Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Mijn vader is er gewoon bij, in mijn hoofd en in mijn hart

PlusNatascha van Weezel

Natascha van Weezel

Twee jaar geleden liep ik op eerste kerstdag verdoofd over de kerstmarkt op het Museumplein. Daarna ging ik in mijn eentje koffiedrinken bij de McDonald’s in de Albert Cuypstraat, de enige horecagelegenheid die open was. Ik staarde naar mijn papieren kopje met daarop de gele M. Het hele land was nu gezellig feest aan het vieren met familie. Ik voelde me eenzamer dan ooit. Mijn vader was een paar maanden eerder overleden. Het was de eerste kerst zonder hem.

Afgelopen vrijdag stapte ik in tram 7 richting Mercatorplein. Daar staat tot en met 1 januari een glazen kas waar je kunt rouwen om geliefden. Ik vond het een mooi initiatief. Juist tijdens de feestdagen is het belangrijk dat je ergens heen kunt met je verdriet, aangezien dit dé periode is waarin we onszelf en elkaar er consequent van proberen te overtuigen dat alles vooral vrolijk en leuk moet zijn.

Eenmaal op het Mercatorplein zag ik lange rijen voor de Gall & Gall, de bloemenstal en de oliebollenkraam. Er klonken kerstliedjes uit een luidspreker. Te midden van het feestgeweld doemde daar opeens die kas op. Door het glas heen zag ik brandende waxinelichtjes en kerstbomen met lintjes erin. Hierop hadden honderden rouwenden de namen van hun overleden geliefden geschreven.

Een aantal mensen draalde rond de kas. Ze keken wat onzeker uit hun ogen. Uiteindelijk vormde zich een korte rij. Ik fantaseerde over de reden van hun bezoek. Vooraan stond een zwangere vrouw. Zou zij eerder dit jaar een doodgeboren kindje hebben gekregen? En de man achter haar? Was zijn moeder gestorven aan de gevolgen van corona? Kwamen de twee kleuters, die met hun moeder voor mij stonden, hun opa herdenken?

Eenmaal binnen gebeurde er iets wonderlijks: ik merkte dat ik niet meer zo veel behoefte had aan een dergelijke plek. Niet omdat de kas me in praktijk tegenviel, maar omdat de rauwe rouw – haast ongemerkt – minder was geworden. Voor het eerst had ik weer zin in kerst en oud en nieuw. Natuurlijk zal het altijd raar blijven dat er één stoel leeg blijft aan tafel en er één bord ontbreekt. Toch is mijn vader er gewoon bij, alleen zit hij nu in mijn hoofd en in mijn hart. Zo voel ik dat.

Dus voor iedereen die dit jaar nog wel keihard rouwt en totaal geen zin heeft in de ‘vrolijke’ feestdagen: dat is helemaal oké. Kerst en oud en nieuw zíjn niet altijd alleen maar leuk. Het is de normaalste zaak van de wereld dat je nu de behoefte voelt alle kerstverlichting met je blote handen van de gevels te rukken. Maar geloof me: op een dag gaat de zon ook voor jou weer schijnen. Al begint het met een piepklein straaltje.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over