Essay

Marcel Levi: ‘De vertrouwensbreuk tussen overheid en burgers is een crisis nóg groter dan corona’

Marcel Levi. Beeld kro nrcv
Marcel Levi.Beeld kro nrcv

Het afgelopen jaar hebben we het woord ‘crisis’ bijzonder vaak voorbij zien komen. Sommige van die crises hoefden niet per se die naam te dragen, stelt Marcel Levi in een reflectie op het afgelopen jaar. Toch is er één crisis, nog groter dan de pandemie, die wel onze aandacht verdient.

Marcel Levi

Er is afgelopen jaar nauwelijks een woord dat sneller aan inflatie onderhevig is geraakt dan het woord crisis. Bij een nieuwe infectieziekte die wereldwijd al ruim vijf miljoen doden heeft veroorzaakt, kun je je daar nog wel iets bij voorstellen. Maar kennelijk is elke uit de hand gelopen zomerstorm of stijging van benzineprijzen eveneens direct een regelrechte crisis.

En tegenwoordig is het ook al crisis als bij de supermarkt het half-om-halfgehakt is uitverkocht. Psychiater Damiaan Denys beschreef kortgeleden treffend de crisispaniek die zich van ons meester maakt als het regent terwijl Buienradar een droge dag had voorspeld.

Misschien het woord crisis toch maar beter blijven reserveren voor dingen die echt rampzalig zijn. Wat mij betreft, is een van die dingen het absolute, historische dieptepunt waarop het vertrouwen van burgers in de overheid is beland. Inmiddels heeft nog maar minder dan een derde van de bevolking vertrouwen in de regering. Ter vergelijking: de door Pim Fortuyn zo verfoeide Paarse kabinetten konden nog op vertrouwen bij 80 procent van de bevolking rekenen.

Weifelend zigzagbeleid

Natuurlijk kun je corona de schuld geven van de huidige situatie. Opmerkelijkerwijs ontmoeten regeringen in bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk daarover juist een groeiend draagvlak bij de bevolking, dus het ontbreken ervan in Nederland ligt wellicht toch eerder aan het weifelende zigzagbeleid en de tekortschietende communicatie van de afgelopen maanden.

Vertrouwen werd door de filosoof Francis Fukuyama omschreven als ‘de verwachting dat mensen zich op basis van gemeenschappelijke normen fatsoenlijk en eerlijk zullen gedragen’. Er zijn zogenaamde low trust societies, waar mensen elkaar en zeker de overheid in principe niet vertrouwen, zoals Italië of China. Daartegenover staan traditionele ‘high trust’ samenlevingen zoals Duitsland of de Verenigde Staten.

Ook Nederland is van oudsher een land waarin mensen een groot vertrouwen in elkaar hebben. Volgens het fraaie boek De goede stad van Geert Mak vindt dit zijn oorsprong al in de 17de eeuw, toen de Verenigde Oost-Indische Compagnie als eerste multinational ter wereld was gebaseerd op vertrouwen in gezamenlijk gedragen investeringen en onderlinge risicospreiding.

Mikpunt van spot

Tegelijkertijd is naast achterdocht jegens de overheid ons vertrouwen in allerlei andere voorheen vanzelfsprekende instituties in de knel, of zo u wilt in een crisis, geraakt. Een bedrijf als de KLM, dat decennialang aan ons gevoel van nationale trots appelleerde, is inmiddels mikpunt van wantrouwen en spot omdat het er niet voor terugdeinst ondanks miljarden aan staatssteun en op grote schaal schrappen van banen toch maar de bestuurdersbonussen intact te laten.

Het vertrouwen in Hoogovens, voorheen een nationaal icoon, is al niet veel beter, omdat nu blijkt dat het jarenlang tegen beter weten in ziekmakende vervuiling de lucht in bleef spugen. En ons ontzag voor banken is de afgelopen jaren sneller gesmolten dan de gemiddelde ijsberg op de Noordpool. Hun recente beslissing om de rente voor leners te verhogen en simultaan spaarders negatieve rente (naast exorbitante kosten voor ‘dienstverlening’) te berekenen diskwalificeert hen definitief als te vertrouwen partner.

Maar niet alleen vertrouwen wij overheden en andere instituties steeds minder, zij vertrouwen ons ook al jaren niet meer. Een karrenvracht aan controlemaatregelen, formulieren, regelingen en inspecties wordt als een onafgebroken lawine over alle burgers en bedrijven uitgestort om maar zeker te stellen dat ze niet frauderen, witwassen, de zaak besodemieteren, of zich anderszins aan dichte spinnenwebben van regeltjes onttrekken. Want dat is zoals de overheid haar burgers kennelijk ziet: als een stelletje niet te vertrouwen, onwillige en corrupte ellendelingen dat alleen met strakke regels en eindeloze controle in het gareel kan worden gehouden.

Gestold wantrouwen

Dat leidt dan tot een complex bouwwerk van gestold wantrouwen waarachter verantwoordelijken zich kunnen verschuilen als er eens iets niet goed gaat, gecombineerd met pseudozekerheid om ongewenste incidenten te voorkomen. En zo lijdt 99 procent van ons onder een nauwelijks te torsen regeldruk en bureaucratie, omdat een kleine groep mensen misschien wel een loopje dreigt te nemen met hun sociale verantwoordelijkheid. Bedrijfjes en burgers worden overlopen met inspecties en het niet voldoen aan de eisen van die controleurs leidt tot barse brieven, rapporten met eisende aanbevelingen, of onmiddellijke dwangbevelen.

In het prachtige essay Machtige Mensbeelden, dat de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving onder leiding van Jet Bussemaker afgelopen maand uitbracht, wordt beschreven dat beleidsmatige aannames over het gedrag van burgers telkens worden vertaald en vastgelegd in starre wet- en regelgeving en een bureaucratische logica die steeds verder verwijderd raakt van degenen voor wie alles aanvankelijk bedacht was. De overheid creëert algemene beelden die soms ver afstaan van de realiteit en geen recht doen aan verschillen die bestaan tussen mensen.

Mensen die een uitkering krijgen worden daarbij routineus potentiële fraudeurs. Voetbalsupporters zijn per definitie gewelddadige oproervandalen. En mensen die bang zijn voor een coronavaccin of daarover voor hen nog onbeantwoorde vragen hebben, worden automatisch weggezet als asociale vaccinweigeraars, terwijl velen van hen, als je even de tijd neemt en alles nog eens rustig uitlegt, gewoon toch die prik accepteren.

Vertrouwen komt te voet maar verdwijnt nog sneller dan een Formule 1-auto uit zicht. Hoe kan een nieuwe regering het vertrouwen van burgers terugwinnen? Wellicht door te beginnen met de eigen burgers te vertrouwen.

Marcel Levi is internist, hoogleraar en voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, daarnaast is hij columnist bij Het Parool. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? m.levi@parool.nl.

Hoe kan een nieuwe regering onder Mark Rutte het vertrouwen van burgers terugwinnen?  Beeld BART MAAT/ANP
Hoe kan een nieuwe regering onder Mark Rutte het vertrouwen van burgers terugwinnen?Beeld BART MAAT/ANP
Meer over