Tinkebell. Beeld Artur Krynicki
Tinkebell.Beeld Artur Krynicki

Met een wildvreemde meneer danste ik de sterren van de hemel in Sjanghai

PlusTinkebell

Tinkebell

De eerste keer dat ik er kwam was door het lot bepaald. Ik wilde op reis en besloot, met een wereldkaart op tafel, daarheen te gaan waar ik blind op zou prikken. Het werd Sjanghai. Ik herinner me het moment dat ik uit het vliegtuig stapte als de dag van gisteren. De geur, de warmte en vooral de energie die direct in mijn lijf ging zitten en die ik in de jaren erna, steeds als ik terugging, meteen weer terugvond als ik daar was. Het was de energie van vernieuwen. Van bouwen. Van onbegrensd doorgaan doorgaan doorgaan.

Anders dan in Nederland bemoeit niet de complete goegemeente zich met plannen wanneer je een nóg groter gebouw, met nóg meer knipperende lichtjes en bewegende elementen dan dat van de buren neer wil zetten. Sjanghai groeit daardoor al jaren als een tierelier, overnight. Wat er nog niet stond toen je ging slapen, is bij het ochtendgloren in gebruik genomen. Dat bouwen en groeien zou je met onze Nederlandse inborst gevoelloos en lomp kunnen noemen. De voor ons volstrekt logische wens om al het oude, monumentale te koesteren en beschermen wordt daar overruled door een pragmatische focus op altijd klaar zijn voor dat wat nog gaat komen. Maar dat betekent niet dat Sjanghai geen schoonheid kent. Integendeel. Wie daar rondloopt en goed kijkt, ziet niets dan poëzie.

Vroeg in de ochtend begint het al. Het ritueel. Zichtbaar in de steegjes en de parken. Waar overal vandaan mensen, vaak nog in hun pyjama’s, met een vogelkooi in de hand hun dagelijkse wandeling maken. Kanariepietjes houden van buiten zijn en van de natuur.

Na zo’n wandeling worden die kooitjes dan ook lieflijk opgehangen aan gevels en balkonnetjes. Zodat de vogels kunnen genieten van hun uitzicht.

De mensen in Sjanghai werken hard. Maar iedereen weet dat middagdutjes goed voor je zijn. Daarom zijn werkplaatsen daarop ingericht. Soms met zeer comfortabele ligstoelen. Vaker met een hoekje onder het bureau of gewoon met het hoofd op tafel. Wat ik daar mooi aan vind is de acceptatie van een volstrekt menselijke behoefte. Zonder schaamte. Sowieso, dat laatste. Hier, in het Westen is menselijkheid vaak iets om je voor te generen. In Sjanghai ís het gewoon.

En dan, de avonden. Dan worden op straten en pleinen overal radiootjes neergezet waaruit (vaak klassieke) muziek klinkt waarop wordt gewalst. Hele buurten dansen mee. Ik geloof niet dat ik ooit gelukkiger was dan de eerste avond op de eerste dag dat ik in Sjanghai kwam. Met een wildvreemd oud meneertje danste ik daar de sterren van de hemel.

Wat een contrast met de lege straten nu. Al een hele maand. Het geschreeuw uit de huizen. De wanhoop. Van die mooie energieke stad in lockdown.

Please recover soon, Sjanghai.

Tinkebell schrijft elke week een column in Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over