeld anp
'Brenninkmeijer heeft de voorzet gegeven voor een door de Stopera geleide programmademocratie'Beeld anp

Meer democratie betekent meer ­reële zeggenschap van burgers en het verplaatsen van publieke verantwoordelijkheden naar de samenleving. Dat is een interessant startpunt om te onderzoeken hoe je de Amsterdamse democratie kunt verbeteren. Maar vreemd genoeg richt de commissie zich uitsluitend op de eerste helft van haar formule: minder politiek.

Zij stelt voor de verkiezingen van de bestuurscommissie in de stadsdelen te schrappen, omdat dat toch alleen maar onderling gekissebis oplevert. Vandaar dat het college in de toekomst de stadsdeelbestuurders gaat benoemen, die dan het door de gemeenteraad vastgestelde beleid gaan uitvoeren.

Uniformerende tendens
Ai. Dat doet het ergste vrezen. In feite heeft Brenninkmeijer de voorzet gegeven voor een door de Stopera geleide programmademocratie, die nu dankbaar door b. en w. wordt ingekopt.

Voor improviseren, voor een intensief samenspel met burgers, voor het doordacht afwijken van normen - precies datgene waar de bestuurscommissies goed in zijn en wat inderdaad schuurt met de wereld van de Stopera - is in die uniformerende tendens steeds minder ruimte.

Daarmee wordt de lokale democratie niet verbeterd. De gekozen oplossing is eerder strijdig met de ontwikkeling in de stad waar burgers zich steeds nadrukkelijker op publieke verantwoordelijkheden organiseren. Kijk naar de buurtcoöperaties, de stadsdorpen, de energiecollectieven, noem maar op. Precies die krachten zouden in een nieuw bestuurlijk stelsel aan ruimte moeten winnen.

Creatieve boekhoudkunst
Dat gebeurt dus niet als je door de Stopera benoemde bestuurders parachuteert. Dat gebeurt door juist nu in die initiatieven te investeren. En precies dat gebeurt mondjesmaat. De wethouders laten geen gelegenheid voorbij gaan om er de loftrompet over af te steken, maar tegelijkertijd blijft de hand op de knip.

Het in leven houden en stimuleren van deze initiatieven wordt overgelaten aan die ­vermaledijde dwarse stadsdeelbestuurders, die er improviserend en met creatieve boekhoudkunst het beste van proberen te maken.

Daarom moet de gemeenteraad doen wat de commissie-Brenninkmeijer heeft nagelaten. Zij moet de vraag stellen hoe een nieuw stelsel de democratie en zeggenschap van burgers kan intensiveren en de weg openen voor vergaande democratische experimenten.

Bijvoorbeeld door een substantieel maatschappelijk innovatiefonds in het leven te roepen dat initiatieven waarin burgers met elkaar publieke en maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen naar een hoger niveau kan tillen.

Jos van der Lans (voorzitter buurtcoöperatie Oostelijk Havengebied) en Nevin Ozütök (stadsdeelbestuurder Amsterdam-Oost)

Meer over