null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Met heel veel moeite liet de man zijn billen op de bagagedrager zakken

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Vanochtend werd ik waker van onbedaarlijk gevloek.

Het was nog donker en het was een vrouw die buiten op straat stond te schreeuwen.

“Krijg de pleuris! Krijg gewoon de pleuris! Klootzak! De pleuris! Hoor je! De pleuris!”

Het favoriete woord pleuris werd er vrij beheerst, maar ook met onmiskenbaar genot uitgeslingerd.

Er kwam geen antwoord.

Het was kwart voor zes.

Ik was benieuwd wie het was, en tegen wie ze het had, maar ik lag warm onder het dekbed en in de kamer was het koud. Vroeger zou ik uit bed zijn gevlogen om uit het raam te gluren, maar vroeger is dood.

Weer een mysterie dat onopgelost bleef.

Ik kon er niet mee zitten.

Later op deze merkwaardige dag – de koffie was mislukt, ik kon een sok niet meer vinden en de post bracht een verrassing – zag ik bij het naar buiten gaan naast het huis een oude man die heel veel moeite had om van zijn fiets te komen. Hij stond met zijn benen aan weerszijden van de stang op de grond en hing met zijn lichaam tussen zadel en bagagedrager.

Het zag er heel vreemd uit.

Naast de fiets stond een kleine, volle boodschappentas.

Met heel veel moeite liet de man zijn billen op de bagagedrager zakken.

Daarna, met beide handen hield hij het zadel vast, richtte hij zich op en duwde de fiets tussen zijn benen vandaan. Hij ging naast zijn fiets staan, een hand op het stuur. Hij keek me aan.

“Gaat het?” vroeg ik.

“Hoe kom ik er nou weer op?”

Zonder op antwoord te wachten ging hij verder.

“Ik ben ook de lenigste niet meer.”

Hij was minstens zeventig, dus daar had hij wel een punt.

“Ik moet geloof ik een andere fiets,” zei hij.

Hij streek met een hand zacht over de stang van zijn herenfiets.

“Met een laag opstappunt.”

“Een damesfiets,” zei ik. “Het is bijna Sinterklaas.”

De man trok een grimas.

Boven de boodschappentas stak een pak speculaas uit.

“Zou u die man niet eens helpen?”

Er liep een vrouw langs me heen. Kordaat, hoofdschuddend. Dik blauw spijkerjack, bloemetjesrok, blauwe panty, lage cowboylaarzen. Ze woonde verderop. Met een heel lelijk hondje.

Ik meende de stem van vanochtend te herkennen, maar ik was er lang niet zeker van, en ik denk dat ik dat heel graag wilde om toch weer een verhaal rond te krijgen.

De vrouw pakte de man bij zijn bovenarm.

“Waar moet u heen?”

“Ik red me wel,” zei de man, en wist met heel veel moeite toch weer op zijn fiets te klimmen.

De vrouw pakte de boodschappentas en hing die aan het stuur.

“Ga je niet omvallen zo?” zei ze bezorgd en gaf de man een zet.

De man slingerde weg.

“Bedankt!” riep hij.

“Kijk voor u!” riep de vrouw.

We keken hem na tot we hem niet meer konden zien.

“Zeker vijf pakken speculaas!” zei de vrouw. “Vijf pakken! Vijf! Wat moet die man met vijf pakken speculaas?”

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over