null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Kraa! De kraaien hadden nog net geen oorlogskleuren op hun koppen gesmeerd

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Ze volgden me.

Ze volgden me hoog door de bomen met hun gekrijs.

Twee kraaien. (Ik heb lang in een vogelboek moeten turen om te ontdekken of het toch geen roeken of kauwen waren.)

Zwarte kraaien. De een nog agressiever dan de ander.

Ik kwam met Bep het pad langs de Ooster Ringdijk opgelopen. En daar, onder de bomen, begon meteen het gekras.

“Kraa kraa kraa.”

Precies zoals in het boek Vogels in Nederland wordt beschreven. Maar dan toch nog wat onheilspellender.

Bep stoorde zich niet in het minst aan de vogels. (Ze dook meteen het water in.)

Ze achtervolgden me. Ze daalden per boom een beetje af om me vanaf de takken met nog veel meer kraa’s te bekogelen. Ik zag ze zitten, ze tikten hard en venijnig met hun snavels op de takken, als om dat wapen te scherpen. Klaar voor de aanval. Ze hadden nog net geen oorlogskleuren op hun koppen gesmeerd.

In de schemer had ik me in een verhaal van Edgar Allan Poe gewaand. Maar nu scheen de zon, en zwaaide ik wat met de rode hondenriem om ze af te schrikken.

Tot er een vlak over me heen vloog. Ik schrok, maar was alleen bevreesd dat de kraai op mijn hoofd zou poepen. Wat niet gebeurde.

Het was maar een schijnaanval.

Het is lente, het seizoen van de vogelaanvallen.

Ze hielden me in de gaten.

Ik ben aantal jaren geleden eens een hele tijd door een hond gevolgd. Het was midden in de nacht en ik kon mijn fiets niet meer vinden. Vanaf de Nieuwmarkt besloot ik dan maar naar huis te lopen.

Ik weet niet meer wat voor een hond, maar het kwijlende beest bleef zo’n meter of tien schuin achter me lopen. Als ik bleef staan, bleef de hond ook staan. Licht grommend. Ik dacht aan een hellehond.

Toen er een lallende fietser langs kwam ging de hond daar achteraan.

Ik liep verder en toen ik op open gebied kwam, een van de kraaien vloog mee tot de laatste boom, werd het weer stil. Langs de andere kant van het water liep ik weer terug.

En toen kwam er eentje over het water naar me toe gevlogen. Ik merkte het pas toen ik vlak achter me iets hoorde. Ik kon nog net met de hondenriem zwaaien. Luid krijsend vloog de kraai weer terug naar de bomen.

“Gait, woar’s de buks!” schreeuwde ik. Een overblijfsel uit mijn jeugd waar de moeder van een vriendje op agressieve eksters schoot.

‘Draag een hoed, pet of een helm’, wordt geadviseerd op internet.

‘Draag liever geen rood. Sommige vogels associëren deze kleur met agressie.’

Misschien toch even een andere route nemen de komende dagen, al voel ik er niets voor me te laten belemmeren door een paar vogels. Of als een Malle Eppie met een helm op mijn hoofd de hond uit te laten.

Nou ja.

Heb ik toch mooi dit hele stuk de vergelijking met Hitchcocks film The Birds weten te vermijden.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over