Lezersbrieven

Lezers over hun favoriete werk van Remco Campert: ‘Van sommige mensen wil je dat ze altijd blijven’

Remco Campert.  Beeld Brunopress
Remco Campert.Beeld Brunopress

Schrijver en dichter Remco Campert is op 92-jarige leeftijd overleden. Wat is volgens jou het hoogtepunt in zijn werk? Dat vroegen we aan lezers van Het Parool. Hier verzamelen we een deel van de reacties. ‘Er staat nooit een overbodig woord in zijn gedichten.’

Het Parool

Remco Campert was een veelzijdige schrijver en een wat ongrijpbare man. Zijn rijke en immense oeuvre – poëzie, verhalen, romans en columns – is lichtvoetig en virtuoos. Lees onze in memoriam over Remco Campert.

Tjeempie! of Liesje in luiletterland (roman)

Een fascinerende combinatie van lichtvoetigheid, erotiek, tijdsbeeld en parodie van de literaire wereld. Die spelling ook! De illustraties van Joost Roelofsz in de editie die ik heb maken het helemaal af. In mijn jeugd heb ik het eindeloos herlezen.

Freek Wiedijk (61), Amsterdam

Iemand stelt de vraag (gedicht)

‘Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden…’

Dit gedicht raakte mij tot op het bot. Nooit denken: ach laat maar, of je afvragen: heeft het zin? Doe je mond open, steek je hand wel op, knik nee als iedereen ja knikt. En je zult medestanders vinden en de gideonsbende vormt zich!

Clara Blaauw (60), Les Brousses (Frankrijk)

Iemand stelt de vraag is mijn favoriet, omdat Remco door kleine, persoonlijke dingen te beschrijven iets heel groots kan aanraken. En dat met precies genoeg woorden. Er staat nooit een overbodig woord in zijn gedichten. En omdat dit gedicht altijd actueel blijft. Ik ben ontroerd door het bericht van zijn overlijden. Van sommige mensen wil je dat ze altijd blijven.

Suzanne Boer (57), Amsterdam

Het leven is vurrukkulluk (roman)

Zo’n goede en treffende weergave van de vrijheid van dat tijdperk en de vrije en gelukkige manier waarop toen kon worden geleefd.

Cees (75), Wormer

Van mijn zuurverdiende centjes als scholier gekocht. Taalgebruik uniek en inhoudelijk voor mij als 13/14-jarige een belofte van wat nog komen zou. Ik heb het mijn zoons ook laten lezen toen die aan ‘verplichte’ literatuur toe waren. Volgens mij stond het toen niet op de lijst, maar ze hebben het wel gelezen.

Anja Rijnders (75), Amsterdam

Ik heb ‘Het leven is vurrukkulluk’ vlak voor de coronacrisis laten tatoeëren op mijn arm. Ik heb de tijd die beschreven staat in dit boek heel intens beleefd. Provo’s, flower power, iedere zaterdagmiddag naar Americain om te lunchen en melk te drinken (wij dronken niet) totdat de kelner kwam vertellen dat het vandaag niet lukte - hij hoorde net uit de keuken dat de koe ziek was. Harry Mulisch die zich iedere keer liet omroepen en zich tergend langzaam oprichtte zodat iedereen hem kon zien. Mijn zuster heeft ook een keer mijn naam laten omroepen in Americain. Toen ik opstond keek ik naar Harry: wat jij kan, kan ik ook. Met mijn vrienden kijkend naar de kuiten van de dames om te kunnen ontdekken of zij van het Nationale Ballet waren. Zo ja, contact maken zodat je verhalen kon horen van belevenissen over de hele wereld. Corry van Gorp die luidkeels, zodat iedereen het kon horen, aankondigde dat zij een contract had op een cruiseboot! Kortom: een fantastische tijd. De wereld lag aan onze voeten.

Hans Legel (76), Abbekerk

De Het leven is vurrukkulluk-tatoeage op de arm van Hans Legel. Beeld Hans Legel
De Het leven is vurrukkulluk-tatoeage op de arm van Hans Legel.Beeld Hans Legel

Lamento (gedicht)

Alles klopt in Lamento: ritme, herhalingen, variaties, haperingen, woordkeus. Het is tijdloos en blijft me raken, hoe vaak ik het ook lees.

