null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Kun je medelijden hebben met een gebouw?

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Kunnen gebouwen huilen?

Misschien als ze worden afgebroken, of verbouwd.

Ik denk dat op het Frederiksplein rond het Paleis voor Volksvlijt in de nacht van 18 op 19 april 1929 wel geweeklaag te horen is geweest. Het gebouw werd door een brand verwoest. De galerij overleefde.

‘Kinderen vonden er een onvergetelijke speelhoek, en ook oudere mensen schenen hier graag te komen. Er hing een tastbare fin-de-sièclesfeer zonder verwachtingen voor de toekomst. Alles droomde er van vroeger,’ aldus het commentaar bij een filmpje over de galerij.

Maar in 1960 werd de galerij ook afgebroken, om plaats te maken voor het gebouw van De Nederlandsche Bank. Snikkend gingen de laatste overblijfselen ten onder.

Het is hét gebouw dat ik graag nog met eigen ogen had gezien. (Ik denk dat er niemand meer leeft die het gebouw voor de brand in april 1929 heeft aanschouwd.)

Een tijdje geleden zag ik in de krant een foto van het gebouw Concordia aan de Nieuwezijds Voorburgwal. In 1858 gebouwd als sociëteitsgebouw in opdracht van het Amsterdamse literaire Genootschap Concordia et Libertate. Ook een mooi gebouw. (Ik heb er nog mijn fiets tegenaan gezet.)

Een stuk verderop in die straat, richting Centraal Station, kwam ik deze week langs twee andere gebouwen.

Je fietst er gedachteloos aan voorbij, zoals aan zoveel gebouwen in de stad. Ze zijn behang geworden, decor, tot je er een keer beter naar kijkt.

Candida en Neptunes.

De grote en de kleine.

Gebouw Neptunus stond er als eerste, in april 1915 werd het in gebruik genomen als kantoor voor De Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij. Een lief gebouw, niet heel erg opvallend, wel statig en hoog. Een blikvanger.

Tot het een buurman kreeg. Het bredere, tien verdiepingen tellende gebouw Candida verrees er in 1932, in opdracht van de N.V. Amsterdamsche Maatschappij tot Exploitatie van Etagewoningen. (De buurman die op een dag een spiksplinternieuwe diepzwarte Dodge RAM 1500 naast jouw redelijk bescheiden auto parkeert.)

Tot elkaar veroordeeld, zoals dat zo mooi heet.

Neptunus viel nu op omdat het in de schaduw van Candida stond. Ze stonden erbij als moeder en kind. Neptunus aan de hand van Candida.

Altijd het kleine kind gebleven, Neptunus.

En dan verkreeg Candida ook nog eerder een monumentale status. In 2001 werd het tot rijksmonument verklaard, terwijl Neptunus in 2004 ‘slechts’ een gemeentelijk monument werd.

Zie het daar wat weggevallen staan, maar ook moedig, het lot dragend.

Kun je medelijden hebben met een gebouw? (Ja, als het helemaal niet gelukt is, zoals dat nieuwe pand aan de Plantage Middenlaan waar ooit bejaardentehuis Sint Jacob stond.)

In Abu Dhabi, Dubai, Manama, Doha of welke stad in welk oliestaatje dan ook worden constant monumentale krokodillentranen gehuild als weer een wolkenkrabber een nog hogere buur krijgt.

Dat zal me worst zijn.

Maar met Neptunus, de stille huiler, kreeg ik medelijden.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over