Karin Spaink. Beeld Artur Krynicki
Karin Spaink.Beeld Artur Krynicki

Met die afvalcontainers weet je nooit waar je aan toe bent

PlusKarin Spaink

Karin Spaink

Het is klein leed, ik geef het grif toe, maar de ergernis duurt al maanden – en dat telt ook. Bovendien oogt het smerig: de stroom afval naast de ondergrondse afvalcontainers. Sinds begin vorig jaar staan ze ook in mijn buurt, en het werd er bepaald niet schoner op. Bijna altijd staat er troep naast.

Maar dat ligt aan ons, begrijp ik. ‘De gemeente zet die zak niet naast de container,’ berispte wethouder Laurens Ivens (SP) de burgers vorige week via Het Parool. ‘We moeten met elkaar beseffen dat dit een collectieve inspanning is. De wethouder kan dit niet allemaal oplossen en de vuilnisman ook niet.’

Maar dat doen mensen ook, zich inspannen en zoeken naar oplossingen. Mijn lieve, oudere buurman van om de hoek brengt zijn afvalzak tegenwoordig al weg als die halfvol is: hij woont op tweehoog en heeft hartklachten, de container is 150 meter verderop. Een vollere zak er naartoe dragen lukt hem gewoon niet. Soms zie ik de buurman na zo’n poging ontmoedigd terugsjokken, halflege vuilniszak nog in de hand: de container was weer eens vol. Hij heeft zijn vuilnis weer mee naar huis genomen.

Zelf ga ik tegenwoordig eerst poolshoogte nemen: ik loop naar de container om te zien of daar nog iets in kan, en zo ja; dan ga ik naar huis, bind de vuilniszak dicht, til hem in mijn Canta, rijd ermee naar de container, dump er mijn afvalzak, rijd terug naar huis, parkeer mijn Canta en ga weer naar binnen. Want anders dan de buurman kan ik een halfvolle vuilniszak geen honderd meter dragen, dan is mijn sjouwarm nadien een paar uur ontregeld.

Toen het vuil gewoon werd opgehaald, wist je precies waar je aan toe was: elke woensdag- en zaterdagochtend kon je je troep buiten zetten – of, in andere buurten, op andere vaste dagen – en een paar uur later was alles keurig weg. Ging bijna altijd goed, op de shit van een onverlaat na die zich had verslapen. Stond er naast het afval een oud krukje, een bijzettafeltje of een fotolijst? Dan kon je dat meenemen, als je er toevallig emplooi voor had. De lokale morgensterren vonden er geregeld iets van hun gading. En bij de neerzetplekken stonk het nooit, als de mannen van de vuilnis hun ronde hadden gedaan.

De ellende is: met die containers weet je nooit waar je aan toe bent. Kan ie nog iets verstouwen? Zo nee: wanneer wordt ie leeggehaald? Zijn daar vaste dagen voor? Zo ja, welke dan? Die informatie is nergens te vinden. Evenmin wie je kunt bellen als het kreng weer eens verstopt zit. Afgelopen vrijdag zat er iets klem in de container; dagenlang kon niemand zijn afval kwijt.

(Ik was wel trots op de buurt dat er zondagmiddag pas één vuilniszak naast stond, en hoop van harte dat de voormalige eigenaar ervan geen boete heeft opgelopen.)

Het voelt als een loterij met vooral veel nieten. Alle regelmaat is weggenomen, en verruild door willekeur, heel veel boetes, en een boze wethouder die ons bovendien de schuld geeft.

Karin Spaink schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over