Edith de Gilde (77), Den Haag

Poetzaggers en een anvulfop (column)

In een column die gepubliceerd werd in “Fiebelekwinten” illustreert Campert onze verbazing over het onbegrip van Fransen als je als Nederlander Frans probeert te praten. In een sigarenwinkel wil Campert sigaretten, postzegels en een envelop kopen. Dat mislukt jammerlijk doordat de winkelier met alle wil van de wereld niet begrijpt wat ‘Marobolero’, ‘poetzaggers’ en een ‘anvulfop’ zijn. De column was zo treffend geschreven. Ik las deze tijdens een wat saaie presentatie in een zaal met 50 mensen en trok onbedoeld ineens de aandacht toen ik hardop moest lachen. Daarop kreeg ik de slappe lach en heb ik de zaal maar verlaten.

Simon Klees (45), Hilversum

Op de Overtoom (gedicht)

Dit gedicht is bij oppervlakkige lezing al heel ontroerend, je ziet de oude man schuifelen. Het gedenk te sterven spat er vanaf, maar ook de levensvreugd van ‘ons hebben ze nog niet, hoor’. En dan nog al die veelzeggende bonussen. Zoals de verwijzing naar het Laatste Avondmaal - dat ‘laatste’ echoot fraai in de laatste zin. Zoals de subtiele verwijzing naar het gezegde ‘Het kan vriezen en het kan dooien’ in de eerste twee regels - het kan dus nog alle kanten op. Zoals het rijmen van ‘geur’ op ‘onkleur’, op zich al een prachtig neologisme voor grijs - zonder dat expliciet te zeggen. Moet ik doorgaan? Het is allemaal showing not telling en daardoor zíén we de oude man schuifelen. Campert droeg dit gedicht op aan zijn vriend en schrijver Henk Hofland (1927-2016), een man die ook niet dood te knúppelen was (en jarenlang streed tegen zijn verplichte VUTtering).

Erwin Wijman (60), Monnickendam

Poëzie is een daad... (gedicht)

Je hoort Remco Campert dit gedicht lezen. Die aarzelende man, aarzelende stem, een aarzelend gedicht. Later zag je hem aarzelend door de stad lopen. Voorzichtig maar hij ging altijd door. Dit gedicht is bijna een centraal gedicht. Hij spreekt uit wat poëzie voor hem is: een daad van bevestiging.

Maar dan staat er opeens:

“Voltaire had pokken maar

genas zichzelf door o.a. te drinken

120 liter limonade: dat is poëzie.”

Heerlijk...

Madeleine Sprenger (49), Amsterdam

In Antwerpen (verhaal)

Zelden zijn de kleine en toch zo betekenisvolle verschillen tussen Nederland en Vlaanderen zo mooi en subtiel, met zoveel milde humor en lichte melancholie, onder woorden gebracht. De zin ‘De schepenen wierpen zich met verve op de erewijn’ heb ik in mijn leven ontelbare malen geciteerd.

Ger Leppers (68), Ekeren (bij Antwerpen)

De Harm en Miepje Kurk Story (roman)

Het was vervelend dat ik tijdens mijn vakantie op Kreta nog een boek moest lezen voor mijn literatuurlijst. Ik had De Harm en Miepje Kurk Story in mijn koffer gegooid en zag er tegenop dit saaie boek van een Vijftiger te moeten gaan lezen. Maar man, wat heb ik gelachen. Na Couperus en Slauerhoff dacht ik dat literatuur niet om doorheen te komen was. Maar Campert bewees het tegendeel. Wat een vurrukkulluk boek! Zo gelachen. Mijn vakantie was geslaagd!

Jehudi van de Brug (50), Amsterdam

Het verband tussen de dingen ben ik zelf (roman)

Met zo’n titel heb je eigenlijk geen boek meer nodig. Een filosofische, poëtische en toch gewone spreektaalzin: Remco Campert in een notendop. In de titel schuilt natuurlijk ook die humor, van licht melig tot verfijnd.

Pim Kok (59), Muiderberg

Tip Het Parool via Whatsapp

Heeft u een tip of opmerking voor de redactie? Stuur een bericht naar onze tiplijn.

Meer over