Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Mijn oude liefde bleek een vooraanstaand activist in de Duitse anticoronabeweging te zijn

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Na jaren van radiostilte ontving ik een appje van een oude liefde: L. uit Berlijn. ‘Dear Johan, are you still alive? Mijn zoon en ik zijn in Amsterdam. Tijd voor koffie?’

Die tijd had ik wel. Zeiknat van de stortregen kwam ik aanfietsen bij Winkel op de Noordermarkt. Ik zag haar meteen: aan dat ene tafeltje onder de luifel. Ze stond op, nog altijd gekleed als een Parijs catwalkmodel. Haar zoon, nog een dreumes toen ik L. voor het laatst had gezien, was nu negen. Zijn gezicht bevond zich op dat ontwapenende grensgebied, precies tussen het laatste zachte kinderlijke en de zich aankondigende hoekigheid van de pubertijd in.

Great to see you,” zei L.

Het was koud, veel te koud om buiten te blijven zitten.

“Heb je een QR-code?” vroeg ik.

Ze lachte me uit en zei: “Natuurlijk niet.”

Ik zei dat ik dat al wist. “Je WhatsAppfoto is een abstracte tekening waar Klaus Schwab in staat. Ik dacht: nope, L. didn’t take the vaccine.”

We lachten hard, maar de regen kwam nog altijd met bakken uit de hemel. Waar moesten we nu heen? De zoon van L. keek me vragend aan.

“Kom,” zei ik. Ik leidde ze de Westerstraat in en dook, op goed geluk, een klein hip koffietentje in.

“Mogen wij hier zitten?” vroeg ik aan de barista.

Het kwam door de blik in mijn ogen. Ongezegd begreep hij precies wat ik bedoelde. Hij knikte dat het oké was. We bestelden koffie en tosti’s en gingen aan de bar zitten. De zoon van L. mocht Paw Patrol kijken op mijn iPhone, ik zette de audio-instellingen op Duits.

“Dus, jij bent ook vader nu?” vroeg ze.

Zij had mijn WhatsAppfoto ook bestudeerd. We spraken over vroeger, nu een heel leven geleden.

Now: we live in clown world,” zei ze.

Die term kende ik, uit bepaalde contreien. Wat bleek: L. is een zeer vooraanstaand activist in de Duitse anticoronabeleidbeweging. Met duizenden volgers, fans en haters.

Ze vertelde me woedend dat schoolkinderen in Duitsland soms ook maskers moesten dragen. “Kindermishandeling!” zei ze. “Kinderen moeten normaal kunnen ademen, dat vind jij toch ook?”

Ik knikte. Dat vond ik ook. Ik vertelde dat ik in sommige opzichten beslist naast haar, maar in andere ongetwijfeld lijnrecht tegenover haar stond.

“Extreemrechts: daar moet je nooit tussen staan.”

“Dat weet ik, Johan, maar ik vraag je: waar dan wel?”

We zwegen. Ik keek naar de vrouw met wie ik ooit, een jongen was ik nog geweest, mijn allereerste keer had beleefd, op een tropisch Braziliaans eiland. Haar zoon lachte hardop om Paw Patrol.

Even later stonden we buiten.

“Mag ik je een hug geven?” vroeg L. “Of moet ik je dan eerst mijn QR-code laten zien?”

Ik lachte en zei dat dat niet hoefde. We pakten elkaar stevig vast.

“Pas goed op jezelf, in deze gekke tijden,” zei ik. “En op je mooie zoon.”

“Jij ook, mein liebe Johannes.”

Zo noemde ze me altijd al.

“Jij ook.”

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over