null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Met een onbekende moet ik T-shirts en onderbroeken hebben uitgeruild

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

God ja, het wegbrengen van de was.

In de Laurierstraat had ik geen wasmachine. Ik ging bij mijn broer in de Trouringhstraat wassen, maar al snel was de rit naar Bos en Lommer me te ver. Bovendien maakte de centrifuge, een oud, hevig schuddend ding dat nog van onze moeder was geweest, steeds meer lawaai en sloot het klepje van de bovenlader niet goed meer. Ook kwamen er sokken uit het tuitje waar alleen het afvalwater uit moest komen.

Ik vond op een hoek in de Marnixstraat een stomerij annex wasserij. Ik ben de naam vergeten. Vriend S. deed er ook de was.

Met een volle weekendtas op het stuur ernaartoe gefietst om het bij de altijd vriendelijke mannen in te leveren. (Ik dacht dat ze uit Sri Lanka kwamen.)

Boekjes met groene en blauwe bonnetjes op de balie. Een bonnetje dat na een vluchtige handeling nogal nonchalant (vond ik) op de tas werd geplakt. Een bonnetje met hetzelfde grote nummer kreeg de klant mee. “Niet vergeten,” zei een van de mannen streng. Om daarna allervriendelijkst te glimlachen.

De eerste keer keek ik mijn tas met was na zoals een ouder die een kind voor het eerst de klas in ziet gaan. De tas verdween in een ruimte achter de balie.

Ik bleef geloof ik ook nog een tijdje besluiteloos voor de balie staan.

Het rook altijd lekker in de wasserij.

Nooit de verkeerde tas meegekregen.

Wel eens een vreemde sok aangetroffen in de tas, ik herinner me een mintgroene, en ook een overhemd dat niet van mij was, maar me wel paste. En met een onbekend iemand moet ik dan weer T-shirts en een paar onderbroeken hebben uitgeruild.

Altijd vlekkeloos schoon, de was.

Tot ik naar De Pijp verhuisde en mijn eerste wasmachine kocht bij een zaak op de Ceintuurbaan.

De wasserij en stomerij bestaat nog, ik kwam er een paar dagen geleden langs. Ik weet niet of de zaak nog dezelfde eigenaren heeft, en of die dezelfde naam heeft als toen.

Nida.

Een uithangbord aan de gevel. Ingang in de Nieuwe Tuinstraat. Een kleine straat met gras tussen de stoeptegels, auto’s, graffiti. Vier huisnummers maar. Op nummer 2 een kapperszaak genaamd Knippen bij Wendy.

Voor het raam van Nida een bord met knipperende lichtjes dat zegt dat de zaak Open is, en een lange rij flacons wasmiddel. Ik had het idee dat de wasserij goed draaide, en dat deed me goed. Het was nog steeds een beetje ‘mijn wasserij’.

Ik bewaarde de groene en blauwe bonnetjes altijd in de oude tekendoos van mijn tante Stella die ik nooit heb gekend.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over