Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Mijn leven is kort, dus vanaf nu kies ik zelf waaraan ik me stoor en vooral wanneer

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

‘Niet alleen veel ministers, maar ook de Tweede Kamervoorzitter Vera Bergkamp is KNETTERGEK (en ongeschikt).’ Ja, Geert Wilders gaf ’m van jetje in een reactietweet op de Kamervoorzitter die in een brief schreef dat Kamerleden elkaar niet meer ‘gek’ of ‘idioot’ mogen noemen. Snuivend zal hij de tekst hebben gecomponeerd, één hand in de haardos, de andere rammend op zijn laptop. Een schande was ’t. Censuur!

Zijn respons was even lachwekkend als voorspelbaar. Zo vreemd is het niet als iemand hamert op beschaving. En nee, die schuilt niet in simpele woordjes als ‘gek’, maar een plek waar volksvertegenwoordigers dreigen met tribunalen, mag best gewezen worden op haar verbale hygiëne.

Of het zin heeft is een tweede. Bij dit soort offensieven zullen partijen die het betreft des te hoger van de toren blazen, ‘WANT JE MAG TEGENWOORDIG HELEMAAL NIKS MEER ZEGGEN IN DIT KNOTSMALLE LAND.’ Wilders’ toetsenbordriddertweet deed me denken aan vierjarigen die ‘poepiepoepieneuken’ door de klas schreeuwen om aandacht te trekken. Kijk mij eens roepen wat niet mag!

Er was een tijd dat het me ergerde. Gescheld, gebrul, de eeuwige slachtofferrol die als een mantel wordt aangetrokken zodat de drager zich bij kritiek onmiddellijk kan wentelen in het zachte comfort van het eigen gelijk en een ‘de ander heeft het gedaan’-attitude.

Maar tegenwoordig ben ik de irritatie voorbij. Dat komt door een typisch gevalletje van ziektewinst. Afgelopen maanden die me veelal tollend in bed dwongen, maakten veel duidelijk. Een belangrijke: mijn leven is kort, ik ben fragiel, dus vanaf nu kies ik zelf waaraan ik me stoor en vooral wanneer.

Zo ontken ik het bestaan van seksistische drek niet, maar ík beslis of ik die binnen laat komen. De meneer die mij onlangs tweette dat hij me ‘ballsdeep’ zou willen nemen, heb ik in mijn hoofd derhalve de vriendelijke groeten gewenst. Waarna hij in datzelfde hoofd in zijn skinny met dikke puilbuik erover – gelijk een rechtopstaande boxer – snel de benen nam.

Mijn kop is een ambtenarenloket waar je niet langskomt als je geen dringende afspraak hebt. ‘Ah, meneer Verongelijkt. U komt uw gal spuwen. Even kijken. Vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog? Die nemen wij donderdag van drie tot vijf over drie in behandeling. Tenzij wij ons daar te slecht voor voelen. Of te goed. Voor nu is het loket gesloten. Goedemiddag.’

Een balie verder mag de complottheoreticus zich melden. ‘We worden geregeerd door hagedismensen die ons willen injecteren met babybloed? Interessant, interessant. Ach jee, mijn werkdag zit erop, komt u binnenkort vooral terug.’

Het schoont allemaal enorm op. Seksisten worden gezonden naar de afdeling Daarveegikmijnderrieremeeaf, racisten belanden op een overbelaste lijn en scheldwoordfetisjisten krijgen een briefje voor de dokter.

Nee, deze onverschillige houding heb ik natuurlijk lang niet altijd. Ik ben heus niet zo’n stoere vrouw, ik laat me nog altijd (te) makkelijk raken. Maar de relativering van rotzooi helpt wel. Dus houd ik mezelf voor: wie kiest mijn wereld te bevuilen, kan voor een dichte deur komen te staan. Of hij krijgt een ‘poepiepoepieneuken’ terug. Aan mij de keuze.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over