Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Maria Callas

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Ik trof mijn vader aan in zijn stoel met een fluitje om zijn nek. Zijn haar was te lang.

Mijn moeder was nergens te zien.

“Pa, wat moet je met dat fluitje?”

Mijn vader, oud en broos, zei: “Ik heb de schoffel alvast klaargezet.”

Mijn moeder, al in het bezit van haar tweede paar kunstknieën, kwam binnen.

“Moet hij ergens een wedstrijd fluiten vanmiddag?” zei ik, en wees naar mijn vader.

“We moeten elkaar wel kunnen blijven bereiken,” zei ze.

“Zo doof zijn jullie toch nog niet? Je kunt toch roepen?” zei ik.

“Vertel maar van Callas,” zei mijn vader.

“Ik was aan het douchen boven, en je vader zat hier naar Callas te luisteren. Toen ben ik gevallen, en ik kon niet meer overeind komen. Ik wist uit de badkamer te kruipen tot boven aan de trap. En ik je vader maar roepen, maar Maria Callas was nogal hard aan het zingen…”

Mijn vader wees op zijn oren.

Het beeld van mijn naakte moeder die daar een tijdje op de overloop had gelegen…

“En als hij het benauwd krijgt, moet hij mij ook kunnen waarschuwen,” zei mijn moeder. Dus hebben we bedacht dat we dat met een fluitje het beste kunnen.”

“Heb jij er ook één dan?” vroeg ik mijn moeder.

“We zijn nog in de testfase,” zei mijn vader, “ik ga niet zomaar twee fluitjes aanschaffen.”

“Laat eens horen dan.”

Hard en schel als op het voetbalveld.

“En hij maakt er natuurlijk misbruik van,” zei ik.

“Ik loop de hele dag met koffie en thee te sjouwen,” zei mijn moeder.

Mijn vader legde met een tevreden gezicht zijn handen op zijn buik.

“We gaan er vandaag nog een bestellen bij, kom, eh, bol plus com,” zei mijn moeder. “Kan ik hem ook laten lopen. Koffie?”

Na de koffie ging ik de tuin in om de oude petanquebaan te schoffelen.

Mijn moeder kwam na een kwartiertje even poolshoogte nemen.

“De tuinman zit in Spanje,” zei ze.

Er kwamen al blaren op mijn poezelige handjes.

“Hij moet wel weer naar de kapper,” fluisterde ik.

“Je hoeft niet te fluisteren, hoor,” zei mijn moeder.

“Hij heeft na al die jaren een andere kapper genomen,” zei ze.

“Waarom?”

“Dat scheelt bochten.”

“Bochten?”

“Ja, dat heeft hij uitgerekend. De nieuwe kapper is dichterbij, dan hoeft hij met de auto niet zo veel bochten te maken. Tegen de misselijkheid. Daar voelt hij zich beter bij.”

“En ik zie dat de kippenren is verplaatst?”

“Ja, die hebben we dichter bij het huis laten zetten. Hoeven we minder ver te lopen voor de eieren.”

Fluitjes, minder bochten, de verplaatste kippenren. Mijn ouders, beiden al een eind in de tachtig, maar de dagen nog lang niet moe.

’s Avonds appte mijn moeder dat ze bij bol plus com met succes een tweede fluitje hadden besteld.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over