null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Meestal eet de vuilniscontainer alles wat dood is

PlusTheodor Holman

Meestal eet de vuilniscontainer alles wat dood is.

Wat dood is, heeft geen kloppend hart.

Het wereldnieuws in oude kranten heeft geen hart.

De lege flessen drank die achterbleven na het feest hebben geen hart.

De kartonnen dozen waarin we dachten dat ons geluk was verpakt, hebben geen hart.

Vuilnis, het schaamtevolle overblijfsel van onze beschaving, goed voor het hellevuur, heeft nooit een hart.

Totdat de muil van de container een zak te eten kreeg vol weerloosheid.

In die zak klopte een hart.

Een hartje, niet groter dan een erwt, dat net hard genoeg sloeg om te krijsen.

Het krijste: ‘‘Heb meelij.”

“Natuurlijk hebben we medelijden,” zouden de mensen zeggen.

“Heb meelij,” bleef het krijsen, “heb meelij met mijn verwekker, met mijn moeder, heb meelij.”

Ergens in een huis had radeloosheid een kind gebaard.

Vermoedelijk was het op dat moment donker – zoals de toekomst.

Vermoedelijk was er pijn – zoals zo vaak.

Een wieg bedekt met uitzichtloosheid is wreed, ook al klopt er een hart.

Hoe te houden van uitzichtloze uitzichtloosheid?

Wat te geven als er niets is en er nooit iets zal zijn om te schenken?

Liefde doet dan pijn, liefde doet dan iedereen pijn, liefde wordt dan vals, schijnheilig.

En dan de tocht met een loodzwaar hart door de stad.

In het donker van de nacht, huilde iets.

Alles had pijn.

Iedereen had pijn.

Lagen er flessen op het hartje? Bebloede lakens? Bebloede onderbroeken? Een navelstreng als een galgje?

Je mag hopen dat er beweende zakdoeken op lagen.

Hup, in de vuilniscontainer.

Weggegooid.

Neerleggen kan niet.

Weggooien kan snel. Je kunt het daarna horen vallen.

Je moet het horen vallen.

Dat moet een dof plofje hebben gegeven waarmee je het de wereld uit wilde lanceren.

Daar lag het, in het donkere hol waar wij de resten van onze overvloed verbergen.

Het waardeloze.

Het nutteloze.

Het kapotte.

De snelle stappen die wegliepen hadden het ritme van het hartje.

Maar ontdekte het dat het zelf geen hart meer had?

Was het zijn of haar hart dat daar in de vuilniscontainer lag?

De levenskreten moeten zijn gehoord.

De tekenen van leven.

Kreten van wanhoop.

Tekenen van hoop.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over