Opinie

‘Maak van Muiderpoort weer een station, niet alleen perron’

Muiderpoort is het treurigste station van Amsterdam, stelt Egbert Schuttert. Met de herinrichting in de jaren negentig ­verdwenen de allure en de fraaie hal van het station, maar volgens de architect kan de situatie van weleer nog worden hersteld. 

Bij Muiderpoort worden fietsen nog lukraak gestald.Beeld Marc Driessen

Station Amsterdam Muiderpoort (1939, ontwerp Schelling en Leupen) werd eind jaren negentig grondig verbouwd. Het gebouw, met de rug naar de stad toe, had een onhandige logistiek, mede door de twee geheel van elkaar gescheiden perrons. De centrale (prachtige) hal werd gesloten en bestemd voor fietsen en opslag en de perrons kregen door middel van trappen en een lift een directe opgang vanaf de straat.

Door deze verbouwing werd station Muiderpoort één van de treurigste stations van de stad: zonder een herkenbare entree, zonder hal, met vreemdelingen die op het verkeerde perron terechtkomen, trappen die gesitueerd zijn onder donkere viaducten en een servicebalie die ontbreekt.

En terwijl elders stations ware koopgoten werden, vind je hier slechts een klein kioskje op één van de twee perrons. Ook rondom het station is weinig fraais te bekennen. Overal ontsieren fietsen de omgeving. We kunnen station Muiderpoort beter ‘perron Muiderpoort’ noemen.

Amstel en RAI als voorbeeld

Maar er gloort hoop. De Nederlandse Spoorwegen zijn, na de bouw en de verbouwing van de grote stations, van plan ook kleine(re) stations te vernieuwen en te verbeteren. Daarbij bieden twee andere stationsverbouwingen in de stad een aanknopingspunt.

Station Amstel – een gebouw van dezelfde twee ontwerpers – laat zien dat een centrale hal heel goed en mooi is in te passen in een ­huidige logistiek en een herkenbare ruimte kan zijn waar servicefuncties een plek kunnen krijgen.

En de in uitvoering zijnde vernieuwing van station RAI bewijst dat met behulp van veel glas en licht ook onder een viaduct een aangename stationstoegang is te maken. Dat laatste is interessant voor Muiderpoort.

Al eerder werd geopperd om de centrale entree naar de stadszijde, onder het viaduct in de Wijttenbachstraat, te verplaatsen. Toen werd het als sociaal onveilig bestempeld, maar met het voorbeeld van station RAI in gedachte ontstaan er nieuwe mogelijkheden.

Wit seinhuis open voor de buurt

De oorspronkelijke structuur van het gebouw, de centrale hal en de gangen zijn nog altijd ­aanwezig. Nieuwe roltrappen (nu een gemis) en liften kunnen zorgen voor de gewenste toegankelijkheid. In de oude hal zouden weer een serviceloket en winkeltjes kunnen komen. Daarmee zou de allure van het station (een gemeentelijk monument) worden hersteld. Misschien is er buiten zelfs ruimte om de trams vóór de nieuwe entree te laten stoppen, het autoverkeer in de stad moet toch worden in­geperkt.

Met een nieuwe ingang vanaf de Wijttenbachstraat wordt het Oosterspoorplein, de achter­zijde, een echte achterkant. Autoverkeer hoeft er niet meer te komen. Maak er, zou ik zeggen, een mooie openbare tuin van. Groen en rust worden in de dichte en drukke stad steeds meer van belang. En misschien wordt het markante en monumentale witte seinhuis – een rijks­monument dat al jarenlang leeg en ongebruikt staat – ook wat beter bereikbaar.

Laten we er een mooi plan voor bedenken. Mijn optie: plaats er een grote tafel en een paar fijne stoelen en maak het zo dat buurtbewoners het voor een dag(deel) kunnen huren; om van het uitzicht over de stad te genieten, romantisch (met zelf meegebracht eten) te dineren of met een glaasje de zon onder te zien gaan. Maar in elk geval: geef het prachtige station terug aan de stad.

Egbert Schuttert, Landschapsarchitect.
Meer over