Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Maak onvermijdelijke fouten Hugo de Jonge, maar erken ze dan ook

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Het AD kopte: ‘Maatregelen als avondklok, het sluiten van de horeca en de scholen vooralsnog niet nodig.’ Ja, ja. Die woorden ken ik inmiddels: ‘Vooralsnog niet nodig’. Het kabinet gebruikt vaak de metafoor van ‘de hamer en de dans’. Het probleem is dat de hamer telkens te laat van stal wordt gehaald en de dans een onnavolgbare choreografie kent. In periodes waarin je denkt: de teugels mogen nu best wat losser, worden ze te strak gehouden. Wanneer er ferm moet worden ingegrepen, wordt juist halfhartig afgewacht.

Er is een groep mensen die in het zwabberende coronabeleid het bewijs ziet van een kwaadaardig complot. Ik zie vooral incompetentie, onvermogen een andere taal te spreken. Neem Hugo de Jonge. Hij was in een vorig leven basisschoolleraar. Je zou denken dat hij in die hoedanigheid heeft geleerd dat het weinig zin heeft om kinderen louter bestraffend toe te spreken. Ik heb een zoon van twee in de peuterpuberteit en ondervind op dagelijkse basis dat, wanneer ik ergens constant geërgerd op hamer, zijn weerstand ertegen slechts groeit.

Nu zou ik niet durven ongevaccineerden te vergelijken met peuters – ik voel niet de behoefte om mee te surfen op het ronduit agressieve sentiment dat zich momenteel op deze groep richt. Het punt is eerder: als bestraffend toespreken bij kinderen al niet werkt, waarom denkt De Jonge dan dat het behulpzaam is om volwassenen zo bevoogdend toe te spreken? Volwassenen die toch al zo nadrukkelijk wantrouwend tegenover de overheid staan. Denkt hij werkelijk dat er ook maar één ongevaccineerde is die door deze aanpak zal worden overtuigd alsnog een prikafspraak te maken? Welnee.

Natuurlijk: een grote groep zul je helaas met geen enkele aanpak, geen enkel feit of argument kunnen overtuigen, omdat zij uitgaan van: ‘alternatieve feiten.’ Echter: ik geloof dat er nog best een aanzienlijke groep prikweifelaars is die wél kan worden overtuigd zich te laten vaccineren in het collectieve belang.

Wat daarbij zou helpen is een minister van Volksgezondheid die ze niet bij voorbaat bombardeert tot de slechteriken van deze film. Want het eerlijke verhaal is dat de vaccins weliswaar doorslaggevend zijn voor de weg uit deze crisis, maar dat zelfs de WHO erkent dat het definitief beëindigen van de pandemie van nog veel meer factoren afhankelijk is en veel tijd en inspanning zal vergen.

Het probleem van De Jonge is niet dat hij fouten maakt, dat is onvermijdelijk en menselijk, het probleem is dat hij ze nooit erkent. Dat hij de werkelijkheid voortdurend te simplistisch presenteert, en daar vervolgens telkens op terug moet komen. Daarmee ondermijnt hij de geloofwaardigheid van het beleid, en voedt hij het toch al ontstane wantrouwen bij de groep die hij juist nodig heeft om de zo essentiële vaccinatiegraad te verhogen.

In plaats van het vuurtje verder op te stoken, is er behoefte aan leiderschap dat de rol van reactief crisismanagement ontstijgt. Leiderschap dat de blijvende complexiteit van deze situatie erkent en ons meeneemt in een langetermijn­visie op een virus dat helaas nog lang onder ons zal blijven.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over